| Home | Subject Areas | Samenleven | Over SocioSite | Zoek | Banner | Contact |
|---|
| Globalisering van produktieprocessen | ||
Inleiding ![]() |
Index | Achtergronden
|
|---|---|---|
De aard en organisatie van de maatschappelijke arbeid heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. Sinds het ontstaan van het industriële kapitalisme betekende werken voornamelijk het tegelijkertijd met andere werknemers samenwerken in een bepaalde ruimte. Dit principe van gelijktijdigheid en ruimtelijke geconcentreerdheid van de maatschappelijke arbeid is tegenwoordig lang niet meer zo vanzelfsprekend. De tijdsstructuren van de arbeid vertonen door toenemende flexibilisering een steeds grotere diversiteit, en de ruimtelijke structuren worden steeds verder gedeconcentreerd. Door het ontstaan van een globale informatieruimte kondigt zich een fundamentele verandering van de tijd-ruimtelijke figuratie van maatschappelijke arbeidsprocessen aan. Een toenemend aantal arbeidstaken in het produktieproces kan onafhankelijk van de conventionele tijd-ruimtelijke voorwaarden worden verricht. Dit impliceert een reeks drastische verandering van produktie- of arbeidsprocessen.
De globalisering van de arbeidsprocessen gaat gepaard met een structurele ontkoppeling van de bepalende grote ondernemingen van de binnenlandse vraag. Door de wereldomspannende netwerken van rijkdom, macht en informatie heeft de moderne natie-staat veel van zijn soevereinitiet verloren. De privatisering van publieke diensten en de ontmanteling van de verzorgingsstaat verbreken het historische compromis tussen kapitaal en arbeid. Deze ontwikkeling werpt fundamentele problemen op voor de institutionele sturing van economische processen, maakt politieke actoren die binnen nationale staten ageren tot 'slaven van de wereldmarkt'. Daarmee komt de vraag naar het uiteenvallen van het systeem van politieke sturing en van het economische systeem in nieuwe scherpte op de agenda.
Met de toenemende uitbreiding van het informatieniveau kan het organisatorische differentiatieproces tot steeds fijner gedifferentieerde arbeidsstructuren leiden zowel in ruimtelijk als in temporeel opzicht. Produktieketens worden steeds minder gedefinieerd door de grenzen van het bedrijf; zij worden gevormd door het temporeel begrensde, informatietechnisch bemiddelde samenwerken van organisatorische eenheden op zeer verschillende lokaties. Dit zijn vaak juridisch zelfstandige ondernemingen of als winstcentra verzelfstandigde voormalige ondernemingsafdelingen. De mondiale onderneming is een netwerk van flexibele werkmaatschappijen, waarin de informatie supersnel circuleert en waarin kapitaal en arbeidskrachten op de meest profijtelijke manier over de hele wereld worden gecombineerd en gehergroepeerd. De differentiatie kan zo ver gaan dat iedere werknemer 'schijnzelfstandig' en vaak als telewerker in het arbeidsproces geïntegreerd is.

Daarmee worden de grondbepalingen van het arbeidsrecht en van de medezeggenschapswet uitgehold. Noodzakelijk is bijv. een nieuwe definitie van de status van de afhankelijke werknemer en van het bedrijfsbegrip [Riester 1995].
a Status van werknemers
De wereldwijde concurrentiedruk, de erosie van de tijd-ruimtelijke eenheid van het bedrijf en nieuwe vormen van arbeid zullen ertoe leiden dat de flexibilisering van de arbeidsverhouding zal toenemen.[1]
Het aantal flexibele banen stijgt spectaculair. Eenderde van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt krijgt tegenwoordig in Nederland een flexibel arbeidscontract [Sociaal-economische dynamiek van CBS].[2] Van de gehele werkzame beroepsbevolking is 7 procent flexwerker (begin dit jaar werd dit aantal door CBS overigens al op 9 procent gesteld; voor vrouwen is dit 16% en voor jongeren tussen 15-24 jaar zelfs 22%). Flexibele arbeidscontracten duren korter dan één jaar, of ze verplichten de werknemer een wisselqend aantal uren per week te werken. De vraag is of het hoge percentage flexwerkers onder de nieuwkomers een voorbode is voor een spectaculaire groei van het aantal flexwerkers.[3]
De flexibilisering werkt daarbij in meerdere dimensies, bijv.:
b Zeggenschapsrechten
Er zijn grote problemen te verwachten voor het voortbestaan van medezeggenschapsrechten van de werknemers en voor de verdediging van hun sociaalpolitieke verworvenheden. Het ontstaan van multinationale ondernemingen had al geleid tot een verscherping van de onderlinge concurrentie van de afhankelijke werknemers en een uitholling van de medezeggenschapsrechten. Deze tendens zal nog sterker worden naarmate de arbeidsprocessen vluchtiger worden tegenover hun ruimtelijke en stoffelijke stucturen. Medezeggenschap op bedrijfsniveau veronderstelt immers het bestaan van een werkelijk bedrijf. Er moeten nieuwe vormen gevonden worden om de huidige mezeggenschapsrechten te behouden en uit te breiden op het nieuwe type van werknemers, de bedrijfsloze informatiewerknemers.
Europa bevindt zich in het middelpunt van deze diepingrijpende revolutie. In tegenstelling tot degenen die denken dat de internet-hausse op zijn retour is, zullen de ontwikkelingen op het gebied van internet-technologie de komende jaren in een stroomversnelling raken. "De huidige mogelijkheden van Internet-technologie verbleken in vergelijking met hetgeen de komende jaren op ons af komt" [James Richardson, President Cisco EMEA].
Het CISCO-rapport voorspelt een periode van sterke verandering van de wijze waarop we werken, leven, spelen en leren. Steeds meer mensen zullen sneller van baan wisselen en zich dus niet meer hun hele leven verbinden aan één werkgever. Ook winkelen via internet zal een sterke vlucht nemen, doordat men alle mogelijke producten, uiteenlopend van etenswaren tot verzekeringen, gemakkelijk online kan gaan bestellen.
Wat zijn de overeenkomsten tussen de Industriéle en de Internet Revolutie? Deze betreffen met name (a) een groei in welvaart en handel, (b) een toenemend belang van investeringen in buitenlanden, (c) veranderingen in arbeidsverhoudingen en (d) een massa migratie van het 'veld' naar de fabriek en daarna weer terug. Het rapport doet tevens een aantal specifiek voorspellingen over de impact van internet op ons dagelijks leven, waaronder:
|
Er zijn veel tekens die erop wijzen dat het industriële ontwikkelingsmodel zijn beste tijd gehad heeft. Het lijkt wel alsof we aan het begin staan van een 'omgekeerde industriële revolutie'. Op diverse manieren wordt de eenduidigheid van de tijd-ruimtelijke structurering van de arbeid doorbroken. Met behulp van de moderne informatie- en telecommunicatietechnologie kan er tegenwoordig 'op afstand' en 'flexibel' worden gewerkt. Geografisch gezien wordt de arbeid steeds meer verspreid in temporeel begrensde, informatietechnisch gemedieerde samenwerking van organisatie-eenheden op verschillende lokaties. Temporeel gezien wordt de gestandaardiseerde normale arbeidstijd meer en meer vervangen door gediversifieerde flexibele arbeidstijden. De geuniformeerde tijdsstructuur van de industriële arbeid met zijn van te voren vastgelegde aanvang en einde lost zich op in een veel grotere diversiteit van flexibele, geïndividualiseerde werktijden. Deze deconcentratie van tijd en individualisering van arbeid zou wel eens het begin kunnen zijn van een relativering van de scheiding tussen werken en wonen als ook tussen stad en platteland. Voor sommige mensen die nu al een of andere vorm van telewerk verrichten (telethuisarbeid, werken in satelietkantoren of in telecentra) is dat al een realiteit.
De fabriek was het model voor een specifieke tijd-ruimtelijke eenheid van de industriële, commerciële en dienstverlenende arbeid. Het model van de fabrieksarbeid dat zo kenmerkend was voor het industriële ontwikkelingspatroon wordt in de fase van het informationele kapitalisme vervangen door het model van telearbeid. Een toenemend aantal taken in het arbeidsproces kan onafhankelijk van de conventionele tijd-ruimtelijke voorwaarden worden verricht. Welke gevolgen dit zal hebben voor de structuur van de maatschappelijke, organisationele en interactionele arbeidsverhoudingen is nog nauwelijks te overzien.
Schieten op bewegende doelen is altijd moeilijk. Sinds de opkomst van het kapitalisme werd arbeid steeds sterker geïdentificeerd met loonarbeid die buitenshuis, in fabrieken en kantoren werd verricht. De fabriek was het model voor een specifieke tijd-ruimtelijke eenheid van de industriële, commerciële en dienstverlenende arbeid. Door de moderne informatie- en telecommunicatietechnologie wordt de eenduidigheid van de tijd-ruimtelijke structuren van de loonarbeid doorbroken. Hierdoor worden tevens de scheidslijnen tussen arbeid en niet-arbeid steeds minder duidelijk. Steeds meer typen betaald werk worden tegenwoordig thuis verricht: telewerk, telecommunicatie en 'networking' hebben breuken geslagen in het klassieke model van de fabrieksarbeid. Zowel de eenheid van arbeidstijd ('from nine to five') als de eenheid van ruimte (de fabriek, het kantoor) worden hierdoor steeds verder doorbroken.
Omgekeerde industriële revolutie?

We beginnen steeds meer te wennen aan een wereld waarin communicatie wereldwijd ('globaal') en direct ('instantelijk') kan zijn. Hierdoor worden de tijd-ruimtelijke structuren van arbeid fundamenteel veranderd, zeker waar het informatieverwerking betreft. De verspreiding van de moderne computertechnologie heeft nieuwe industrieën mogelijk gemaakt die op wereldwijde en uiterst snelle wijze informatie kunnen verzamelen, verwerken, bewerken en verzenden. Zowel ruimte als tijd worden hierdoor gecomprimeerd. Dit heeft geresulteerd in een dramatische groei van commerciële dienstverlening, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen, reisbureaus en softwarebedrijven. Of de door velen verwachte groei van tele-thuiswerk daadwerkelijk zo'n vlucht zal nemen, valt nog te bezien. We moeten ons niet laten verleiden om de potentiële gevolgen van de moderne high-tech voor te stellen als onvermijdelijke consequenties. Maar we moeten in ieder geval niet de ogen sluiten voor het feit dat er zeer belangrijke verschuivingen optreden in de tijd-ruimtelijke structurering van de arbeid. Hierdoor vervagen de schijnbaar duidelijke scheidslijnen tussen arbeid en niet-arbeid, en is derhalve het arbeidsbegrip aan een grondige revisie toe [zie: Arbeid - een lastig en omstreden begrip].
De betekenissen van 'thuis' en 'werk' zullen veranderen in die mate dat het onderscheid tussen beide vervaagt. Meer dan een eeuw lang zijn sociale en psychologische constructies gebaseerd op temporele en fysieke scheiding tussen wonen en werken. Deze constructies worden door telewerk en andere teleactiviteiten ter discussie gesteld. Wanneer 'thuis' een werkplaats wordt, vervagen de scheidslijnen tussen werk en gezin, werkplaats en thuis, publieke en private sfeer.
De uitbouw van diverse vormen van telewerk werpt een reeks fundamentele vragen op. Vragen over (1) welke werknemers van de voordelen van telewerk kunnen profiteren en wie niet, en (2) hoe het staat met de belangenbehartiging van werknemers.
Inleiding ![]() |
Index | Achtergronden
|
|---|
[2] Onder nieuwkomers verstaat het CBS: schoolverlaters, herintredende vrouwen en werklozen die een baan vinden.
[3] Het CBS is hierover voorzichtig omdat er nogal wat tijdelijke contracten dienen als een verlengde proeftijd. Flexwerkers worden dan, met enige vertraging, alsnog vaste krachten. Bovendien tellen scholieren en studenten met een bijbaantje ook mee als nieuwkomer, mits ze een baantje hebben van twaalf uur per week of meer.
Uit hetzelfde rapport blijkt ook dat werknemers langer bij dezelfde baas blijven. In 1992 duurde het gemiddelde dienstverband 8,4 jaar. Dat was in 1995 opgelopen naar 9 jaar. Dat is opmerkelijk want het kabinet prbeert de mobiliteit van werknemers te vergroten. Kortom: de werknemers zijn de laatste jaren 'honkvaster' geworden [organisatie-adviesbureau Coopers & Lybrand en Berenschot]. Dat werknemers minder gemakkelijk van baan veranderen is een tegendraadse ontwikkeling. De groei van het aantal flexibele arbeidscontracten zou juist moeten leiden tot een vermindering van de gemiddelde duur van een dienstverband. Bovendien komen er steeds meer groepen op de arbeidsmarkt die relatief vaak van baan wisselen. Vooral de vergrijzing is debet aan het feit dat werknemers langer bij dezelfde baan blijven.
Van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt is inmiddels de helft vrouw. Maar dit betekent niet dat de helft van de werknemers straks vrouw zal zijn, want vrouwen verlaten de arbeidsmarkt relatief vaak. Hetzij doordat ze werkloos worden, hetzij doordat ze vrijwillig met werken stoppen.
[4] Uit FNV onderzoek blijkt dat 55% van de ondervraagden positief staat tegenover flexibilisering in het algemeen, maar dat tevens 59% beducht is voor meer werkdruk door flexibilisering (angst voor de 'tempocratie').
| Home | Subject Areas | Samenleven | Over SocioSite | Zoek | Banner | Contact |
|---|
|
@1997-2013 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam |
| Laatst gewijzigd: 18 January, 2006 |