De klassentheorie van Marx 
INTRODUCTIE
door: Albert Benschop
In deze monografie worden de de contouren geschetst van het klassenanalytische
programma dat Marx in de loop van zijn studies heeft geformuleerd, ten dele
zelf heeft uitgewerkt en toegepast. De nadruk ligt hierbij op het expliciteren
van de probleemstellingen en globale analysestrategieën van Marx, en op
het interpreteren van de samenhang tussen zijn probleemstellingen en
probleemoplossingen. Bij deze deconstructie gaat het enerzijds om de
identificatie van de problematieken, dat wil zeggen de matrix van
vooronderstellingen en begrippen die zijn teksten coherentie geven. Anderzijds
gaat het om de verschuivingen die in deze problematieken optreden, waardoor in
zijn teksten ook ambivalentie en tegenstrijdigheid ontstaat. Ik richt me dus
vooral op de architectuur van de theoretische benadering van Marx. Deze lezing
is niet 'onschuldig'. Wie de teksten van Marx en ook Engels vandaag de dag
leest, kan immers niet voorbijgaan aan zo'n honderd jaar reconstructie- en
interpretatiegeschiedenis. Het is dus een lezing van Marx én een lezing
van andere lezingen. Dit twee-sporenbeleid is als volgt opgebouwd.
Mijn lezing van Marx begint met een simpele constatering: Marx heeft nooit een
afzonderlijke, gesystematiseerde uiteenzetting gegeven van zijn klassentheorie.
De enige passage waarin hij zich hiertoe leek te zetten is uiterst summier en
fragmentarisch gebleven. Ik laat eerst zien welke referentiepunten er in dit
schamele fragment aanwezig zijn en geef daarna een overzicht van de zeer
uiteenlopende verklaringen die er gegeven zijn voor de onvoltooidheid van het
52 hoofdstuk van Het Kapitaal. Aan het slot van de eerste paragraaf
breng ik de verschillende strategieën in kaart die gehanteerd worden om de
klassentheoretische erfenis van Marx te verwerken. De conclusie hiervan zal
zijn dat Marx' klassenanalytische verhandelingen een gebrekkige
systematisering, tegenstrijdigheden en ambivalenties en ook terminologische
inconsistentie vertonen dat men alleen door een kritische reconstructie zicht
kan krijgen op de betekenis en beperkingen van 'de klassentheorie van Marx'
[hoofdstuk I]. Daarom wordt er eerst aandacht besteed aan een aantal typische
interpretatie- en reconstructieproblemen, zoals omvang en aard van het
tekstuele materiaal, interpretatiespeelruimte e.d. Tegen deze achtergrond stel
ik voor om de leestechnische, inhoudelijke en methodologische problemen te
benaderen middels een 'methode van contextualiseren'. Hierbij worden drie
contextuele bundels onderscheiden: de theorie-historische context, de
theorie-systematische context en de sociaal-historische context.
|
De pré-historie van het klassebegrip heb ik al eerder behandeld in Klasse- Ontwerp van een transformationele klassenanalyse: Benschop [1993 - hft. I].
|
- Voor de theorie-historische contextualisering worden eerst een aantal auteurs behandeld
die als directe voorlopers van de klassentheorie van Marx beschouwd kunnen
worden.[1] Naast Saint-Simon en twee
vertegenwoordigers van de Franse burgerlijk-liberale historici uit de
restauratieperiode wordt in het kort ook de betekenis geschetst van Ricardo als
representant van de klassieke politieke economie. Het is een selectieve en
grove schets van een stuk 'voorgeschiedenis', die met name bedoeld is om 'het
originele' in Marx' klassetheoretische bijdragen af te bakenen. Daarna worden
een aantal intellectueel-biografische aspecten van het werk van Marx behandeld.
Dit deel van de reconstructie rekent af met de fictie dat de klassentheorie van
Marx als een gesloten eenheid kan worden opgevat en is er met name op gericht
de inhoudelijke verschuivingen die zich zijn werk hebben voorgedaan te
lokaliseren [hoofdstuk II].
- Voor de theorie-systematische contextualisering worden eerst een aantal abstractieniveaus onderscheiden waarop in de klassentheorie van Marx begrippen, stellingen en hypothesen geformuleerd worden. Daarbij aansluitend wordt ingegaan op het probleem dat er een grote verschillen zijn in de sociaal-historische reikwijdte van de diverse begrippen,
stellingen en hypothesen die men in het werk van Marx aantreft. Het zijn mijns inziens juist deze verschillen in abstractieniveaus en analyse-eenheden die aanleiding waren en zijn voor enorme - maar niet belangeloze - misverstanden en
scherpe - maar vaak bot uitgevochten - controverses [hoofdstuk III].
- Voor de sociaal-historische contextualisering worden eerst een paar uiterst summiere opmerkingen gemaakt over de gebondenheid van Marx' klassentheorie aan de specifieke maatschappelijke structuren en politieke conjuncturen waarin hij
leefde. Daarna blijf ik iets uitvoeriger stilstaan bij de semantische context van zijn werk, d.w.z. bij de tijdgebonden terminologie waarin hij zijn analyses gegoten heeft. Hieruit zal vooral duidelijk worden dat zijn hele klasseterminologie weinig consistent is en dat deze vaak gevoed worden door begripsmatige ambiguïteiten. En tenslotte geef ik een beknopt overzicht van de empirisch gemotiveerde kritieken die er in de loop der jaren op het werk van Marx zijn geleverd [hoofdstuk IV].
De betekenis van deze drie contexten wordt aan de hand van teksten van Marx
gedemonstreerd. Deze werkwijze heeft dan misschien de schijn van omslachtigheid
tegen zich, maar het grote voordeel is dat zij systematisch, doorzichtig en
daarmee controleerbaar is. Deze analyse wordt hier overigens niet 'tot het
bittere einde' uitgevoerd. Ik ga zover als nodig is om het nut van een
dergelijke lezing en de uitgangspunten van mijn reconstructie plausibel te
maken. Maar ik ga niet zover als in een verantwoorde theoretisch
georiënteerde filologische studie noodzakelijk zou zijn.
In deze studie komen de belangrijkste controversiële punten aan de orde
die een rol hebben gespeeld en spelen in discussies over het klassebegrip van
Marx. Daarbij zullen de thematische en methodische knooppunten in de receptie-
en interpretatiegeschiedenis van 'de klassentheorie van Marx' de revu passeren.
Ik presenteer geen volledig overzicht van alle theoretische, methodische en
empirische kritieken op het werk van Marx. Het is geen parade van alle
serieuze, kwaadaardige en komische critici van Marx en bevat ook geen
gedetailleerde afweging van hun kritieken. Sommige kritieken en bezwaren zijn
zo onzakelijk en ongeïnformeerd dat zij überhaupt niet weerlegd
hoeven en soms ook niet kunnen worden. Zelfs de meest zwakke kritieken kunnen
echter verwijzen naar echte problemen in de vooronderstellingen of structuur
van een theorie. Hier gaat het erom vanuit de reeks bezwaren tegen 'de
klassentheorie van Marx' de punten op te sporen die van belang zijn voor
interpretatie en reconstructie. Ik concentreer mij hierbij op de volgende
vragen.
- In hoeverre heeft Marx gezien de onvoltooidheid van het 52e hoofdstuk van
Het Kapitaal überhaupt een klassentheorie geformuleerd?
- Wat zijn de tegenstrijdigheden, ambivalenties en lacunes in het
klassenanalytische werk van Marx?
- In hoeverre zijn de tegenstrijdigheden in zijn werk het effect compilaties
uit ongelijksoortige teksten die in verschillende periodes zijn geschreven?
- In hoeverre zijn deze tegenstrijdigheden en ambivalenties terug te voeren
tot het feit dat het gaat om uitspraken die in de logische structuur van zijn
theoretische analyse een verschillende status hebben?
- In hoeverre gaat het om concepten en stellingen met een verschillende
sociaal-historische reikwijdte?
- In hoeverre benaderen de empirisch gemotiveerde kritieken Marx's
theoretische analyses vanuit de verwachting dat zij een directe leverancier van
empirische evidenties zijn?
- In hoeverre hebben de empirische kritieken op het werk van Marx te maken
met veranderingen in de sociale structuur die zich na de zijn dood hebben
voorgedaan?
- Welke rol spelen semantische problemen (terminologie, wetenschapstaal)?