Albert Benschop
Een transactie is een micro-analytische analyse-eenheid. De relevante gegevens voor de TCE zijn niet de prijzen en de output, maar de details van de (kenmerken van) transacties. De organisatievorm is daarbij uitermate relevant. Een onderneming wordt gethematiseerd als beheersstructuur ('governance structure') en niet als een neoklassieke produktiefunctie. Hierdoor wordt er veel meer aandacht besteed aan de interne organisatiestructuur, aan de prikkels waarmee het gedrag van managers en personeelsleden wordt gemotiveerd en aan de controlemechanismen. De problemen van economische organisaties worden gelokaliseerd in de transformatieprocessen die optreden door het sluiten van contracten.
We hebben gezien dat Williamson een onderscheid maakt tussen drie principiële dimensies van transacties: bronspecificiteit, onzekerheid en frequentie. Daarmee construeert hij een analytisch model van zes typen transacties waaraan vervolgens een viertal bestuursstructuren worden verbonden. De vooronderstelling van dit model is dat in alle gevallen de onzekerheid en dus de noodzaak van adaptieve, sequentiële beslissingen in voldoende mate aanwezig is (zodat deze dimensie in dit model geen rol speelt). Het model bevat drie frequentieklassen: eenmalige, incidentele en regelmatige transacties. En er worden drie klassen van bronspecificiteit onderscheiden: niet-specifieke, gemengde en zeer specifieke ('idiosyncratische') brontransacties.
Figuur 3 Illustratieve transacties

Bron: Williamson [1985:73 - figure 3.1]
In dit model worden de volgende suggesties gedaan. (1) Sterk gestandaardiseerde transacties vereisen meestal geen gespecialiseerde beheersstructuur. (2) Alleen regelmatige transacties vereisten een sterk gespecialiseerde beheersstructuur. (3) Incidentele transacties van een niet-gestandaardiseerde soort vereisen geen transactie-specifieke beheersstructuren , maar wel speciale aandacht [Williamson 1985:72]. Om zijn constructie te verduidelijken refereer ik de vier beheersstructuren die aan deze typologie van transacties wordt gekoppeld.
Bij niet-specifieke incidentele transacties kunnen kopers (en verkopers) minder direct vertrouwen op ervaring om ervoor te zorgen dat deze transacties tegen opportunisme worden beschermd. Vaak kunnen echter 'rating services' of de ervaringen van andere kopers van hetzelfde produkt worden geraadpleegd. Omdat het produkt of dienst gestandaardiseerd is, geeft een dergelijke 'experience rating' formele en informele prikkels voor partijen om zich verantwoordelijk te gedragen.
Niet-specifieke transacties vinden meestal binnen een wettelijk kader plaats, maar zijn daarvan niet sterk afhankelijk. Transacties waarbij markten dienen als belangrijkste beheers- of coördinatiewijze komen dicht in de buurt van het paradigma van 'discrete contracting': de specifieke identiteit van de partijen is van geringe betekenis ('faceless contracting'), de substantiële inhoud wordt bepaald door referentie aan de formele termen van het contract en er zijn wettelijke regels op van toepassing. Omdat en voorzover er op de markt ook alternatieven (alternatieve kopers en verkopers) zijn, wordt elke partij tegen het opportunisme van zijn tegenpool beschermd. Er wordt alleen maar geprocedeerd om claims te regelen en er wordt geen gerichte inspanning gedaan om de relatie in stand te houden omdat de relatie niet onafhankelijk wordt gewaardeerd. Wanneer zich een serieus conflict voordoet (bijvoorbeeld over de levering van slechte goederen, over de late bezorging van goederen of over wanbetaling door kopers) dan wordt het discrete contract verbroken en blijft er niets anders over dan een conflict over monetaire schade dat door een juridisch proces kan worden geregeld.
Bij transacties voor tussenprodukten kunnen twee typen transactie-specifieke beheersstructuren worden onderscheiden:
Bij externe verwerving worden weliswaar krachtige marktprikkels gehandhaafd en worden bureaucratische vervormingen begrensd, maar er ontstaan ook problemen met marktverwerving. Interne aanpassingen kunnen door fiat worden geëffectueerd, maar bij externe verwerving moeten effectieve aanpassingen via een marktinterface verlopen. Natuurlijk kan men van begin af aan rekening houden met mogelijke aanpassingen en kan daarin expliciet door het contract worden voorzien. Maar vaak is dit onmogelijk of ontzettend duur. Aanpassingen via een marktinterface kunnen alleen worden bereikt door wederzijdse, vervolgovereenkomsten. Wanneer de belangen van de partijen niet parallel lopen als er aanpassingsvoorstellen worden gedaan, ontstaat er een dilemma.
Enerzijds zijn beide partijen gemotiveerd om de relatie te handhaven: zij willen vermijden dat gewaardeerde transactie-specieke economieën worden opgeofferd. Anderzijds eigent elke partij een aparte winststroom toe en kan men er niet van uitgaan dat zij direct zullen instemmen met elk contractueel wijzigingsvoorstel. Daarom moet dus een manier worden gevonden om toelaatbare wijzigingsvoorstellen te melden, zodat een flexibiliteit tot stand komt waarin beide partijen vertrouwen hebben. Dit kan gedeeltelijk worden bereikt door: (1) de erkenning dat de risico's van opportunisme variëren met het type voorgestelde aanpassing; (2) het beperken van aanpassingen tot punten waar de risico's het kleinst zijn; (3) het inbouwen van globale clausules voor prijsveranderingen die op algemene economische voorwaarden (zoals inflatiepercentages of wisselkoersen) betrokken zijn (escalatieclausules).[3] Maar de geest waarin aanpassingen worden geëffectueerd is minstens even belangrijk [Macaulay 1963:61].
Het eerste type uitzondering is wanneer een van de partijen bij een idiosyncratische ruil in crisis verkeerd. Met het oog op een mogelijke crisis die de relatie op het spel zet kan een ad hoc prijsverlaging worden toegestaan. Relevanter is echter de vraag of er omstandigheden zijn waarbij interim prijsaanpassingen routineus hunnen worden gemaakt. Twee voorwaarden zijn hierbij van belang: (1) de voorstellen om prijzen aan te passen moeten gerelateerd zijn aan exogene, relevante en gemakkelijk te verifiëren gebeurtenissen; (2) kwantificeerbare kostengevolgen moeten daaraan op betrouwbare wijze gerelateerd zijn. Een voorbeeld: bij een bouwcontract voor een object waarin veel staal verwerkt wordt kan de prijs voor het staal als een variabele factor worden beschouwd, die gerelateerd wordt aan de - door externe gebeurtenissen bepaalde - wisseling van de wereldhandelsprijs voor staal. De kostenstijging of daling van het staal kan contractueel worden verdisconteerd wanneer fractionele kosten van de betreffende component gespecificeerd kunnen worden. Dit is echter niet voor alle kosten mogelijk. Veranderingen in overheadkosten zijn bijvoorbeeld uiterst moeilijk te valideren.
Verticale integratie heeft meerdere voordelen.
Figuur 4 Efficiënt beheer

Bron: Williamson [1985:79 -figure 3.2]
3 Dimensies van transacties Index 5 Tussen markten en hiërarchieën
|
[1]
Bij het initiële contract wordt vaak nog door 'grote aantallen' geboden. Of deze open concurrentiesituatie ook daarna nog effectief zal bestaan, is afhankelijk van de vraag of de betreffende goederen of diensten worden gesteund door duurzame investeringen in transactiespecifieke menselijke en fysieke bronnen. Wanneer er geen
gespecialiseerde investeringen worden gedaan, behaalt de initiële
winnende bieder geen voordeel boven zijn verliezende concurrenten. Wanneer
de winnaar voor lange tijd als leverancier optreedt, is dit alleen omdat
hij steeds weer de competitieve biedingen van gekwalificeerde rivalen
verslaat. Wanneer er echter substantiële investeringen worden gedaan
in transactiespecifieke bronnen hebben de rivalen daarna geen gelijke
kansen meer en genieten de winnaars voordelen boven niet-winnaars. Wat
aanvankelijk een bieding door grote aantallen was, wordt daarna
getransformeerd in een bilaterale levering.
Deze 'fundamentele transformatie' [WILLIAMSON 1985:61] heeft enorme transactionele gevolgen.
[2] De bilaterale structuren worden door Williamson verder uitgewerkt in hft. 7 en 8.
[3] Dergelijke escalatieclausules zijn niet transactie-specifiek en dragen dus een gering risico in zich. Prijsveranderingen worden hierdoor routineus gemaakt, zodat er niet telkens opnieuw onderhandeld moet worden wanneer bijvoorbeeld de wisselkoersen veranderen. Twee voorwaarden zijn hierbij van belang: (1) de voorstellen om prijzen aan te passen moeten gerelateerd worden aan exogene, relevante en gemakkelijk te verifiëren gebeurtenissen, en (2) de kwantificeerbare kostengevolgen moeten daaraan op een betrouwbare wijze zijn gerelateerd.