TAO Program Onderwerpen Samenleven Home Zoek Contact
Techniek - Arbeid - Organisatie
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam

VI. Sociale structurering van technologie
- synchronisch perspectief -

  1. Limitatie
  2. Selectie
  3. Conditionering
  4. Incorporatie
V <= Index => VII


Er zijn vier manieren waarop sociale factoren een rol (kunnen) spelen in het de ontwikkeling en toepassing van technologieën: We zullen deze structuringsmodi afzonderlijk bespreken en daarbij telkens een of meer voorbeelden geven.

top


1 Limitatie

Sociale factoren kunnen ervoor zorgen dat er slechts één gebied van mogelijke technologische ontwikkeling wordt onderzocht. Limitatie is een wijze van structurering Het gaat dus om (a) begrenzing van variatiemogelijkheden en (b) binnen deze grenzen bepalen van de meest waarschijnlijke uitkomst.

Case 1: Aanvankelijk werd geprobeerd om een enkele 'anthropomofische machine' te construeren, een 'general purpose robot' die alle functies zou kunnen uitvoeren die door mensen worden verricht. Deze robots zouden goedkoop worden omdat verwacht werd dat zij in grote volumes geproduceerd zouden kunnen worden. Naarmate de robotica zich verder ontwikkelde construeerde men heel andere fysieke configuraties. Door de snelle ontwikkeling van de capaciteit van computers is een heel scala aan geavanceerde mogelijkheden geopend, en kan een betere integratie worden bereikt. De beschikbaarheid van software expertise is echter achtergebleven. Het gevolg hiervan is dat software ontwikkeling tegenwoordig veel meer tijd en inspanning vereist dan de ontwikkeling van de robotica-hardware. Robot-producenten bieden tegenwoordig grote families aan van zeer uiteenlopende configuraties, elk specifiek ontworpen voor een specifieke applicatie, met een klein gedeelte van gemeenschappelijke software.

top


2 Selectie

Sociale factoren kunnen de selectie tussen beschikbare technologische mogelijkheden bepalen. Selectie bepaalt de concrete reeks uitkomsten (en in het extreme geval: een specifieke uitkomst) binnen een structureel gelimiteerde reeks mogelijkheden: Selectie is wijze van structurering waarbij grenzen worden gesteld aan grenzen.

Case 2a: De studie van Fleck [1987] laat zien hoe de ontwikkeling van industriële robots in Engeland beïnvloed wordt door veel innovaties die ontstaan uit de directe 'context of use' = standaard computer console versus hand-held keypads voor het programmeren van robots.
Robots zijn de industriële slaven van het fabriekssysteem. De linguïstische stam van robot is het Chechische woord voor slaaf: robotnik. Vgl. P.B. Scott [1983: 10 - The Robotics Revolution. Oxford/New York].
In de eerste ontwikkelingsperiode van de robots was de interface een standaard bedieningspaneel van computer. Tot aan het begin van de jaren '80 waren de standaard bedieningspanelen van computers ('consoles') echter niet acceptabel op de werkvloer: men vreesde dat zij zouden leiden tot looneisen vanwege de 'witte boorden' functies die daarmee gepaard gingen; bovendien dacht men dat de bedieningspanene te complex waren. Het gevolg hiervan was dat ontwerpers expliciet handmatige toetsenborden ontwierpen voor het programmeren van de robots, vergelijkbaar met de bestaande bedieningspanelen voor het controleren van andere machines op de werkvloer. Toen de microcomputers eenmaal goedkoper werden en wijd verspreid, verdwenen deze problemen grotendeels en veel robots hebben nu het conventionele bedieningspaneel van computers als standaard.

Case 2b: Toetsenborden zijn een gebied waar sociaal-economische vormgeving zeer duidelijk is. Tot op de dag van vandaag werken wij met toetenborden met een QWERTY ontwerp, ook al is het DVORAK ontwerp veel sneller en efficiënter. Systematisch onderzoek van de US Navy in 1940 liet al zien dat het Dvorak Simplified Keyboard (DSK) sneller geleerd kon worden en haar kosten in tien dagen werden terugverdiend.[3] We moeten twee vragen stellen: (1) hoe ontstond eigenlijk de Qwerty figuratie? en (2) waarom heeft Qwerty haar superieure concurrenten overleefd?

Het grote nadeel van de Qwerty-configuratie is dat de meest gebruikte letters niet op de meest bereikbare tweede rij ('thuisrij') staan. De meest gebruikte letter is de E, waarvoor men naar de bovenste rij moet gaan; hetzelfde geldt voor de klinkers U, I en O (de O moet worden aangeslagen met de zwakke vierde vinger), terwijl de A op de 2e rij staat, maar getypt moet worden met de aller zwakste vinger (vooral voor de rechtshandige meerderheid), namelijk de linker pink.

    August Dvorak was een pedagogie professor bij de Universiteit van Washington, die in 1975 teleurgesteld stierf. Hij was een leerling van Frank B. Gilbreth, pionier van tijd- en bewegingsstudies in industrieel management. Het DSK werd in 1932 geïntroduceerd. Sindsdien staan bijna alle records voor sneltypen op naam van DSK. De US Navy ondekte dat door de grotere snelheid van DSK de kosten van het opnieuw trainen van typisten in 10 volle werkdagen kon worden terugverdiend.
       Als dit waar is, waarom houden de typisten dan niet onmiddelijk met het gebruik van zo'n inefficiënt configuratie van het toetsenbord? Die vraag wordt niet voor het eerst opgeworpen. "If every typist in the world stopped using QWERTY tomorrow and began to learn Dvorak, we would all be winners, but who will bell the cat or start the ball rolling?" [Jay Gould 1991:69 - Bully for Brontosaurus]. Het antwoord dat Jay Gould op deze vraag geeft is te fraai om niet te citeren:
      "If Sholes had not gained his tie to Remington, if the first typist who decided to memorize a keyboard had use a non-QWERTY design, if McGurrin had a bellyache or drank too mich the night before, if Longley had not been so zealous, if a hundred other perfectly possible things had happened, then I might be typing this essay with more speed and much greater economy of finger motion. But why fret over lost optimality. History always works this way. If Montcalm had won a battle on the Plains of Abraham, perhaps I would be typing en français. If a portion of the African jungles had not dried to savannas, I might still be an ape up a tree" [Gould 1991: 71].

Case 2c: Macintosh versus Microsoft: Hoe Macintosh haar technologische voorsprong behaalde en haar marktpositie dreigt te verliezen. Windows als de 'verappeling' van Dos.

top


3 Conditionering (of selectie/omgeving)

Sociale factoren kunnen de technologische ontwikkeling minder direct maar niet minder krachtig structureren door een specifieke omgeving (bijvoorbeeld door een bepaalde marktconstellatie of een specifiek intellectueel klimaat) te scheppen waarin alleen bepaalde technische configuraties succes hebben. Dit is vooral kenmerkend voor technologieën die extensieve implementatie en applicatie engineering vereisen om ze adekwaat aan te passen aan consumenteneisen.

Case 3a: Sociale factoren kunnen de kenmerken en het ontwerp van machinewerktuigen structureren. In zijn studie over de ontwikkeling van de CNC machines (Computer numeric control) in Japan, Zuid-Korea en Taiwan heeft Fransman [1986] laten zien wat de betekenis is van zowel interneorganisatie als bredere omgevingsfactoren voor de vormgeving van de kenmerken en het ontwerp van machinewerktuigen.

Vanuit deze optiek kunnen een aantal opmerkelijke verschillen tussen de de ontwikkeling van CNC's in Japan en de Verenigde Staten. In VS was belangrijkste gebruiker van CNC machine tools de ruimtevaartindustrie; in Japan was het de autoindustrie. Daarom ontstond er in Japan een substantiële markt voor CNC's waarmee flexibiliteit in kleine serie-produktie mogelijk werd. De kleine omvang van de series werd aangemoedigd door de vereisten van de JIT-produktie. De export van Japanse CNC machine tools naar de VS was is het midden van de jaren '70 zeer succesvol. In 1981 beheerste zij ongeveer 50% van de CNC machines in de VS. Dit is geen simpel verhaal van 'market-pulled' technologische evolutie. Eisen van gebruikers speelden wel een belangrijke rol in het ontwerp van de CNC's, maar even belangrijk was de ontwikkeling van de microprocessor technologie door ondernemingen als Fujitsu (de patent maatschappij van Fanuc).

Case 3b: P.R. Drayson heeft - o.l.v. Fleck - onderzoek gedaan naar feitelijke introductie van robots in een specifieke onderneming. Hij onderzocht niet alleen de socio-psychologische factoren (zoals verveling en de ervaren onwenselijkheid van bepaalde taken), maar ook de schijnbaar 'zuiver technische' factoren. - zoals of arbeidstaken voldoende eenvoudig waren voor een robotisering. Ook dit laatste is in sterke mate sociaal bepaald, omdat de patronen van arbeidsdeling het resultaat zijn van onderhandelingen tussen arbeiders en management. De selectie van arbeidsplaatsen waar robots inzetbaar waren gebeurt in termen van sociale wenselijkheid, aanvaardbaarheid voor personeel, technische realiseerbaarheid en economische levensvatbaarheid. Hierdoor werd het mogelijk om de wensen van de onderneming te vergelijken met de reeks van beschikbare robotmodellen. Het enigszins verrassende resultaat was dat geen enkele van de beschikbare robots helemaal adequaat was. Daarna ontwierp Drayson de specificaties voor het ontwerp van twee verschillende robotconfiguraties die wel aan de wensen van de onderneming zouden voldoen. Bij de implementatie van het robotsysteem werd expliciet rekening gehouden met organisationele, economische en technische factoren. Kortom: hij medieerde de invloed van een 'selectie omgeving' op het specifieke ontwerp van een technologie.

top


4 Incorporatie / Belichaming

Sociale factoren kunnen technische ontwikkeling structureren door de specifieke belichaming van sociale modellen in de technologie. Vooral van belang voor informatie- en communicatietechnologieën. vanwege de essentiële sociale aard van informatie en communicatie.

Voorbeeld: Hoe worden sociale modellen belichaamd in computersystemen en kunstmatige intelligentie? In veel gevallen worden patronen van modularisatie en hiërarchische controle in computernetwerken voor ondernemingen zodanig ontworpen dat zij de vooraf bestaande afdelings- en beheersstructuur (+ controle-filosofie) van de organisatieleiding volgen [Fleck 1982]. De bestaande organisatiestructuur wordt als model genomen voor het ontwerp van computernetwerken.
   Vooral op het gebied van de kunstmatige intelligentie wordt op subtiele wijze gebruik gemaakt van metaforen die aan het sociale leven ontleend zijn. Om te beschrijven hoe hun programma's werken spreken sommige specialisten over 'comités van experts die confereren over beslissingen'. De term computer is zelf al een dode metafoor, die in aanvankelijk refereerde aan mensen die getallen berekenden.

top


V Model van technieksociologie <= Index => VII Techniektoepassing & -gevolgen

TAO Program Onderwerpen Samenleven Home Zoek Contact