Home Subject Areas Samenleven Over SocioSite Zoek Banner Contact

Nadelen van Telewerk

Randvoorwaarden
  1. De persoon
  2. De plaats
  3. De onderneming als organisatie
  4. De arbeidstaak
Risico's van telewerk
  1. Inperking van tijd-ruimtelijke autonomie
  2. Erosie van duurzame werkgelegenheidkansen
  3. Afnemende invloed op vormgeving van bedrijfsstructuren
  4. Stagnatie van kwalificatie
  5. Permanente bereikbaarheid en overbelasting
  6. Afbraak van binding aan bedrijf als sociale plaats
  7. Risico's voor ondernemingen
  8. Maatschappelijke risico's
Concluderend

 

Voordelen Index Telecentra


Randvoorwaarden

Net als met elke andere nieuwe technologie of techniek levert telewerk alleen maar voordelen op wanneer zij in de juiste omstandigheden en op de juiste wijze wordt toegepast. Er zijn vier belangrijkste aspecten die in orde moeten zijn wil telewerk voordelen opleveren in plaats van problemen: de persoon, de plaats, de onderneming als organisatie en de arbeidstaak.

De persoon

De plaats

De onderneming als organisatie

De arbeidstaak

Conclusies
  1. Het aantal banen en personen dat geschikt is voor telewerken is beperkt. Colin Jackson (directeur van de Brusselse vestiging van het onderzoeksbureau OTR) schat dat slechts 10 procent van de banen hiervoor geschikt ['Telewerken'. mei/juni 1996]. Hij meent zelfs dat (thuis) telewerken al weer achterhaald is, hoewel er wel steeds meer mobiele werknemers zullen komen. Volgens TNO komen er in ons land zo'n 1,3 miljoen banen voor telewerken in aanmerking. Momenteel zijn er naar schatting zo'n 470.000 werknemers die een deel van hun werktijd telewerken. Daarvan zijn 140.000 telethuiswerkers en 330.000 mobiele werkers. Volgens marktonzoekbureau IDC groeit het aantal telewerkers tot de eeuwwisseling jaarlijks met ruim tien project.

  2. Geen van deze overwegingen is noodzakelijk een barrière voor telewerk. Zij illustreren slechts welke dingen verkeerd kunnen gaan wanneer een telewerkprogramma niet goed wordt doordacht. Als we iemand laten telewerken in de verkeerde omgeving en hem een taak laten verrichten die ongeschikt is, kunnen we problemen verwachten. Er wordt nog te vaak gezegd dat 'telewerk niet werkt' of 'telewerk niet voor óns werkt', terwijl er in werkelijkheid fouten zijn gemaakt bij het invoeren van telewerk.

Index


Risico's van telewerk

Telewerk heeft niet alleen voordelen, maar brengt ook een aantal risico's (potentiële nadelen) met zich mee.

Inperking van tijd-ruimtelijke autonomie

Erosie van duurzame werkgelegenheidskansen

Afnemende invloed op vormgeving van bedrijfsstructuren

ARBO-wet
Sinds de herziening van de Arbeidsomstandighedenwet in november 1994 worden ook loonafhankelijke thuiswerkers genoemd als een categorie werkenden waarop de wet van toepassing is. In beginsel zijn alle algemene verplichtingen van de Arbowet onverkort van toepassing op telewerk. Dat geldt bijvoorbeeld voor de algemene zorg voor veilig en gezond werken, de verplichting tot het maken van een risico-inventarisatie en de verplichting tot het geven van voorlichting en onderricht. Sommige wettelijke bepalingen blijven bij telewerk buiten toepassing, omdat de werkgever daaraan niet kan voldoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verplichting om eerste hulp bij ongevallen te bieden en in noodsituaties de werknemers te evacueren.

Bij telewerk gelden bovendien een tweetal aanvullende verplichtingen.

Op grond van het 'Besluit Thuiswerk' moet de werkgever bepaalde gegevens beschikbaar hebben: de naam en het adres van de telewerkers, gegevens over werkzaamheden en apparatuur die daarbij gebruikt wordt. Bovendien heeft de werkgever de verplichting om voorzieningen te treffen wanneer de werkplek niet aan de gestelde Arbo-eisen voldoet, of de telewerker niet over de benodigde middelen beschikt.

Op grond van het 'Besluit Beeldschermwerk' moet de werkgever de telewerker in de gelegenheid stellen om oogonderzoek te ondergaan. In dit besluit worden tevens een aantal specifieke eisen gesteld aan de apparatuur, het werkblad e.d. waarvan de telewerker gebruik maakt. De werkgever is verantwoordelijk voor het onderhoud van de apparatuur waarmee de telewerker werkt. Voor beeldschermwerkplekken in een thuissituatie gelden in principe dezelfde eisen als in een kantoorsituatie. De werkplekgebonden voorzieningen - zoals stoel, werktafel, verlichting en beeldschermapparatuur - dient ook bij telewerk te voldoen aan algemene eisen van ergonomisch ontwerp. De verplichtingen van de werkgever zijn beperkt tot deze 'werkplekgebonden voorzieningen' en strekken zich niet uit tot de omgevingsfactoren, zoals verwarming en ventilatie.

Veel thuiswerk wordt gekenmerkt door repeteterende bewegingen van de vingers, handen en armen. Dit werk kan leiden tot aandoeningen die vallen onder het containerbegrip 'Repetitive Strain Injury' (RSI). In de wettelijk verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie dient hieraan speciaal aandacht te worden besteed. In het Arboinformatieblad AI-2 "Werken met beeldschermen" [Den Haag: SDU. 1997]wordt aangegeven wat dit voor telewerkers betekent. Beeldschermwerk thuis moet als dit langer dan twee uur gemiddeld per dag plaatsvindt aan dezelfde eisen voldoen die gelden voor beeldschermwerk op kantoor. Dit betreft ook:

  • de afwisseling van het werk door andersoortig werk of pauzes;
  • het oogonderzoek en het verschaffen van oogcorrectiemiddelen;
  • de beeldschermapparatuur en het meubilair;
  • de inrichting van de beeldschermplek en de gebruikte programmatuur;
  • de verlichting.
Wanneer de werknemer nog niet zelf over de hulpmiddelen beschikt, moet de werkgever zorgen voor de computer, de werktafel (bureau), de werkstole en de verlichting.

Vanuit veiligheidsoptiek is bijvoorbeeld de aanwezigheden van een geaard stopcontact voor een aantal bedrijven een minimale voorwaarde voor het verstrekken van beeldsschermapparatuur voor het telethuiswerken. In de risico-inventarisatie en -evaluatie dient aandacht besteed te worden aan het goed en veilig gebruik van arbeidsmiddelen (zoals de computer).

Alle kosten die verbonden zijn aan de naleving van de Arbowet-verplichtingen komen voor rekening van de werkgever en mogen niet ten laste van de werknemers worden gebracht. Werkgevers hebben het recht om de arbeidsomstandigheden van hun telewerkers thuis te controleren, maar niet zonder toestemming van de telewerker. De werkgevers moet bij eventueel huisbezoek de nodige zorgvuldigheid in acht nemen - het moet altijd vooraf worden aangekondigd en op een redelijk tijdstip plaats vinden. De telewerker heeft recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer: tegen de wil van de bewoner mag de werkgever nooit de woning binnentreden.

De belangrijkste wettelijke richtlijnen voor (tele)thuiswerkers zijn opgenomen in het door Jeanette A. Paul geschreven Arbo themacahier 5: "Risicogroepen op de werkplek" [Den Haag: SDU. 1999].

Stagnatie van kwalificatie door ontkoppeling van communicatieprocessen in onderneming

Permanente bereikbaarheid en overbelasting

Fight the Stress and RSI
Telethuiswerkers combineren veel zaken waardoor de werkstress hoger kan zijn. Bovendien laten ook vaak de arbeidsomstandigheden veel te wensen over. En tenslotte zijn zij ook vaker langdurig aan het werk, zonder onderbrekingen en in belastende werkhoudingen. Dit samen kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van het werk en op de lichamelijke belasting.

Hoe kunnen telethuiswerkers erzelf voor zorgen dat de risico's van stress en lichamelijke overbelasting (RSI) worden verkleind? Risico-reductie begint bij een goede inrichting van de werkplek zelf. Hieronder volgen een paar aanbevelingen voor de inrichting van de eigen werkplek.

  1. Stoel
    Zorg voor een goed stoel die voldoende zitdiepte heeft, een goede ondersteuning geeft in de onderrug en voorzien is van verstelbare armleggers die de onderarmen op de goede hoogte en breedte kunnen afsteunen. De stoel moet op de juiste hoogte ingegesteld kunnen worden.

  2. Bureau
    Zorg ervoor dat het bureau voldoende ruimte heeft om het beeldscherm op de juiste manier te kunnen opstellen. Denk ook aan een goede plaatsing van toetsenbord en muis. Gebruik indien bodig een goede documenthouder en plaats deze tussen toetsenbord en scherm. De hoogte van het bureau moet goed afgestemd zijn op de lengte van de gebruiker. De afmeting van het bureaublad (breedte en diepte) moet goed afgestemd zijn op de grootte (breedte en diepte) van het te plaatsen beeldscherm. Voor een goede kijkafstand tot het scherm worden de volgende vuistregels gehanteerd:
    • 16 inch scherm, bureaudiepte minimaal 80 cm.
    • 17 inch scherm, bureaudiepte minimaal 100 cm.
    • 19 inch scherm, bureaudiept ruim 100 cm.

  3. Beeldscherm
    1. Zorg ervoor dat het beeldscherm recht voor u wordt gezet op een afstand van 50-70 centimeter vanaf de ogen.
    2. Zet uw beeldscherm in een hoek van 90 ten opzichte van het raam en zorg ervoor dat er geen hinderlijk invallend licht op het scherm valt (gebruik aanwezige zonwering of dring aan op aanbrengen van zonwering).
    3. Zet de scherpte van het scherm zo dat u niet hoeft te turen of te knijpen met uw ogen. Stel de achtergrond in op licht (wit) en de letters in op donker (zwart). De bril of lenzen die u draagt zijn niet altijd geschikt voor werk achter een beeldscherm. Raadpleeg bij oogklachten in overleg met uw bedrijf uw Arbodienst.

  4. Pauze
    Verricht geen langdurig aaneengesloten beeldschermwerk zonder te pauzeren. Neem steeds korte pauzes. In ieder geval na elk uur 10 minuten en bij voorkeur meerdere korte pauzes per uur, eventueel aangevuld met ontspanningsoefeningen. Vaak wordt thuiswerk verricht nadat er al een werkdag opzit. Maximaal 5-6 uur per dag beeldschermwerk en niet langer (dus het totaal van beeldschermwerk zowel op kantoor als thuis).

  5. Klachten
    Wanneer men klachten krijgt van de bovenste ledematen (vingers, pols, onderarm, schouder en net) bedenk dan dat u mogelijk al te lang achter het scherm zit te werken. Verminder of stop dan het werk. Bij aanhouden of verergeren van de klachten raadpleegt u dan in overleg met het bedrijf een bedrijfsarts. Bij negeren van klachten is er een reële kans op het ontwikkelen van RSI. Deze aandoening is alleen in de beginfase te behandelen (preventie). Indien er sprake is van chronische klachten kan dit zelfs tot volledige arbeidsongeschiktheid leiden.

Afbraak van binding aan bedrijf als sociale plaats: sociale isolatie

Risico's voor ondernemingen

Maatschappelijke risico's

Index


Concluderend

Een ding lijkt duidelijk: het tot nu toe nog dominerende model van bedrijfsmatig georganiseerde, temporeel genormeerde en beroepsmatig geïnstitutionaliseerde beroepsarbeid, dus de klassieke normale arbeidsverhouding, zal in het informatietijdperk niet meer in die vorm bestaan. In het informatietijdperk zal steeds meer gedecentraliseerd en gedeconcentreerd worden gewerkt, op steeds meer plaatsen en steeds minder in grote bedrijven. Daarbij gaat het onder andere om:

Door deze ontwikkeling gaat het bedrijf als plaats van sociale communicatie en persoonlijke samenwerking tendentieel verloren. Interacties die vroeger face-to face verliepen zullen steeds meer door computers worden gemedieerd. Computergemedieerde interacties zullen een steeds groter onderdeel worden van het normale dagelijkse leven. Mensen zullen daardoor nieuwe eisen stellen aan de manier waarop hun behoefte aan sociale interactie bevredigd wordt, en die nieuwe vereisten impliceren niet altijd fysieke nabijheid.

Telesocialisatie is het gebruik van telecommunicatie en computertechnologie om sociale interactie te mediëren (net als bij de telefoon). Sinds de introductie van de telefoon zijn we gewend om betekenisvolle sociale interacties via telefoonverbindingen te laten verlopen. Moderne computers stellen ons in staat om de breedte en diepte van deze interacties uit te breiden. Zij vergemakkelijken de uitwisseling van allerlei soorten signalen - stilstaande en bewegende beelden, geluid en tekst - met de persoon aan de andere kant van de lijn. Telesocialisatie zal onze perceptie van wat betekenisvolle sociale interactie veranderen.

Samen met andere vormen van telesocialisatie maakt videoconferentie het telewerkers mogelijk om contact te onderhouden met hun collega's. Binnen een paar jaar zijn alle computers uitgerust met kleine videocamera's en microfoons waarmee gebruikers 'videofoon' gesprekken kunnen voeren over computernetwerken. Door hereniging van het gezicht met de stem maken videoconferentie en videofoon het mogelijk om tegen een redelijke prijs de fysieke nabijheid te suggereren. Wat noodzakelijk is voor sociale interactie is vervat in de stem of in de gelaatsuitdrukkingen. Naarmate de technologie verbetert en beeldschermen zo groot worden als de muur, kunnen we ook lichaamstaal via digitale verbindingen versturen - dan vervagen de grenzen tussen face-to-face en computergemedieerde interacties.

Computers blijven dom
Sommige vormen van socialisatie zijn niet op een digitaal medium overdraagbaar (althans niet in de nabije toekomst). Massabijeenkomsten - vaak gecentreerd rond optredens en sportevenementen - zullen voor veel mensen populair blijven. Deze typen evenementen zouden in de toekomst wel eens als een centraliserende kracht kunnen gaan dienen.

Sociale interacties die in specifieke fysieke omgevingen plaatsvinden zullen ook moeilijk digitaal dupliceerbaar zijn. Discodansen, barbezoek etc. zijn allemaal afhankelijk van specifieke fysieke omgevingen die door grote aantallen mensen worden bevolkt. Mensen ontlenen plezier aan het anoniem lid zijn van een grotere groep die een gelijksoortige activiteit verricht. Hoewel digitale omgevingen deze arangementen ruw kunnen dupliceren, is het moeilijk om de semi-randomness van potentiële interacties te repliceren die tussen deelnemers kunnen ontstand. Met de huidige technologie is het bijna onmogelijk om elke omgeving voor al de zintuigen te reproduceren. Zien en horen kunnen worden bevredigd door virtual reality apparatuur en software, maar fysieke gevolens en geuren kunnen op dit moment niet via telecommunicatieverbindingen worden overgedragen.

'Televrijen' of 'netliefde' is zeker niet ondenkbaar. Geliefden kunnen elkaar via de elektronische netwerken duidelijk horen en zien. Videofone interacties kunnen een zeer intiem zijn. Zeker wanneer we bedenken dat de technologie inmiddels voorhanden is om elkaar op afstand aan te raken. Maar 'televoelen' als digitaal duplicaat van direct voelen (aaien, strelen, kussen en copuleren) is nogal beperkt. De digitale duplicatie van een werkelijk intieme atmosfeer is extreem moeilijk, zo niet onmogelijk. Onze tactiele sensibiliteit is onnoemelijk veel groter dan de precisie waarmee we kunnen 'televoelen' en beperkt dus het genot dat we daaraan kunnen beleven.

In werkelijk intieme relaties speelt bovendien de geur een zeer prominente rol (van zweet, parfum etc.). Het 'teleruiken' is inmiddels onderwerp van een zeer geavanceerde studies in computerlaboratoria. Maar de weg naar bruikbare 'reukmachines' is lang en blijft voorlopig vooral onderwerp van vermakelijke grappen over real aroma drives. Omdat fysiek contact een basiselement van menselijke intimiteit is, zullen we elkaar voorlopig op de traditionele manier moeten blijven aanraken, ruiken en vrijen. Kernpunt blijft: computers kunnen direct menselijk interacties nooit vervangen om de simpele reden dat zij geen (menselijk) lichaam hebben.

Computers kunnen nooit echt 'intelligent' zijn in de menselijke betekenis van het woord. Uit de lange en onafgesloten discussies over 'kunstmatige intelligentie' kan m.i. in ieder geval één conclusie worden getrokken: "Omdat een computer geen lichaam en met name geen hand heeft, kan hij niet denken". Mensen weten bepaalde dingen omdat zij een menselijk lichaam hebben. Geen enkel organisme dat geen menselijk lichaam heeft kan deze dingen weten op de zelfde wijze dat mensen zij weten. Het menselijk lichaam stuurt drie functies aan die niet in computerprogramma's bestaan (en kunnen bestaan):

  1. interne horizon, d.w/z de gedeeltelijk onbepaalde anticipatie van gedeeltelijk onbepaalde gegevens (digitale computers kunnen alleen maar uit de weg met de anticipatie van volledig gespecificeerde alternatieven en met volledig ongespecificeerde alternatieven);
  2. het omvattende karakter van deze anticipatie;
  3. de overdraagbaarheid van deze anticipatie van het ene zintuiglijke en handelingsorgaan op het andere.


Voordelen Index Telecentra
Index
Home Subject Areas Samenleven Over SocioSite Zoek Banner Contact

@1997-2017
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
Laatst gewijzigd: 30 December, 2014