Techniek - Arbeid - Organisatie
dr. Albert Benschop
Universiteit van Amsterdam
II. Technologie als probleem
1. Technologie als meervoudig probleem
Niet alleen de sociale gevolgen van technologie zijn een probleem, maar de technologie zelf is meer de inzet van sociaal-wetenschappelijk en politiek-cultureel debat geworden. De technologie is zelf een sociaal verschijnsel. En als zodanig is de technologie een meervoudig probleem geworden. Het is een probleem in relatie tot:
- Arbeid: technologische ontwikkelingen spelen een belangrijke rol in
crisis van de arbeidsmarkt (chronische werkloosheid) en in de crisis van de
arbeidsorganisatie. Er wordt zelfs gesproken van een 'crisis van de
arbeidsmaatschappij': zowel objectief (steeds minder mensen werken en steeds
meer mensen werken korter) als subjectief (voor steeds meer mensen is betaalde arbeid niet meer de belangrijkste levensvervulling) is het belang van betaalde arbeid afgenomen.
- Consumptie: high tech in huishoudens (CD, Video, Computer enz.) en netwerken. Moderne techniek komt men in alle sferen van het maatschappelijk
leven tegen. In ons dagelijks leven gebruiken we een hele reeks technisch
hoogwaardige gebruiksgoederen. En natuurlijk werkt dit ook door in het uitgaansleven aan gene zijde van de georganiseerde arbeid. Een voorbeeld hiervan zijn de megaconcerten die de Rolling Stones die weliswaar 'live' zijn, maar die alleen nog maar gerealiseerd kunnen worden door een enorme media-technologie die tussen de band en haar publiek geschoven wordt.
- Politiek: ambivalentie van media als (potentiële)
informatieverspreiders of als manipulatieinstrumenten.
- Natuur/milieu: In dagelijks leven worden we geconfronteerd met
directe of indirecte gevolgen van elders toegepaste technologieën:
luchtvervuiling, rampen met kerncentrales enzovoort. [Winner 1977].
- Ambivalente beoordeling: technologie heeft haar vanzelfsprekend
karakter van 'neutraliteit' en 'onschuld' verloren. Ze is niet meer alleen de
'weldoener' (die ons helpt in de strijd tegen armoede, schaarste en gebrek),
maar ook de 'boosdoener' die het milieu vergiftigd, de werkgelegenheid
bedreigd, ons tot passieve consumenten en tot geregistreerde en gecontroleerde burgers dreigt te maken en die - in de vorm van kernwapentechnologie en DNA-recombinant technologie - de grondslagen van het menselijk bestaan bedreigt.
Technische systemen en in het bijzonder informatiesystemen penetreren moderne
maatschappijen in alle leefsferen. In al die leefsferen is technologie een probleem van de eerste orde geworden.
|
Rolling Stones Alive?
Op 13 en 14 juni 1995 gaven Rolling Stones een aantal live concerten in het
Goffertpark in Nijmegen. Elke avond waren zo'n 65.000 bezoekers aanwezig, die
getracteerd werden op een groots spectakel. Een van die bezoekers beschreef
zijn beleving als volgt: 'Je weet niet wat je hoort en je gelooft niet wat je
ziet'.
De charme van live-optredens is dat je een uitvoerend artiest direct kunt zien, kunt horen en bijna kunt aanraken. Kunstenaar en consument zijn voor tijd-ruimtelijk verenigd (het is een vorm van dienstverlening die voldoet aan het 'uno acto' principe). Het zintuiglijk genot van een direct oog en oorcontact met de uitvoerend artiest. Maar de Stones zijn te groot geworden voor de wereld, onbereikbaar voor iedereen. Hun show zit perfect in elkaar. Met zulke massa's is het contact alleen nog te leggen middels een gigantisch video-scherm, waarop de verrichtingen van de band worden geprojecteerd. Dit is echter geen rechtstreekse projectie of uitvergroting. Er staan vele video-camera's op diverse punten die het gebeuren registreren. Deze worden doorgezonden naar een centraal punt waarop de beelden worden geselecteerd, vermengd, en grondig bewerkt en aangevuld voordat zij op het scherm worden geprojecteerd. Je kijkt dus vooral naar een media-technologisch bemiddelde 'levende' uitvoering: MTV-live. De meeste mensen kijken helemaal niet meer naar het toneel maar alleen nog naar het video-scherm. Alsof je met z'n tienduizenden naar de televisie zit/staat te kijken.
Bij sommige kleinere optredens worden alleen nog toeschouwers toegelaten die dienen als figuranten in videoregistraties. Degenen die eind mei '95 een kaartje hadden voor het optreden in Paradiso, werden bij de ingang geschift. Wie te lang of te lelijk was, werd het balkon op gestuurd. Het voorste deel van de zaal was voor een groot deel gevuld met professionele
modellen.
|
2. Nieuw karakter van discussie
Technologie-discussie is in een nieuwe stroom gekomen. Techniek is in meerdere
opzichten bedreigend geworden en in iedere geval tot een probleem van de eerste
orde. Hiervoor is een combinatie van twee factoren verantwoordelijk: het
risicokarakter van een groot aantal moderne technieken en het verzelfstandigd
karakter van de ontwikkeling en toepassing ervan.
- De eerste reden hiervoor ligt in de grote risico's die kleven aan
sommige moderne technologieën. De ontwikkeling van de natuurwetenschap en
techniek brengt in toenemende mate grote risico's met zich mee. Het zijn
risico's die het voorbestaan van de samenleving en zelfs van de hele
wereldbevolking in het geding brengen. De nucleaire technologie (met zijn
wereldvernietigende potentieel) en de DNA-recombinant technologie zijn hiervan
de meest bekende vormen. (Bovendien spelen transwetenschappelijke problemen een
rol: zwarte profetie).
- Kernreactoren kunnen lekken, 'melt down' of ontploffen. De ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl in de Oekraïne eiste in de periode 1988 en 1994 - volgens de Oekraïense minister van gezondheid - 125 duizend levens. Tijdens de explosie en de brand in de kerncentrale kwamen 32 mensen om het leven. Twee miljoen mensen raakten door de straling geïnfecteerd. In het besmette gebied wonen nog steeds 2,1 miljoen mensen. Over de ontplofte reactor is een betonnen kap gestort. De levensduur van deze kap was berekend op 30 jaar, maar er zijn nu al scheuren zichtbaar.
- In laboratoria kunstmatig geproduceerde organismen kunnen ontsnappen.
- Door op grootschalig industriële wijze bedreven roofbouw en ontbossing zoeken steeds meer micro-organismen een nieuwe bestaanswijze in menselijke milieus die hiertegen niet bestand zijn. Specialisten vermoeden dat er naast AIDS/HIV en ebola nog een hele serie dodelijke virussen op de loer liggen.
- Industriële chemische produkten en nevenprodukten bevatten enorme risico's voor het milieu. Recent: zenuwgas (sarin) in metro van Tokyo.
|
Holocaust Technologie
Op 3 mei 1995, de vooravond van de herdenking van de slachtoffers de Tweede Wereldoorlog hield de bekende nazi-jager uit Wenen, Simon Wiesent, een lezing in Groningen. Hij waarschuwde dat de holocaust niet de eerste was, maar de laatste in een wereldgeschiedenis die geen einde kent. De holocaust heeft volgens hem zes componenten: haat, dictatuur, bureaucratie, technologie, crisis en een minderheid als slachtoffer. Daarvan is volgens hem technologie de belangrijkste. "Als de technologie die Hitler ter beschikking stond, eerder ontwikkeld was geweest, dan had geen jood de Spaanse inquisitie, geen protestant Frankrijk en geen katholiek Engeland overleefd" [Wiesenthal].
|
- De tweede reden is het allesdoordringende en verzelfstandigde
karakter van technologische ontwikkelingen. Veel diepingrijpende
maatschappelijke veranderingen zijn verbonden met de ontwikkeling van nieuwe
technieken en technologieën en met hun toepassing in produktieprocessen,
produkten en arbeidsorganisaties. Wie kan de technologische ontwikkelingen nog
sturen? Technologische ontwikkeling lijkt eerder iets te zijn wat ons overkomt
en waar we ons maar aan hebben aan te passen, dan een gestuurd proces. De
technologische ontwikkeling en haar gevolgen zijn in belangrijke mate het
onbedoelde gevolg van het handelen van een groot aantal individuele en
collectieve actoren, dat op een ingewikkelde manier met elkaar vervlochten is
[Winner 1977]. Het proces zelf lijkt immuun te zijn voor sturing van buitenaf.
Een van de gevolgen van het 'machinale denken' is dat ook het moderne
management steeds vaker het gevoel heeft dat men met huidige software verdringt
in een ondoordringbaar moeras van onbetrouwbare en niet meer overzichtelijke
produktiemiddelen [Brödner 1985:100 over CIM].
- Aanvullende redenen:
- Toenemende bezorgdheid over richting waarin industriële
maatschappijen zich ontwikkelen.
- Toenemend besef van het ideologisch karakter van de industrialistische
ontwikkelingsmodellen. Zij geven uitdrukking aan een specifiek patroon van
waarden dat de inspanningen van specifieke managerial en technologische elites ondersteunt.
- Informatietechnologie biedt nieuwe keuzemogelijkheden. Studies over
relatie tussen nieuwe technologieën en typen organisatie hebben laten zien dat het technologisch determinisme een systematische empirische test niet overleefd [zie hoofdstuk VII].
3. Maatschappelijk onbehagen in de sociologie
Het maatschappelijk onbehagen over de ontwikkeling van moderne
technologieën is nu ook in de sociologie doorgedrongen, en in het
bijzonder in de arbeidssociologie. De technologie was lange tijd 'het stiefkind
van de sociale wetenschappen' (Berting). De sociale wetenschappen hadden te
lang de neiging om zich bij vraagstukken van techniek en technologie te
beperken tot de sociale gevolgen van gegeven technologische veranderingen, en
zich daarbij te concentreren op het gebied van arbeid en arbeidsverhoudingen
[Berting 1992: 16].
Het sociologisch onderzoek naar technologie figureerde grotendeels binnen het
kader van een technologisch-rationalistisch ontwikkelingsmodel [Berting 1992:
67]. Het onderzoek concentreerde zich vooral op:
- de gevolgen van technologie, in het bijzonder voor de arbeidsverhoudingen
en de kwaliteit van de arbeid;
- de noodzakelijkheid van aanpassing van het (beroeps)onderwijs aan de
vereisten van de arbeidsmarkt;
- de houding van het publiek tegenover nieuwe technologieën en nieuwe
produkten.
- de te verwachten gevolgen van de introductie van nieuwe
technologieën: technologisch aspectenonderzoek ('technology assesment'):
risico-sociologie [Beck e.a.]
Ook voor de sociologie is de moderne techniek
tot een theoretisch en methodologisch probleem geworden. De laatste jaren is er
veel werk verzet om een nieuw vak of specialisme van de grond te tillen, dat
van de techniek-sociologie. De techniek-sociologie richt zich niet
alleen op de (al dan niet verkeerde) toepassing van technologieën en op de
maatschappelijke gevolgen van technologische innovaties, maar ook op de
techniekontwikkeling zelf. In het volgende schema is het object van de
techniek-sociologie in kaart gebracht.
Figuur 2.1 Object van techniek-sociologie
4. Uiteenlopende referentiekaders
Waardoor worden de problemen veroorzaakt: door de technologie zelf, door de een
verkeerde toepassing ervan of door het feit dat maatschappelijke structuren
altijd achterlopen bij technologische veranderingen, zodat aanpassingsproblemen
onvermijdelijk zijn? De referentiekaders waarmee technologische ontwikkelingen
worden geanalyseerd en beoordeeld lopen sterk uiteen. We kunnen drie
referentiekaders onderscheiden.
- Onschuld van de techniek
Voor sommige sociologen is de technologie een uiterst machtig,
maar neutraal instrument waarvan de sociale gevolgen vooral bepaald worden door
de doelstellingen van degenen die er gebruik van maken. Dit is de
instrumentalistische of sociaal-voluntaristische benadering. Bijv. Habermas
e.v.a.
- b Hoofdschuldige
Anderen beschouwen de technologie zelf als hoofdschuldige: zij
wordt verantwoordelijk gesteld voor een reeks plagen of te verwachten
catastrofen: afhankelijkheid van en onderwerping aan technologische systemen,
ongelijkheid in economische en culturele zin als gevolg van ongelijke
toegangskansen tot de informatica, afbraak van het sociale levens, ondergang
van de Westerse economie en vernietiging van de derde wereld.
Vertegenwoordigers: de late Heidegger, Marcuse, Ellul.
- Samenhang techniek en sociale factoren
Tenslotte de sociale wetenschappers die de nadruk leggen op de
nauwe vervlechting tussen technologie en sociale factoren (zoals bij
internationale concurrentieverhoudingen). Zij beschouwen technologie niet
eenvoudig als een middel tot elk willekeurig doel, maar als middelen waarin al
bepaalde voorkeuren zitten ingebakken. Vertegenwoordigers: Sohn-Rethel,
Ullrich, Böhme, Winner, Mumford.
Alleen voor de aanhangers van het technologisch determinisme (die in
hoofstuk III behandeld worden) bestaan er eigenlijk geen problemen. Voor hen
zijn problemen slechts aanpassingsproblemen van tijdelijke aard en/of problemen
die door de verdere ontwikkeling van de technologie opgelost zullen worden.
In de moderne techniek-sociologie wordt de technologie bestudeerd als resultaat
van sociaal handelen in specifieke contexten. Zij beperkt zich per sé
niet tot het onderzoek naar de gevolgen van toegepaste technologieën. Het
logische startpunt van elke techniek-sociologie is het specificeren van de
begrippen techniek en technologie.
I. Uitgangspunten
Index
III. Techniek en Technologie