| TAO Program | Onderwerpen | Samenleven | Home | Zoek | Contact |
|---|
| X <= Index => XII |
We hebben eerder gezien dat er twee principes waren waarmee machines geautomatiseed konden worden: het principe van de numeriek gestuurde gereedschapsmachine en het record play back principe [hoofdstuk 8: NC-techniek versus Record Play Back]. De NC-technologie is de voorloper van de CNC-technologie. Het devies was: strikte scheiding van planning en uitvoering. De NC-programmering moest onder alle omstandigheden een zaak van de werkvoorbereiding zijn. Met dit tayloristische antwoord geloofde men een weg gevonden te hebben om zich ook in de vervaardiging van kleine series onafhankelijk van de levende arbeid te kunnen maken en het produktieproces zonder hun ingrijpen zo effeciënt mogelijk te sturen. De NC-technologie was aantrekkelijk voor het management omdat het zo'n grote mate van controle in het bedrijf beloofde.
De droom van een van vakarbeiders bevrijde onderneming met NC-machines was echter snel uitgedroomd. Toen men wakker werd bleek dat de hoge verspanende prestaties en nauwkeurigheidsvereisten van het proces niet zo soepel verlopen als men zich had voorgesteld: vervormingen van de werktuigmachines, slijtageverschijnselen aan werktuigen, elasticiteiten bij het spannen van de werkstukken en vergelijkbare onberekenbare technische invloeden zorgden steeds wwer voor afwijkingen van het feitelijke proces van zijn geprogrammeerde verloop en vereiste deskundige correcties en interventies. Bovendien maakte de inzet van dure machinesen de daarbij noodzakelijke coördinatietaken (waardoor de arbeidsdelig voorbereide programma's, werktuigen en werkstukken samengevoegd moeten worden) het toch niet toe af te zien van gekwalificeerde vakarbeid. Alle pogingen om ze door geoefende krachten te vervangen liepen tenslotte stuk.
Het basisprobleem is het verschil tussen model en feitelijk proces [Brödner 1986: 47, 113]. Voor alle volgende stappen op weg naar de 'automatische fabriek' is dit het centrale probleem.
Het arbeidsproces bleek echter moeilijker te analyseren en te plannen dan men gedacht had. De afwijkingen tussen het werkelijke proces en zijn theoretisch model zijn ook hier zeer groot en dit heeft grote economische en arbeidspolitieke gevolgen.
Brödner 48 e.v.: en ook hier al vooruitlopend: strijd om 'wie programmeert op deze "duurste programmeerplaats van de wereld" [BR 126}?. Zie uitgebreid bij KS en bij de Sitter.
Zie voor drie generaties van robots: AR 125
Afwikkeling van opdrachten vereist een groot aantal in elkaar grijpende functies van produktieplanning en -besturing. In de volgende figuur zijn deze functies in beeld gebracht:
Figuur 11.1 Functies van produktieplanning en -besturing
Het doel van planning van het produktieprogamma is het vastleggen van de aard, omvang en termijn van de in een bepaalde periode te vervaardigen produkten, rekening houdend met de toestand van inkoop en capaciteit. Deze planning verschilt aanzienlijk per bedrijf: al naar gelang de aard van het produktieproces (massaproduktie of kleine series enz.).
In planning van hoeveelheden (materiaalplanning) wordt de behoefte aan materiaal vastgesteld, vergeleken met voorhanden bestanden en bestellingen doorgevoerd.
In de termijn- en capaciteitsplanning (tijdsplanning) worden op basis van arbeidsplannen capaciteitsbehoefte bepaald en in het tijdsverloop afgestemd op de bestaande capaciteiten.
Het doel van de produktiebesturing is doorloop volgens termijn te controleren en progressie naar hoeveelheid en termijn te bewaken.
2 Empirische indicatie van rationalisering van 'hoofdarbeid' in machinebouw; zie immense verschillen tussen Japan en BRD enz. BR:67
3 Modellen van datastromen in (industriële) arbeidsorganisaties: zie BR abb 6 op p. 68 (sheet). Functionele structuur: zie de Sitter.
4 Automatisering van ontwerpproces
Dit vereist een nieuw soort hoofdarbeid: de systeemontwikkeling, de planning van inzet en beheer van computers. Zoals eens de vakarbeid in de werkplaats onderworpen werd aan de methode van objectivering van hun kennis en kunde, zo moet nu de hoofdarbeid van de technische employees aan worden ontcijferd. Het Babage-principe en de principes van de wetenschappelijke bedrijfsvoering veranderen de planner in de geplande, de coördinator in de gecoördineerde, en de detail-constructeur in een machinebediener. Voor zij het door hebben treedt hen nu een groot deel van hun vroegere kennis en kunnen belichaamd in programma's en databestanden van de computer tegemoet. In plaats van de louter formele beleven zij nu ook de reële supsumptie van hun levende arbeid onder het kapitaal.
Het historische prototype van dit proces vind men in het werk van de programmeur en wordt meer en meer tot een algemeen verschijnsel. Bij de oorspronkelijke scheiding van planning en uitvoering en de partiële vervanging van levende arbeid door machines blijven er op het uitvoerende niveau een groot aantal relatief eenvoudige resttaken met verlaagde kwalificatie-eisen over, terwijl aan de planningskant een klein aantal relatief hooggekwalificeerde activiteiten ontstaat. Het economisch hoofddoel van de arbeidsdeling is - volgens Babbage - het verlagen van de waarde van de arbeidskracht. Deze toestand is echter niet duurzaam. Telkens wanneer als gevolg van verdere horizontale en verticale arbeidsdeling een dergelijke polair kwalificatieprofiel ontstaat en verbreid, verzoorzaken juist de hoge kwalificatievereisten hoge kosten en bijzondere afhankelijkheden. Als gevolg hiervan komen de hooggekwalificeerde activiteiten onder bijzondere rationaliseringsdruk te staan, die daardoor zelf worden onderworpen aan een polarisatieproces en op deze wijze gemakkelijker toegankelijk worden voor een algoritmische beschrijving.
In het technische kantoor heeft dit verschijnsel de vorm aan genomen van computergestuurde systemen van produktiebesturing, arbeidsplanning en NC-programmering, van berekening, van tekening en van variantenconstructie als rationaliseringseilanden Delen van de vroegere hoofdarbeid zijn daarin geautomatiseerd, Aan de onderkant van het nieuwe kwalificatieprofiel bevindt zich de gespecialiseerde restarbeid bij de gegevensverwerking en -invoering, terwijl aan de top van het profiel de planning, invoering en beheer van systemen hoge kwalificatie voor weinig personen opkomt. Tegelijkertijd zijn binnen de rationaliseringseilanden de transparantie en controle van het arbeidsproces toegenomen. In deze rationaliseringsbeweging onstaat er een nieuw imperatief: het langs deze weg onafhankelijk worden van kennis en kunnen van de vakarbeiders in de werkplaats en de deskundigheid van arbeiders in het technische kantoor. In vroegere stadia van de kapitalistische produktie was dit een rationeel te verklaren maatregel om heerschappij en controle over het produktieproces veilig te stellen. Tegenwoordig is dit vooral een dogma: het wordt al in de opleiding van ingenieurs als een algemeen geldige stelling overgedragen en in text en op conferenties permanent gereproduceerd.
In de hoofden van de produktie-ingenieurs zelf heeft zich een schema gevormd dat geen ruimte meer overlaat voor alternatieven: zij zijn er diep van overtuigd dat men alleen efficiënt en foutloos kan fabriceren als men een van te voren en onafhankelijk van het doen/werken opgesteld plan heeft. Afwijkingen van het daadwerkelijk gemaakte van het geplande kunnen zij alleen maar verklaren door menselijke onvolkomenheid van het geplande. In plaats van zich te verzetten tegen de vermeende perfectie van het computergestuurde plan, zien zij nu zichzelf als belangrijkste defect. De levende arbeid was voor hen altijd al een 'foutenmakende constructie' en als een zo snel mogelijk te elimineren bron van storingen. Het is een vorm van machinedenken, van machinaal denken.
Volgens dit machinedenken bestaat er weinig speelruimte voor een vorm van arbeidsorganisatie die past bij het produktieproces en tegelijk menselijk, humaan is. Het rationaliseren van een produktieproces betekent voor hen vooral het objectiveren van ervaringskennis in algoritmisch beschreven arbeidsprocessen en gecentraliseerde gegevensbestanden en het transformeren in planningskennis.
Figuur 11.2 Model van machinedenken: techniek als ideologie

Deze ideologie van de techniek is een weerspiegeling van de werkelijkheid van de kapitalistische arbeidswijze.
b Gaat het reisplan ook op bij slecht weer?
Het management probeert de chaos te bestrijden door elektronische gegevensverwerking. Het probeert met meer of minder diep ingrijpende computerondersteunde totale planning het hele produktieproces te besturen, door de afstemming van termijnen en capaciteiten ook de arbeid te verdelen), de volgorde van de opdrachten te bepalen en te bewaken via terugkoppelingssystemen. De competenties van besturingsafdeling worden dus uitgebreid en hun controlepotentieel wordt vergroot. De lokale toezichthouders (bazen en onderbazen; chefs enz.) verliezen een groot deel van hun sturings- en coördinerende taken. Hierdoor wordt de dispositiespeelruimte van de arbeiders eveneens sterk ingeperkt. De gevolgen hiervan zijn tweeledig:
De introductie van CAD-systemen gaat gepaard met een nieuwe arbeidsdeling: de taken van systeemplanning en -beheer worden gescheiden van die van de ontwerpers en tekenaars die het systeem gebruiken. Bij het management neemt het inzicht toe dat er grote problemen kleven aan deze vorm van arbeidsdeling (verwarrend aanbod, onbevredigende systeemgemeenschappen, rationaliseringsbarrières), maar dat dit - in het perspectief van verdere rationaliseringsstappen - ook van grote betekenis is voor de strategie van de onderneming. Deze nieuwe arbeidsdeling legt echter tevens de basis voor de taylorisering van het ontwerpproces. Om rekening te houden met de zakelijke eisen aan het CAD-systeem moeten de ontwerpers en tekenaars participeren in de planning en invoering. Hun kennis van het systeem moet echter beperkt blijven tot dat wat nodig is voor de effectieve omgang daarmee. Vroeger was het plannen van het verloop van het constructieve arbeidsproces een onderdeel van de taak van de ontwerpers en tekenaars. Dit wordt nu de belangrijkste taak van de systeembeheerders, naast het technisch-organisatorisch verder ontwikkelen van de CAD-systemen en hun onderhoud.
Op deze basis groeit al snel een gebouw volgens de plannen van de 'wetenschappelijke bedrijfsvoering': het ontwerpproces zal in de toekomst worden afgewikkeld door een hoofdontwerper die het project leidt, meerdere ondersteunende hulpontwerpers en speciale ontwerpers aan een CAD-systeem [zie schema 10 van Brödner 1985:88].
De talrijke routinetaken van vroeger worden nu al door de algoritmes van het programma uitgevoerd. Zij worden vervangen door nieuwe routine-activiteiten in de omgang met het CAD-systeem, vooral bij de sterk geformaliseerde invoering, controle en verbetering van de arbeidsresultaten. Bij het maken en beoordelen van ontwerpen werd vroeger een sterk beroep gedaan op ervaringskennis. Tegenwoordig worden steeds meer systeemanalytische vaardigheden en abstractieverogen bij de omgang met symbolen en commando's vereist. Het systeem dicteert daarbij het verloop en het ritme van de arbeid, De arbeid zal een wezenlijk hogere concentratievermogen vereisen en de arbeid verdichten. Omdat alle belangrijke fasen van de arbeid - inclusief de daarbij gemaakte fouten - aan de eindmachines van de CAD-arbeidssituatie worden voltrokken, worden vergaande prestatiescontroles door het systeem mogelijk. Arbeidsorganisatie en de wijze waarop het CAD-systeem wordt ingezet bepalen dat bovendien de sociale communicatie verdrongen wordt door technisch bemiddelde communicatie.
De propagandisten van de CAD-technologie beweren telkens weer dat het inzetten van CAD-systemen zal leiden tot de bevrijding van routine ten gunste van de ontplooiing van creativiteit. Alle ervaringen en arbeidswetenschappelijke inzichten spreken dit echter tegen.
Creativiteit kan alleen maar worden ontplooid wanneer iemand de kans heeft om iets onbekends en onverwachts tegen te komen. Alleen tegen de achtergrond van reeds verworvn ervaring kan het onbekende en onverwachte ons denken stimuleren om nieuwe wegen in te slaan. Mensen die langdurig in strak geregelde processen moeten handelen, leggen langzamerhand zelf in routine verstard denken en handelen aan de dag en verliezen het vermogen om het onverwachte op nieuwe wijze te verwerken, nieuwe gedachten te ontwikkelen voor het oplossen van constructieproblemen. Dat geldt ook voor de buitengewoon sterk gereglementeerde activiteiten aan CAD-systemen, de omgang met abstracte symbolen en bevelen volgens schema's die in het systeem zijn geïncorporeerd,verloopschema (en waaraan de 'leidingen van de bedieners' zo'n grote betekenis toekennen): zij remmen eerder creativiteit dan dat zij deze stimuleren. Specialisten op het gebied van de constructie onderkennen dit ook: zij pleiten ervoor de hoofdconstructeur te scheiden van het arbeidsritme van het CAD-systeem, omdat creativiteit slecht verenigbaar is met een te strakke insnoering in een automatisme.
De resultaten van de ontwerpers werden vroeger bewaard op tekeningen en stuklijsten. In het ontwerp - vooral in de machinebouw - wordt vaak teruggegrepen op vroeger resultaten die slechts worden gevarieerd. Dit herhaalde gebruik van eerder gemaakt ontwerpen leidt ertoe dat deze als datastructuren in de computer wil opslaan (als een soort constructiekit). Dat is mogelijk onder twee technisch-organisatorische voorwaarden: (a) de produkten moeten naar bouwgroepen worden gestructureerd en deze moeten worden gestandaardiseerd en geklassificeerd; (b) de verschillende computergestuurde processen moeten in één computersysteem worden geïntegreerd.
Algemene conclusie =
De rationaliseringsbeweging in de sfeer van de hoofdarbeid laat zien dat er verschillende eilandjes bestaan waar computers worden ingezet. Er is een grote behoefte om deze eilandjes met elkaar te verbinden in het werkelijk netwerk van het arbeidsdeling georganiseerde produktieproces. Als gevolg van de geïsoleerde ontwikkeling is dit echter technologisch geblokkeerd en organisatorisch niet voorbereid. Bovendien biedt het produktieproces met zijn complexiteit en onberekenbaarheid hardnekkige weerstand tegen de inzet van computers. Gekwalificeerde levende arbeid is als voorheen in sterkere mate nodig als men aanvankelijk dacht. De technocentrische rationalisering is daarmee in een doodlopende straat beland. Om daar uit te komen is een fundamenteel andere rationaliseingsstrategie nodig.
Figuur 11.3 Horizontale en verticale integratie van bedrijfsinformatiesysteem

De structurele kenmerken zijn:
| TAO Program | Onderwerpen | Samenleven | Home | Zoek | Contact |
|---|