| Home | Subject Areas | Samenleven | Over SocioSite | Zoek | Banner | Contact |
|---|
Thuis verricht telewerk is voor sommige mensen niet geschikt - bijvoorbeeld voor mensen die een slechte persoonlijke motivatie hebben en geen 'self starters' zijn (resp. onvoldoende zelfdiscipline hebben). Zij hebben behoefte aan externe discipline die tot stand gebracht wordt door vaste werkuren en een bestuurde omgeving. "De teleforens moet zelfstandig kunnen werken en over voldoende zelfdiscipline en verantwoordelijkheidsgevoel beschikken" [COB/SER, 1994]. Jonge mensen die voor het eerst gaan werken, hebben er soms voordeel bij om in een conventioneel teamverband hun eerste jaren door te brengen.
Arbeidsdiscipline heeft vele negatieve associaties. Maar toch is het de sleutel voor de effectieve benutting van alle bronnen.
Voor sommige mensen is 'naar het werk gaan' een belangrijk onderdeel van hun leven. Het is de 'werkplaats' is waar zij vrienden maken en hun sociale vaardigheden en contacten ontwikkelen. Een telewerkkantoor in de buurt zou een aantal van deze problemen kunnen corrigeren.
Het meest frequente probleem met telewerkers is echter niet dat zij zelf aan het werk moeten gaan (zoals hun toezichthouders eerst vreesden), maar om ze te laten stoppen. De moderne informatietechnologie dwingt ons een nieuwe sociale vaardigheid te leren: het onbereikbaar zijn om door te kunnen gaan met de rest van ons niet-werkzame sociale en privéleven.
Veel woonhuizen zijn niet goed uitgerust voor telewerk. We wonen over het algemeen niet zo ruim. Wanneer slaapkamers tevens moeten dienen als thuiskantoor wordt de afstand tussen bed en werk wel heel klein. Zelfs de meest gemotiveerde individuen krijgen problemen wanneer zij zich moeten concentreren op een serie taken in een klein apartement met spelende en aandachtvragende kinderen, met luidruchtige buren aan de andere kant van een dunne muur, met vrienden die op de meest ongelegen tijden binnenvallen, met een koelkast vol lekkers of met een spannende voetbalfinale op tv. Onder dergelijke omstandigheden is telethuiswerk niet aan te bevelen. Ook in dit geval zou een telewerkcentrum in de buurt veel adekwater zijn.
De eerder genoemde voordelen zullen alleen maar optreden wanneer de bedrijfsleidingen bereid zijn oude dogma's overboord te gooien en hun organisatiedenken te revolutioneren. Hiërarchische managementsmethoden van de klassieke soort zijn niet geschikt om het complexe samenspel van een projectgerichte groep van telewerkers aan te sturen. Het projectmanagement komt in de plaats van de traditionele methoden. De middenmanager moet veranderen van controleur tot sociaal acteur die de medewerkers motiveert, opleid, hen verder helpt. In plaats van controle telt de coördinatie.
Voorbeelden hiervan zijn bepaalde soorten ontwerp of ander creatief werk, waar de vaak onbedoelde eigenaardigheden van de werkomgeving een belangrijk onderdeel zijn van het creatieve proces. In sommige klantendiensten of verkoopactiviteiten is directe interactie in arbeidscollectieven goed voor de teamgeest en interne motivatie. Sommige collega's zijn van mening dat ook een groot deel van het kantoorwerk het best verricht kan worden in situatie waarin direct leiding wordt gegeven. Wie thuis werkt, wordt niet gecorrigeerd als hij loopt te lanterfanten. Iemand die gaat piekeren kan door een relativerende opmerking van een collega nog wel eens op het goede spoor gezet worden.
Organisaties al hun kaarten op telewerk zetten moeten er rekening mee houden dat telewerk afbreuk kan doen aan de mentorrelaties die zich tussen oudere en jongere werknemers ontwikkelen. Goede telewerkprogramma's zullen jongere werknemers moeten stimuleren om contact op te nemen met oudere, meer ervaren werknemers wanneer zij in problemen komen omdat zij bijvoorbeeld tegen een deadline zitten aan te hikken.
De aard van de arbeidstaak is ook vanuit managementsoptiek een belangrijk item. Het op afstand aansturen van en toezichthouden op telewerkers is alleen mogelijk wanneer het werk een duidelijk meetbare output heeft. Om op afstand aan te sturen moeten er objectieve maatstaven zijn om vooruitgang te meten. Hierdoor is het tevens mogelijk retourinformatie over het prestatieverloop te geven en tijdschema's op te stellen.
De nieuwe Arbeidstijdenwet (ATW) die sinds 1 januari 1996 van kracht is bergt het gevaar in zich dat oude tijden gaan herleven: een verkapte overwerkplicht, verlenging van nachtdiensten en meer weekendarbeid. Wout Buitelaar [Volkskrant 17.2.96] verwacht dat er binnenkort contactadvertenties verschijnen in de trant van: 'Vrouw, relatie verbroken wegens onverenigbare roosters, zoekt partner met vrije maandag en zaterdag'.
Om dit risico te verkleinen zal enerzijds gezocht moeten worden naar nieuwe syndikale organisatievormen van telewerkers. Anderzijds moet gezocht worden naar nieuwe vormen om huidige medezeggenschapsrechten te behouden en uit te breiden tot het nieuwe type van bedrijfsloze informatiewerknemers.
|
Bij telewerk gelden bovendien een tweetal aanvullende verplichtingen. Op grond van het 'Besluit Thuiswerk' moet de werkgever bepaalde gegevens beschikbaar hebben: de naam en het adres van de telewerkers, gegevens over werkzaamheden en apparatuur die daarbij gebruikt wordt. Bovendien heeft de werkgever de verplichting om voorzieningen te treffen wanneer de werkplek niet aan de gestelde Arbo-eisen voldoet, of de telewerker niet over de benodigde middelen beschikt. Op grond van het 'Besluit Beeldschermwerk' moet de werkgever de telewerker in de gelegenheid stellen om oogonderzoek te ondergaan. In dit besluit worden tevens een aantal specifieke eisen gesteld aan de apparatuur, het werkblad e.d. waarvan de telewerker gebruik maakt. De werkgever is verantwoordelijk voor het onderhoud van de apparatuur waarmee de telewerker werkt. Voor beeldschermwerkplekken in een thuissituatie gelden in principe dezelfde eisen als in een kantoorsituatie. De werkplekgebonden voorzieningen - zoals stoel, werktafel, verlichting en beeldschermapparatuur - dient ook bij telewerk te voldoen aan algemene eisen van ergonomisch ontwerp. De verplichtingen van de werkgever zijn beperkt tot deze 'werkplekgebonden voorzieningen' en strekken zich niet uit tot de omgevingsfactoren, zoals verwarming en ventilatie. Veel thuiswerk wordt gekenmerkt door repeteterende bewegingen van de vingers, handen en armen. Dit werk kan leiden tot aandoeningen die vallen onder het containerbegrip 'Repetitive Strain Injury' (RSI). In de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie dient hieraan speciaal aandacht te worden besteed. In het Arboinformatieblad AI-2 "Werken met beeldschermen" [Den Haag: SDU. 1997]wordt aangegeven wat dit voor telewerkers betekent. Beeldschermwerk thuis moet als dit langer dan twee uur gemiddeld per dag plaatsvindt aan dezelfde eisen voldoen die gelden voor beeldschermwerk op kantoor. Dit betreft ook:
Vanuit veiligheidsoptiek is bijvoorbeeld de aanwezigheden van een geaard stopcontact voor een aantal bedrijven een minimale voorwaarde voor het verstrekken van beeldsschermapparatuur voor het telethuiswerken. In de risico-inventarisatie en -evaluatie dient aandacht besteed te worden aan het goed en veilig gebruik van arbeidsmiddelen (zoals de computer). Alle kosten die verbonden zijn aan de naleving van de Arbowet-verplichtingen komen voor rekening van de werkgever en mogen niet ten laste van de werknemers worden gebracht. Werkgevers hebben het recht om de arbeidsomstandigheden van hun telewerkers thuis te controleren, maar niet zonder toestemming van de telewerker. De werkgevers moet bij eventueel huisbezoek de nodige zorgvuldigheid in acht nemen - het moet altijd vooraf worden aangekondigd en op een redelijk tijdstip plaats vinden. De telewerker heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer: tegen de wil van de bewoner mag de werkgever nooit de woning binnentreden. De belangrijkste wettelijke richtlijnen voor (tele)thuiswerkers zijn opgenomen in het door Jeanette A. Paul geschreven Arbo themacahier 5: "Risicogroepen op de werkplek" [Den Haag: SDU. 1999]. |
Op een kantoor zijn er routines die je tijd structureren en een scheiding aanbrengen werktijd en vrije tijd. Er is een routine voor het aankomen op kantoor en het beginnen aan je werk. Wanneer het lunchtijd is, merk je dat je collega's een pauze nemen en aan het eind van de dag gaan ze min of meer gelijktijdig naar huis. Bij telewerk weet je niet precies wanneer je pauzes moet houden of moet stoppen met werken. Tekens van vermoeidheid worden vaak makkelijk genegeerd omdat je geobsedeerd bent door een of ander probleem dat je in ieder geval nog wilt oplossen.
Door vereniging van thuis en werksfeer vervagen de grenzen tussen wonen en werken. Door telewerk krijg je 24-uur toegang tot de technologie waarmee je werkt. Het gevolg hiervan is vaak dat de toename van werkuren vaak groter is dan de besparing in forenstijd. Door gebrek aan onderscheid tussen werk en wonen krijgt het werk vaak ruimtelijk en temporeel de overhand. Woonkamers worden veranderd in kantoren omdat zij niet langer gebruikt worden voor ontspanning [Gurstein 1989]. Zo ontstaat de thuiswerkende 'workaholic'. Teveel werken veroorzaakt stress en stress-gerelateerde ziekte, 'burn out' en verminderde productiviteit [Van Burnout naar Burnin]. Weten wanneer je moet stoppen is niet alleen van essentieel belang voor een goede gezondheid, maar ook voor een goede arbeidsprestatie. Het handhaven van een onderscheid tussen persoonlijke ruimte en werkruimte is zeer belangrijk voor veel aspecten van onze emotionele en geestelijke gezondheid. In de meeste literatuur over telewerken worden de psychologische problemen van het thuiswerken zwaar onderschat.
Telewerkers zullen een nieuwe sociale vaardigheid moeten leren: zij moeten leren op bepaalde momenten niet bereikbaar te zijn om door te kunnen gaan met de rest van hun sociale en particuliere leven.
|
Hoe kunnen telethuiswerkers erzelf voor zorgen dat de risico's van stress en lichamelijke overbelasting (RSI) worden verkleind? Risico-reductie begint bij een goede inrichting van de werkplek zelf. Hieronder volgen een paar aanbevelingen voor de inrichting van de eigen werkplek.
|
"Ja, je zou kunnen opstaan en weer naar bed gaan zonder iemand anders te zien" [Alan Denbigh]. Telethuiswerkers moeten strategieën ontwikkelen om de risico's van isolatie en eenzaamheid te beperken. Je kunt contact leggen met mensen in je eigen omgeving die ook vanuit huis werken. Een andere mogelijkheid is het huis te verlaten en in plaats daarvan vanuit een kantoor werken in een naburig telecentrum of klein business centrum. De deur uit moeten heeft onmiskenbaar voordelen: de dag is strikt afgebakend in werk en vrije tijd. De reis van en naar huis is de ideale overgang tussen die twee werelden.
Telewerken gebeurt bijna nooit voor 100% maar bijna altijd in deeltijd, zodat in de overige tijd contact met de bedrijfsbasis kan worden onderhouden, overleg kan worden gepleegd enzovoort. De sociale contacten van telewerkers zijn meer samengebald dan die van kantoorwerkers. Zij concentreren hun afspraken door meer op afspraak te werken. Meedoen met 'wandelgangenwerk' en met het gezellige geruchtencircuit is dus niet onmogelijk voor telewerkers, maar ze moeten er iets meer moeite voor doen. Wie het niet op prijs stelt kan het gemakkelijker vermijden. De overgrote meerderheid van de telewerkers is van mening dat zij ondanks hun telewerk genoeg informeel contact hebben met hun collega's [Boyd 1997]
Werken in een traditioneel kantoorbedrijf heeft een belangrijke sociale component die afhankelijk is van de nabijheid. Werknemers besteden een deel van de werkdag aan het socialiseren met collega's bij het koffie- of kopieerapparaat. Deze kansen om te socialiseren (sociale contacten te leggen) gaan verloren wanneer de werknemer de hele dag thuis zit. Het verlies van deze socialisatietijd is potentieel schadelijk voor de mentale gezondheid van de werknemer en voor hun produktiviteit en werksatisfactie. Maar dezelfde technologieën die telewerk faciliteren faciliteren ook telesocialisatie. Internetnieuwsgroepen, kletsruimtes ('chat rooms') en elektronische post vergemakkelijken de interactie tussen mensen met gelijksoortige belangen en interesses ongeacht fysieke lokatie of socio-economische positie.
Kortom: telewerkers zijn niet (per definitie) eenzaam
|
Zelfstandige telewerkers en ondernemers hebben veel meer reden om op een algemene manier te netwerken. Zij moeten hun eigen arbeidskracht dan wel hun eigen produkten of diensten steeds weer opnieuw verkopen en zijn hierdoor als het ware genoodzaakt om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden. Zelfstandige en ondernemende telewerkers hebben daarom een relatief grote interesse voor een goed online netwerk dat gericht is op hun speciale werkbelangen. Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor offline netwerken - tenzij de baan het vereist, zijn werknemers minder geneigd om zich aan te sluiten bij algemene werkgeoriënteerde netwerken dan zelfstandigen.
Wanneer door verdergaande externe flexiblisering van de arbeidsverhoudigen de verschillen tussen 'employment' en 'self employment' kleiner worden, zou dit wel eens kunnen veranderen. Steeds meer werknemers moeten zichzelf steeds weer opnieuw verkopen en heruitvinden om werkkansen te behouden. Ik vermoed dat zij daarom meer interesse krijgen voor sommige van de vaardigheden en inzichten waaraan zelfstandigen behoefte hebben. |
De mogelijke nadelen van telewerk zijn hier vooral vanuit het werknemersperspectief geschetst. Ook vanuit het werkgeversperspectief zijn er een aantal risico's aan telewerk verbonden. De belangrijkste daarvan zijn:
Tenslotte kent telewerk ook vanuit een algemeen maatschappelijk perspectief een aantal de mogelijke nadelen:
Telesocialisatie is het gebruik van telecommunicatie en computertechnologie om sociale interactie te mediëren (net als bij de telefoon). Sinds de introductie van de telefoon zijn we gewend om betekenisvolle sociale interacties via telefoonverbindingen te laten verlopen. Moderne computers stellen ons in staat om de breedte en diepte van deze interacties uit te breiden. Zij vergemakkelijken de uitwisseling van allerlei soorten signalen - stilstaande en bewegende beelden, geluid en tekst - met de persoon aan de andere kant van de lijn. Telesocialisatie zal onze perceptie van wat betekenisvolle sociale interactie veranderen.
Samen met andere vormen van telesocialisatie maakt videoconferentie het telewerkers mogelijk om contact te onderhouden met hun collega's. Binnen een paar jaar zijn alle computers uitgerust met kleine videocamera's en microfoons waarmee gebruikers 'videofoon' gesprekken kunnen voeren over computernetwerken. Door hereniging van het gezicht met de stem maken videoconferentie en videofoon het mogelijk om tegen een redelijke prijs de fysieke nabijheid te suggereren. Wat noodzakelijk is voor sociale interactie is vervat in de stem of in de gelaatsuitdrukkingen. Naarmate de technologie verbetert en beeldschermen zo groot worden als de muur, kunnen we ook lichaamstaal via digitale verbindingen versturen - dan vervagen de grenzen tussen face-to-face en computergemedieerde interacties.
|
Sociale interacties die in specifieke fysieke omgevingen plaatsvinden zullen ook moeilijk digitaal dupliceerbaar zijn. Discodansen, barbezoek etc. zijn allemaal afhankelijk van specifieke fysieke omgevingen die door grote aantallen mensen worden bevolkt. Mensen ontlenen plezier aan het anoniem lid zijn van een grotere groep die een gelijksoortige activiteit verricht. Hoewel digitale omgevingen deze arangementen ruw kunnen dupliceren, is het moeilijk om de semi-randomness van potentiële interacties te repliceren die tussen deelnemers kunnen ontstand. Met de huidige technologie is het bijna onmogelijk om elke omgeving voor al de zintuigen te reproduceren. Zien en horen kunnen worden bevredigd door virtual reality apparatuur en software, maar fysieke gevolens en geuren kunnen op dit moment niet via telecommunicatieverbindingen worden overgedragen. 'Televrijen' of 'netliefde' is zeker niet ondenkbaar. Geliefden kunnen elkaar via de elektronische netwerken duidelijk horen en zien. Videofone interacties kunnen een zeer intiem zijn. Zeker wanneer we bedenken dat de technologie inmiddels voorhanden is om elkaar op afstand aan te raken. Maar 'televoelen' als digitaal duplicaat van direct voelen (aaien, strelen, kussen en copuleren) is nogal beperkt. De digitale duplicatie van een werkelijk intieme atmosfeer is extreem moeilijk, zo niet onmogelijk. Onze tactiele sensibiliteit is onnoemelijk veel groter dan de precisie waarmee we kunnen 'televoelen' en beperkt dus het genot dat we daaraan kunnen beleven. In werkelijk intieme relaties speelt bovendien de geur een zeer prominente rol (van zweet, parfum etc.). Het 'teleruiken' is inmiddels onderwerp van een zeer geavanceerde studies in computerlaboratoria. Maar de weg naar bruikbare 'reukmachines' is lang en blijft voorlopig vooral onderwerp van vermakelijke grappen over real aroma drives. Omdat fysiek contact een basiselement van menselijke intimiteit is, zullen we elkaar voorlopig op de traditionele manier moeten blijven aanraken, ruiken en vrijen. Kernpunt blijft: computers kunnen direct menselijk interacties nooit vervangen om de simpele reden dat zij geen (menselijk) lichaam hebben. Computers kunnen nooit echt 'intelligent' zijn in de menselijke betekenis van het woord. Uit de lange en onafgesloten discussies over 'kunstmatige intelligentie' kan m.i. in ieder geval één conclusie worden getrokken: "Omdat een computer geen lichaam en met name geen hand heeft, kan hij niet denken". Mensen weten bepaalde dingen omdat zij een menselijk lichaam hebben. Geen enkel organisme dat geen menselijk lichaam heeft kan deze dingen weten op de zelfde wijze dat mensen zij weten. Het menselijk lichaam stuurt drie functies aan die niet in computerprogramma's bestaan (en kunnen bestaan):
| /TR>
Voordelen ![]() |
Index | Telecentra |
|---|
| Home | Subject Areas | Samenleven | Over SocioSite | Zoek | Banner | Contact |
|---|
|
@1997-2010 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam |
| Laatst gewijzigd: 18 January, 2006 |