| TAO Program | Onderwerpen | Samenleven | Home | Zoek | Contact |
|---|
| V <= Index => VII |
Case 1: Aanvankelijk werd geprobeerd om een enkele 'anthropomofische machine' te construeren, een 'general purpose robot' die alle functies zou kunnen uitvoeren die door mensen worden verricht. Deze robots zouden goedkoop worden omdat verwacht werd dat zij in grote volumes geproduceerd zouden kunnen worden. Naarmate de robotica zich verder ontwikkelde construeerde men heel andere fysieke configuraties. Door de snelle ontwikkeling van de capaciteit van computers is een heel scala aan geavanceerde mogelijkheden geopend, en kan een betere integratie worden bereikt. De beschikbaarheid van software expertise is echter achtergebleven. Het gevolg hiervan is dat software ontwikkeling tegenwoordig veel meer tijd en inspanning vereist dan de ontwikkeling van de robotica-hardware. Robot-producenten bieden tegenwoordig grote families aan van zeer uiteenlopende configuraties, elk specifiek ontworpen voor een specifieke applicatie, met een klein gedeelte van gemeenschappelijke software.
Case 2a: De studie van Fleck [1987] laat zien hoe de ontwikkeling van industriële robots in Engeland beïnvloed wordt door veel innovaties die ontstaan uit de directe 'context of use' = standaard computer console versus hand-held keypads voor het programmeren van robots.
| Robots zijn de industriële slaven van het fabriekssysteem. De linguïstische stam van robot is het Chechische woord voor slaaf: robotnik. Vgl. P.B. Scott [1983: 10 - The Robotics Revolution. Oxford/New York]. |
Case 2b: Toetsenborden zijn een gebied waar sociaal-economische vormgeving zeer duidelijk is. Tot op de dag van vandaag werken wij met toetenborden met een QWERTY ontwerp, ook al is het DVORAK ontwerp veel sneller en efficiënter. Systematisch onderzoek van de US Navy in 1940 liet al zien dat het Dvorak Simplified Keyboard (DSK) sneller geleerd kon worden en haar kosten in tien dagen werden terugverdiend.[3] We moeten twee vragen stellen: (1) hoe ontstond eigenlijk de Qwerty figuratie? en (2) waarom heeft Qwerty haar superieure concurrenten overleefd?
| Het grote nadeel van de Qwerty-configuratie is dat de meest gebruikte letters niet op de meest bereikbare tweede rij ('thuisrij') staan. De meest gebruikte letter is de E, waarvoor men naar de bovenste rij moet gaan; hetzelfde geldt voor de klinkers U, I en O (de O moet worden aangeslagen met de zwakke vierde vinger), terwijl de A op de 2e rij staat, maar getypt moet worden met de aller zwakste vinger (vooral voor de rechtshandige meerderheid), namelijk de linker pink. |
In 1873 werden de fabricage-rechten aan Remington verkocht. De mechanici van Remmington concludeerden - by chance - dat de beste figuratie gebaseerd was op QWERTY. De verkoop van deze typemachines liep echter zo slecht dat Remington bijna failliet ging. In 1888 vond een belangrijke gebeurtenis plaats die het Qwerty ontwerp een voorsprong gaf op haar concurenten. Ms. Longley, oprichter van het Shorthand and Typewriter Institute in Cincinnati, werd uitgedaagd om de superioriteit van haar 8-vingers methode te bewijzen. Zij werd uitgedaagd door Louis Taub, een andere type-leraar uit Cincinnati, die met vier vingers werkt op een rivaliserend niet-Qwerty machine met zes rijen, geen shift en dus aparte toetsen voor gewone en hoofdletter.Longley zette als haar kampioen Frank E. Gurrin in, een ervaren Qwerty-typist. Hij beschikte over een bijzonder voordeel: hij had het Qwerty-bord uit zijn hoofd geleerd en kon dus 'blind typen'. Hij won en Qwerty leek zijn superioriteit bewezen te hebben. In werkelijkheid was er helemaal geen sprake van een overwinning van Qwerty: het was de overwinning van het blind typen (touch-typing) op het zoeken en aanslaan (hunt-and-peck), van acht vingers op vier vingers, van een toetsenbord met drie rijen en een shift toetst versus een toetsenbord met zes rijen met aparte toetsen voor elke letter.
Hoewel er nog verschillende andere figuraties werden overwogen, bleef toch de qwerty-figuratie gehandhaafd. In de vroege technologie van het typen was er dus een duidelijke reden voor het ontstaan van Qwerty. Door de progressie in de constructie viel echter deze reden voor het ontstaan van Qwerty weg.
De overleving van Qwerty. Gezien de precaire positie van Remmington op het diffusiepad moet men zich afvragen waarom QWERTY de pad-afhankelijke sequentie bleef. De gebruikers speelden hierbij een cruciale rol. Er werden scholen opgezet voor leerlingtypisten - eerst mannen, maar snel gedomineerd door vrouwen - die zich baseerden op de machine van Remington. Dit gold ook voor de eerste handleidingen. De aanvoerlijn van getrainde typisten werden dus in QWERTY getraind en dit beïnvloedde zowel de kopers als de nieuwe leveranciers van typemachines. De verwachtingen van de kopers over de machinegebruikers speelde dus een cruciale rol. Rond 1890 was de Remington machine de facto de industriële standaard geworden. De vroege 'ramen' (die geopend worden) zijn dus zeer belangrijk: zij beperken en bepalen de latere ontwikkelingspaden (ook accent op betekenis van complementariteiten tussen de subsystemen rond een innovatie). Er worden dus telkens onbedoelde leerpaden geschapen. Deze keuze van de initiële richting heeft cruciale gevolgen.
Veel van de huidige innovaties zijn de onbedoelde uitkomst van gebeurtenissen in het verleden die ook toeval omvatten in combinatie met vele, parallelle ontwikkelingen die toevallig samenvallen. Wanneer dit eenmaal heeft plaatsgevonden scheppen zij specifieke leerpaden voor toekomstige ontwikkelingen. De huidige spelers worden dus stevig in de greep gehouden van ver verwijderde gebeurtenissen en keuzes, waarbij zij niet betrokken waren en waarin hun belangen niet gerepresenteerd waren, hoewel deze gebeurtenissen hun huidige beslissingen limiteren. Het voorbeeld van het QWERTY-toetsenbord laat zien hoe het gewicht van een sociale 'investering' in een specifiek ontwerp doorwerkt, en langer dan de omstandigheden die haar lieten ontstaan. De initiële keuze van een richting (zoals qwerty) heeft de neiging om gevestigd te worden naarmate de leerpaden langer zijn; deze richting - die vaak bepaald worden door onbedoelde kenmerken - wordt allesomvattend en consequentieel.
Zo is ook de beslissing in de print-industrie om de toetsenborden van computers op QWERTY te enten in plaats van op het traditionele 90-toetsenontwerp van de zetters, nauw verweven met de sociaal-economische thema van de relatieve rollen van de traditionele mannelijke ambachtsman of -vrouw met secretariële training in krantenproduktie. De rol van 'gender' in de vormgeving van technologische verandering wordt besproken voor Cockburn [1985]. Een 'gendered' socio-technische constructie van het 'smart house' wordt geanalyseerd door Anne-Jorunn Berg [1995].
Als dit waar is, waarom houden de typisten dan niet onmiddelijk met het gebruik van zo'n inefficiënt configuratie van het toetsenbord? Die vraag wordt niet voor het eerst opgeworpen. "If every typist in the world stopped using QWERTY tomorrow and began to learn Dvorak, we would all be winners, but who will bell the cat or start the ball rolling?" [Jay Gould 1991:69 - Bully for Brontosaurus]. Het antwoord dat Jay Gould op deze vraag geeft is te fraai om niet te citeren:
|
Case 2c: Macintosh versus Microsoft: Hoe Macintosh haar technologische voorsprong behaalde en haar marktpositie dreigt te verliezen. Windows als de 'verappeling' van Dos.
Case 3a: Sociale factoren kunnen de kenmerken en het ontwerp van machinewerktuigen structureren. In zijn studie over de ontwikkeling van de CNC machines (Computer numeric control) in Japan, Zuid-Korea en Taiwan heeft Fransman [1986] laten zien wat de betekenis is van zowel interneorganisatie als bredere omgevingsfactoren voor de vormgeving van de kenmerken en het ontwerp van machinewerktuigen.
Case 3b: P.R. Drayson heeft - o.l.v. Fleck - onderzoek gedaan naar feitelijke introductie van robots in een specifieke onderneming. Hij onderzocht niet alleen de socio-psychologische factoren (zoals verveling en de ervaren onwenselijkheid van bepaalde taken), maar ook de schijnbaar 'zuiver technische' factoren. - zoals of arbeidstaken voldoende eenvoudig waren voor een robotisering. Ook dit laatste is in sterke mate sociaal bepaald, omdat de patronen van arbeidsdeling het resultaat zijn van onderhandelingen tussen arbeiders en management. De selectie van arbeidsplaatsen waar robots inzetbaar waren gebeurt in termen van sociale wenselijkheid, aanvaardbaarheid voor personeel, technische realiseerbaarheid en economische levensvatbaarheid. Hierdoor werd het mogelijk om de wensen van de onderneming te vergelijken met de reeks van beschikbare robotmodellen. Het enigszins verrassende resultaat was dat geen enkele van de beschikbare robots helemaal adequaat was. Daarna ontwierp Drayson de specificaties voor het ontwerp van twee verschillende robotconfiguraties die wel aan de wensen van de onderneming zouden voldoen. Bij de implementatie van het robotsysteem werd expliciet rekening gehouden met organisationele, economische en technische factoren. Kortom: hij medieerde de invloed van een 'selectie omgeving' op het specifieke ontwerp van een technologie.
Voorbeeld:
Hoe worden sociale modellen belichaamd in computersystemen en kunstmatige
intelligentie? In veel gevallen worden patronen van modularisatie en
hiërarchische controle in computernetwerken voor ondernemingen zodanig ontworpen
dat zij de vooraf bestaande afdelings- en beheersstructuur (+ controle-filosofie) van de organisatieleiding volgen [Fleck 1982]. De bestaande organisatiestructuur wordt als model genomen voor het ontwerp van computernetwerken.
Vooral op het gebied
van de kunstmatige intelligentie wordt op subtiele wijze gebruik gemaakt van
metaforen die aan het sociale leven ontleend zijn. Om te beschrijven hoe hun programma's werken spreken sommige specialisten over 'comités van experts die confereren over beslissingen'. De term computer is zelf al een dode metafoor, die in aanvankelijk refereerde aan mensen die getallen berekenden.
| TAO Program | Onderwerpen | Samenleven | Home | Zoek | Contact |
|---|