Index Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek

5
Communicerende Zapatistas





Uit het vorige hoofdstuk werd duidelijk dat het EZLN na een korte militaire confrontatie met het Mexicaanse leger, overging tot een confrontatie op het politieke en ideologische niveau. De Mexicaanse regering zag zich, vooral onder druk van de grote internationale aandacht voor het conflict, genoodzaakt af te zien van volledige eliminatie van het EZLN middels een militair offensief, en akkoord te gaan met een intensieve vredesdialoog. Al gedurende de eerste dagen van de opstand ontstonden er digitale informatiestromen vanuit Mexico op het Internet. Maakten de Zapatistas gebruik van het modernste communicatiemedium vanuit de ontoegankelijke jungle in Chiapas?

Het Internet bleek niet een medium waar de Mexicaanse regering veel grip op had. Het zijn juist de in hoofdstuk vier genoemde fundamentele eigenschappen van dit medium die sociale bewegingen ondersteunt in de verspreiding van hun doelstellingen. Via het Internet werd informatie over het EZLN, haar doelstellingen en de gebeurtenissen in de deelstaat Chiapas, over de wereld gedistribueerd. Al snel deden de verhalen de ronde dat subcomandante Marcos hier zelf bij betrokken was. Met een laptop op schoot, gebruik makend van de elektriciteit van de cigarettenaansteker van zijn pick-up, zou hij inloggen op het Internet. Zijn email-adres: lacandon@aol.com.1 Wat is er waar van deze verhalen? Welk traject verlopen de ontelbare communiqués van het EZLN naar het Internet? En wat betekent de manier waarop het EZLN haar strijd voert voor andere vormen van maatschappelijke strijd? In dit hoofdstuk zal op deze vragen een antwoord worden gegeven en de strijd in een breder analytisch kader worden getrokken.


5.1 Produktie en distributie van de communiqués

Vanaf de eerste dag in januari 1994 hebben de Zapatistas hun verklaringen in de vorm van communiqués verstuurd. Het eerste communiqué dat zij schreven was de inmiddels beroemde Declaración de Guerra (oorlogsverklaring). Deze werd op 1 januari 1994 voorgelezen door subcomandante Marcos op het Zócalo van San Cristóbal de las Casas. Tevens werd een pamflet, met daarin de oorlogsverklaring, aangebracht op muren, elektriciteitspalen en bomen. Het pamflet was gedrukt in twee kleuren, rood en zwart, hetgeen er op duidt dat de Zapatistas al vóór de opstand de mogelijkheid hadden om gebruik te maken van drukmachines.

Een aantal dagen na de oorlogsdeclaratie, gedateerd 31 december 1993, begon de stroom communiqués op gang te komen. Gedurende de eerste dagen van januari 1994 woedden er nog hevige gevechten in verschillende delen van Chiapas. De aanwezigheid van het leger was zo groot dat het voor de Zapatistas erg moeilijk bleek hun verklaringen langs de vele militaire blokkades te loodsen. Maar door gebruik te maken van de vele 'binnendoorweggetjes' en sluiproutes, over bergen, door dicht oerwoud, te paard en te voet, lukte het hun om al snel na het begin van de opstand de eerste communiqué te overhandigen aan de redactie van El Tiempo.2 De precieze aankomstdatum is niet helemaal duidelijk.

Om de ontvangers te overtuigen van de authenticiteit van het document, werd in de tekst verwezen naar enkele gebeurtenissen op 1 januari 1994 nabij het plaatsje Huixtán. De journalist Amado Avendaño junior was samen met een aantal collega's op onderzoek gegaan in de buurt van Huixtán, zo'n 30 kilometer ten oosten van San Cristóbal de Las Casas. Op het Zócalo van het dorpje was een grote groep mensen aanwezig die de typische kledij van de Zapatistas droeg. De arriverende groep journalisten werd aangehouden en ondervraagd door een blokkade van een groep gemaskerde campesinos. Alles wat ze bezaten moest worden afgegeven: camera's, pasjes en in totaal 700 nuevos pesos, dit laatste bij wijze van oorlogsbelasting.3 Na enige woordenwisselingen werd hen de camera's terug gegeven en togen ze terug naar San Cristóbal om daar verslag te doen van de gebeurtenissen. In het eerste communiqué dat de redactie van El Tiempo begin januari 1994 kreeg, boden de Zapatistas hun verontschuldigingen aan voor de wijze waarop de journalisten in Huixtán waren behandeld en stuurden met het document de afgenomen 700 nuevos pesos mee.4 Hierdoor was het voor de redactie van El Tiempo duidelijk dat het om een origineel document van de Zapatistas ging. Het communiqué arriveerde in de vorm van twee enveloppen bij het huis van de familie Avendaño dat tevens het kantoor van El Tiempo was. In het communiqué werd toegelicht waarom de Zapatistas speciaal El Tiempo hadden uitgekozen om via hen de communiqués te verspreiden onder de aanwezige pers. El Tiempo had gedurende de afgelopen jaren bekendheid verworven om de grote mate van aandacht die zij had voor de situatie van de indianen in Chiapas, aandacht die nogal eens ontbrak bij andere media.

Op het moment dat de eerste communiqué werd ontvangen, was er door de regering reeds een sala de prensa (perszaal) ingericht in het elegante hotel Mazariegos, vernoemd naar de Spaanse conquistador van Chiapas, Diego de Mazariegos.5 Echter, door de aankomst van het document bij de redactie van El Tiempo, verschoof het centrale informatiepunt naar het kantoor van deze krant. De familie Avendaño nam de taak serieus. Zij maakten vele kopieën van het communiqué en verspreidde deze onder de aanwezige pers. Er werden vele honderden faxen naar binnen- en buitenlandse media verstuurd. Ondertussen stond de telefoon roodgloeiend; uit alle delen van de wereld kwamen verzoeken om informatie over de situatie in Chiapas. Vele journalisten sloegen de armen ineen en organiseerden een informatie-database. Alle informatie die zij onafhankelijk hadden verzameld in diverse locaties, werd opgeslagen in een computer. Geïnteresseerde journalisten konden gebruik maken van dit almaar groeiende databestand. Daar alle hotels al snel vol zaten, werd de redactiekamer van El Tiempo omgetoverd in een slaapplaats voor de dakloze journalisten. Hoeveel journalisten gedurende de eerste dagen van het conflict in San Cristóbal zijn geweest om verslag te doen van de situatie, is niet bekend, maar het ging waarschijnlijk om vele honderden.6


Stap 1: De Selva Lacandona

Zoals alom bekend is, worden de communiqués van het EZLN geschreven en geproduceerd ergens in de Mexicaanse deelstaat Chiapas. Tevens is het geen geheim dat het gros van de communiqués geschreven is door subcomandante Marcos. In Mexico en veel andere landen is vaak gespeculeerd over de manier waarop het EZLN haar communiqués produceert en verstuurt. Dit onderzoek nam de twijfel over de gangbare idyllische beeldvorming over het distributieproces van het EZLN, als uitgangspunt. Het was nog maar zeer de vraag in hoeverre het technisch mogelijk zou zijn, vanuit de Selva Lacandona, waar nauwelijks toereikende communicatieve infrastructuur aanwezig is, middels een laptop een verbinding te leggen met het Internet. Leek het niet meer voor de hand te liggen dat de communiqués pas op het Internet verschenen nadat ze in Mexicaanse kranten waren gepubliceerd? Dit zou echter betekenen dat het Internet pas aan het eind van de reis van de communiqués een rol speelden en niet, zoals nogal eens gedacht werd, aan het begin. Via de vele interviews met mensen die op enigerlei wijze direct betrokken zijn bij het conflict dan wel de vredesdialoog, en middels een interview met de comandantes Tacho, David en Zebedeo, kan het vermaarde Internet-gebruik, deels worden bevestigd en deels ontkracht.

De communiqués van het EZLN verlopen een bijzonder traject. Een deel ervan wordt geproduceerd in de laaglanden (Selva Lacandona), een ander deel in de hooglanden (Los Altos) van Chiapas. Na een complex distributieproces eindigen ze, zoals bekend, in diverse virtuele ruimtes van het Internet. De communiqués die uit de hooglanden komen, zijn merendeels geproduceerd in San Andrés Larrainzar of San Cristóbal de las Casas tijdens één van de vele bijeenkomsten van de vredesdialoog. Zij zijn geschreven door de ter plekke aanwezige delegatie van het EZLN. Meestal gaat het om teksten die mondeling worden voorgelezen op de persconferenties. Vervolgens worden de teksten in geprinte vorm verspreid onder de aanwezige journalisten.

Het merendeel van de communiqués die uit de Selva komen, zijn van de hand van subcomandante Marcos. Hij houdt zich gedurende het grootste deel van het jaar nabij La Realidad op, een klein indianen-dorpje met ongeveer 1500 inwoners en nagenoeg zonder elektriciteit. La Realidad ligt ongeveer 180 kilometer ten oosten van San Cristóbal, temidden van een broeierig tropisch bos. Een andere plaats waar hij zich regelmatig ophoudt, is El Prado, een dorpje van overeenkomstig kaliber als La Realidad.

De vorm waarin de communiqués van Marcos worden verstuurd, verraden veel over de technische hulpmiddelen die zij bezitten. Als je deze documenten goed bekijkt, wordt snel duidelijk dat het op computers vervaardigde en door printers afgedrukte communiqués betreft. In bijlage 3 is een voorbeeld opgenomen van zo'n communiqué. De kwaliteit van de afdruk lijkt te onthullen dat de Zapatistas kunnen beschikken over een laserprinter.7 Over de kwaliteit van hun computers kan echter niet veel worden gezegd. Toch heerst er alom de opvatting dat de Zapatistas beschikken over een aantal laptops.8 Anderen betwijfelen echter of Marcos daadwerkelijk de beschikking heeft over een dergelijk apparaat.9 Marcos zou volgens Amado Avendaño een schoudertas hebben waarin hij zijn laptop vervoert. Hij vertelde dat hij tijdens bezoeken aan de kampementen in de Selva Lacandona, Marcos altijd op die manier zijn laptop vervoert. Het bezit van dergelijke moderne apparatuur is voor een Midden-Amerikaanse guerrillabeweging niet erg gebruikelijk. Zij gebruikten in het recente verleden doorgaans ouderwetse propagandamedia. Dit roept natuurlijk vragen op over de manier waarop zij aan deze apparaten gekomen zijn. Waar haalden zij het geld daarvoor vandaan? De geringe mate van elektrificatie van de gemeenschappen in de Selva, maakt het gebruik van computers problematisch. In La Realidad is, zoals gezegd, geen elektriciteitsvoorziening maar in Guadalupe Tepeyac, een dorpje daar vijftien kilometer van verwijderd, is dat wel het geval. Het elektriciteitsprobleem lossen de Zapatistas op verschillende manieren op. Volgens mijn respondenten maken de Zapatistas gebruik van benzinemotoren, hydro-elektriciteit en zonne-energie.10 De elektriciteitsvoorziening is en blijft een groot probleem tijdens de massale evenementen die de afgelopen jaren in onder andere La Realidad georganiseerd zijn. Tijdens de CND (Convención Nacional Democrática), kwamen met de vele bezoekers ook de vele elektrische apparaten zoals kopieermachines, videocamera's en podiumverlichting. Deze werden toen middels alternatieve elektriciteitsbronnen voorzien van voldoende elektriciteit. Volgens enkele van mijn respondenten laten diverse bezoekers na zo'n bijeenkomst bepaalde apparaten achter als geschenk aan de Zapatistas. Op deze manier zouden zij aan hun computers en printers gekomen zijn. Het verklaart echter nog niet hoe zij aan hun computers en elektriciteit kwamen in de eerste weken van de opstand. Echter, volgens Tello wisten zij via connecties met organisaties zoals het ANCIEZ en ARIC alsmede de projecten die het bisdom in dat gebied organiseerde, veel apparatuur en geld te bemachtigen. Overigens beschikken de Zapatistas niet in elke plaats over computers. Volgens de secretaris van de CONAI in San Cristóbal sturen de Zapatistas handgeschreven communiqués wanneer deze uit andere zones dan La Realidad komen.11

Nadat de communiqués geschreven zijn middels computers, worden deze afgedrukt op printers. Vervolgens worden ze ondertekend en in een enveloppe verstuurd. Wanneer niet gebruik kan worden gemaakt van de printers, worden diskettes verstuurd met blanco gesigneerde pagina's. Vervolgens wordt in San Cristóbal de tekst op deze vellen afgedrukt en verstuurd.12 Meestal worden de enveloppen of diskettes in La Realidad overhandigd aan iemand die op het punt staat naar San Cristóbal te vertrekken. Wanneer zij die persoon kennen en vertrouwen in hem of haar hebben (bijvoorbeeld een mensajero13 van de CONAI of een journalist van La Jornada), wordt hem/haar gevraagd om de enveloppe of diskette in San Cristóbal te overhandigen aan een bepaalde persoon of organisatie.14 Dit kan bijvoorbeeld Amado Avendaño of iemand van CONPAZ zijn, maar doorgaans en steeds vaker is dat de CONAI omdat zij permanent aanwezig is in La Realidad en tijdens alle fases van de vredesdialoog. De CONAI draagt zorg voor de verspreiding van de documenten naar de geadresseerde, zoals bijvoorbeeld de pers. Op deze manier komen de communiqués aan in San Cristóbal. Aangezien er dagelijks mensen van en naar La Realidad reizen, komt het document nog dezelfde dag aan in San Cristóbal. Het is overigens niet het geval dat Marcos zelf zijn teksten naar La Realidad brengt en daar aan iemand overhandigd. Aangezien hij niet ìn La Realidad is maar in de buurt daarvan, en om het risico van een eventuele arrestatie of moordaanslag te vermijden, wordt een andere Zapatista de opdracht gegeven het document naar La Realidad te brengen.15 Dit gebeurt meestal te voet of te paard. Vooral gedurende de eerste dagen was het voor het EZLN moeilijk om de communiqués langs de militaire blokkades te krijgen. Vaak moesten daarom alternatieve routes genomen worden waardoor de stroom van communiqués niet constant was en vele soms lange vertraging opliepen.16 Sinds de vorming van de CONAI komt het regelmatig voor dat de CONAI verzocht wordt een document af te halen ergens in de Selva. Enkele mensen van de CONAI en het EZLN ontmoeten elkaar in een van te voren vastgestelde geheime plaats alwaar het document wordt overhandigd.17 Dit soort geheime ontmoetingen komen overigens steeds minder voor doordat er gedurende de afgelopen jaren een officieel en betrouwbaar communicatienetwerk is gegroeid.


Stap 2: San Cristóbal

Hierboven is beschreven hoe de communiqués geproduceerd en verstuurd worden in de Selva Lacandona en de hooglanden van Chiapas. Door de centrale ligging en aanwezigheid van een goede communicatie-infrastructuur, reizen de communiqués in eerste instantie naar San Cristóbal. In de laatste twee jaren heeft zich in deze stad een groot netwerk ontwikkeld van organisaties en individuen welke op enigerlei wijze betrokken zijn bij het conflict. In dat netwerk zijn ondermeer vertegenwoordigd: CONAI, COCOPA, CONPAZ, het mensenrechtencentrum Fray Bartolomé de las Casas (El Fray), SIPAZ (Servicio Internacional para la Paz), alsook vele journalisten van nationale en internationale kranten en tijdschriften. Het is niet alleen een netwerk van professionals maar wordt vooral ook gekenmerkt door het groot aantal onderlinge vriendschappelijke relaties. Nagenoeg iedereen uit het netwerk kent elkaar en weet wat de individuele interesses en belangen zijn. In de praktijk zijn er twee informatiecircuits te onderscheiden hoewel die elkaar niet volledig uitsluiten. In het eerste circuit circuleert de officiële informatie tussen de Mexicaanse regering en het EZLN, gemedieerd door de CONAI. Het tweede circuit bestaat uit het veel minder georganiseerde netwerk van betrokken organisaties en de journalisten die de openbare en zelf geproduceerde informatie laten circuleren. Tussen beide circuits vindt een grote mate van uitwisseling van informatie plaats.

Vooral in het begin van de opstand, gedurende de eerste weken van januari 1994, werden alle documenten naar de redactie van El Tiempo gestuurd. Zij verstuurde vervolgens de documenten naar talloze redacties van andere kranten, zowel nationale als internationale. Sinds de officiële erkenning van de CONAI als bemiddelingsorganisatie tussen de Mexicaanse regering en het EZLN, is het communicatiecentrum verschoven naar de CONAI, de huidige kern van het eerste informatiecircuit.18 Wanneer een document informatie bevat omtrent de inhoudelijke discussies van de vredesdialoog en uitsluitend bedoeld is voor de regeringsdelegatie, geven de Zapatistas deze aan iemand van de CONAI die het vervolgens naar het kantoor in San Cristóbal brengt. De CONAI is het centrale punt voor wat betreft de officiële vertrouwelijke communicatie tussen beide partijen. Beide erkennen alleen informatie die via de CONAI verstuurd wordt. De CONAI dient wat dat betreft dus als een soort vertrouwelijke postbode. Meestal worden de officiële documenten, bedoeld voor de Mexicaanse regering, door de CONAI aangetekend en per expresse verstuurd, hoewel tevens gebruik wordt gemaakt van de continue verplaatsing van mensen van de CONAI die van en naar de hoofdstad reizen. Een ander belangrijk medium dat de CONAI gebruikt om de documenten van het EZLN te versturen naar het kantoor van de CONAI in Mexico-stad, is de fax. Er wordt door de CONAI te San Cristóbal nog nauwelijks gebruik gemaakt van email om twee redenen. De eerste is dat de CONAI nog in de kinderschoenen staat voor wat betreft het gebruik van email.19 Begin 1996 is er een aansluiting geïnstalleerd maar daar wordt nog niet intensief gebruik van gemaakt. Net als bij elke nieuwe technologie, moet eerst een gebruikspatroon worden gevormd (domesticeren) voordat het structureel gebruikt gaat worden. Een tweede reden heeft betrekking op het vraagstuk omtrent de authenticiteit van de berichten.20 Het is erg moeilijk om de identiteit van de verstuurder van een email-bericht te achterhalen, iets wat voor beide partijen van wezenlijk belang is. De fax is wat dat betreft een betrouwbaarder medium. De CONAI maakt dankbaar gebruik van de email-expertise van El Fray. Dit centrum is gesticht door Samuel Ruiz en onderhoudt mede daardoor nauwe relaties met de CONAI. El Fray maakt veelvuldig gebruik van email en Internet (onder andere voor hun bijdrage aan het digitale bulletin MEXPAZ waar ik later nog op zal terugkomen). De CONAI maakt alleen gebruik van email om publieke informatie te versturen zoals verslagen van de voortgang van de vredesdialoog en beschrijvingen van de eventueel bereikte akkoorden.21 De officiële informatie ontvangt de CONAI in Mexico-stad dus in de vorm van een fax of een aangetekende brief. 22 Wanneer een document openbaar is, dan draagt de CONAI ook zorg voor de verspreiding ervan onder de organisaties en journalisten in het tweede circuit. Zij kunnen te allen tijde een kopie van de tekst bij de CONAI ophalen waarna zij zorgen voor verdere verspreiding onder de pers.

Naast dit circuit van officiële informatie is er een tweede, veel minder officieel circuit ontstaan. Dit circuit bestaat uit allerlei mensen die betrokken zijn bij relevante organisaties inclusief de aanwezige journalisten. Tegenwoordig is er een aantal journalisten dat zich permanent gevestigd heeft in San Cristóbal. Zo wonen in San Cristóbal: Elio Henríquez van La Jornada, Julio Cesár Lopez van Proceso, en Andréas Becerril van Excélsior. Tevens houden Herman Bellinghausen en Raúl Ortega (beiden van La Jornada) zich vrijwel permanent op in La Realidad. Al deze journalisten kennen elkaar persoonlijk en voorzien elkaar van de beschikbare informatie. Aangezien er dagelijks mensen vertrekken en aankomen in La Realidad (vooral mensen van CONPAZ die daar een permanent vredeskamp organiseren), komt en vertrekt er met die mensen allerlei informatie. De Zapatistas maken gebruik van deze mensenstroom op basis van vertrouwen. Ze vragen aan vertrekkende mensen of ze een document mee willen nemen om deze in San Cristóbal bij een bepaalde organisatie of persoon te bezorgen.23

Wanneer er een document van de Zapatistas is dat speciaal (of tevens), bedoeld is voor de pers, doen de journalisten daar drie dingen mee: ze versturen het via fax dan wel modem naar hun redacties in Mexico-stad; ze zorgen ervoor dat andere journalisten en relevante organisaties een kopie krijgen (als zij dat nog niet hebben); en ze verwerken het eventueel in de artikelen die zij schrijven.24 Communicatie met hun redacties vindt vooral plaats via modem. Alle artikelen en verslagen die zij zelf produceren wordt via dit medium verstuurd. Ook de foto's vinden op die manier hun digitale weg naar de verschillende redacties.25

Zoals ik hierboven al stelde, is er in San Cristóbal een grote hoeveelheid organisaties die zich op de één of andere manier bezig houdt met het conflict en de dialoog. Ook deze organisaties maken deel uit van het tweede informatiecircuit. Zij produceren zelf informatie over de situatie in Chiapas en verspreiden die naar iedere geïnteresseerde. De verschillende NGO's hebben zich vrij snel na de opstand verenigd in CONPAZ. De vereniging was noodzakelijk om de informatie die iedere NGO afzonderlijk produceerde te kunnen bundelen zodat een completer beeld kon worden verkregen van de situatie in Chiapas. Door CONPAZ wordt elke week een verslag gemaakt op basis van de informatie uit verschillende kranten en tijdschriften alsook de zelf geproduceerde informatie en inzichten. Dit verslag wordt verspreid onder de dorpen in Chiapas en er wordt een kopie verzonden naar het elektronisch bulletin MEXPAZ. Ook El Fray produceert een verslag voor het bulletin MEXPAZ en stuurt dit middels email naar de centrale computer van het bulletin die gevestigd is op de Universidad Iberoamericana in Mexico-stad.


Stap 3: Mexico-stad

In het algemeen kan gesteld worden dat Mexico-stad het punt vormt waar vanuit de informatie over de situatie in Chiapas verstuurd wordt naar de rest van de wereld. De distributie vindt plaats op een viertal manieren: via MEXPAZ, de drie discussiegroepen Chiapas-l, Mexico94, en Mexico2000, de WWW-paginas Chiapas95 en iYa Basta! en de meer traditionele media zoals televisie en radio.


Het digitale bulletin MEXPAZ
Het idee voor MEXPAZ is ontstaan tijdens een bezoek in 1994 van Samuel Ruiz aan Europa. Het viel hem op dat er daar grote behoefte was aan actuele en directe informatie over het conflict in Chiapas, iets wat de media en Mexicaanse ambassades niet geven konden.26 Ook werd hem duidelijk dat de digitale media daarin een grote rol zouden moeten spelen. Na terugkomst in Mexico is de CONAI, op aanraden van Samuel Ruiz, aan de slag gegaan met het ontwikkelen van het bulletin. Het belangrijkste doel van MEXPAZ was het bundelen van de krachten van verschillende NGO's in het binnen- en buitenland, en het profiteren van de belangrijke voordelen van elektronische communicatie zoals genoemd in hoofdstuk drie.27 Hierdoor moest meer duidelijkheid komen over hun activiteiten en konden deze beter op elkaar worden afgestemd zodat overlapping tot een minimum werd teruggebracht.28 Er is daartoe door Miguel Alvarez (CONAI), John Sweeney (C.R.T., Centro de Reflexión Teológica) en Mario Monroy (SIPRO, Servicio de Información Procesada) een aantal NGO's benaderd en gevraagd te participeren in het bulletin. In november 1994 was het bulletin een feit.29 MEXPAZ is uiteindelijk een bulletin geworden dat zowel in het Engels als in het Spaans verkrijgbaar is. Deze tweetaligheid was belangrijk aangezien een groot deel van de internationale doelgroep van het bulletin geen Spaans spreekt. Het bulletin is tot op de dag van vandaag populair gebleven met zo'n 2000 leden in 20 landen.30

Het bulletin is zodanig ingericht dat mensen zich middels het versturen van een email naar de centrale computer van het bulletin, kunnen inschrijven per hoofdstuk. Een lidmaatschap is gratis. Wanneer iemand meerdere hoofdstukken wil ontvangen, moet hij/zij zich voor elk van die hoofdstukken apart inschrijven. Vervolgens wordt elke week het desbetreffende hoofdstuk van het bulletin in de vorm van email toegestuurd. Het bulletin bestaat uit vier hoofdstukken (capítulos): Información, Análisis, Derechos, en Chiapas. Daarnaast bestaat er een hoofdstuk dat als continue digitale conferentie functioneert, Solidaridad, en wordt in tegenstelling tot de andere vier hoofdstukken, door de leden zelf gevuld. Elk binnenkomend bericht wordt direct naar alle leden toegestuurd, terwijl de andere vier hoofdstukken elke week éénmalig en op een vaste dag worden verstuurd.

Elk van de vier hoofdstukken is de verantwoordelijkheid van één of meerdere NGO's. Zo wordt het hoofdstuk Información verzorgd door SIPRO en Equipo Pueblo. Zij vervaardigen elke week, op basis van de informatie uit twaalf dagbladen en twee weekbladen, een chronologisch overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen.31 SIPRO doet dit in het Spaans en Equipo Pueblo in het Engels. Het tweede hoofdstuk, Análisis, wordt wekelijks verzorgd door drie NGO's, te weten Centro de Estudios Ecuménicos, Centro Autónomo Montesino, en Fronteras Comunes. Dit hoofdstuk wordt gekenmerkt door progressief getinte artikelen over de belangrijkste politieke en economische gebeurtenissen in Mexico. De afwezigheid van analyses van conservatieve journalisten wordt niet als een probleem gezien daar deze zo prominent aanwezig zijn in de Mexicaanse media. Het derde hoofdstuk, Derechos, wordt verzorgd door het mensenrechtencentrum Miguel Agustín Pro Juárez A.C.. Naast haar ongekende productiviteit in de vorm van dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse, driemaandelijkse en jaarlijkse bulletins, verzorgt zij elke week een extra bulletin voor MEXPAZ. In het hoofdstuk komen allerlei zaken aan bod zoals militaire intimidatie en verkrachting, lichamelijk geweld tegen landloze boeren, en juridische verwikkelingen zoals de vrijheidsstrijd van de vermaarde Zapatistas Eloriaga en Entzin. Het centrum onderhoudt zeer goede contacten met vele andere mensenrechtencentra in heel Mexico en het buitenland. Deze contacten, gecombineerd met de dagelijkse verwerking van kranten en tijdschriften, vormen de basis waarop zij hun activiteiten, verslagen en analyses baseren. Het vierde hoofdstuk is speciaal gewijd aan Chiapas. Dit hoofdstuk, dat dezelfde naam draagt als de provincie, wordt verzorgd door drie organisaties: de CONAI, CONPAZ en het mensenrechtencentrum El Fray in San Cristóbal de las Casas. De afwezigheid van een bijdrage van de Mexicaanse regering aan de analyse van de gebeurtenissen in Chiapas, is opvallend. Hierdoor staat dit hoofdstuk volledig los van conservatieve en regeringsgezinde groepen. In het hoofdstuk Chiapas wordt uitsluitend informatie opgenomen die specifiek over Chiapas gaat. Het is een verzameling van de soorten informatie die in de andere drie hoofdstukken geboden wordt op nationaal niveau. In Chiapas is aldus vertegenwoordigd: een chronologisch overzicht en analyse van de belangrijkste gebeurtenissen met betrekking tot bijvoorbeeld de vredesdialoog, de aanwezigheid van militaire troepen, de politieke en economische situatie, en de situatie van de mensenrechten.

De omvang van de hoofdstukken en de conferentie, hangt sterk af van de actuele gebeurtenissen. Het populairste hoofdstuk is Información met zo'n 500 leden, gevolgd door Chiapas met ongeveer 400 leden.32 Dit ledental is overigens sterk afhankelijk van de gebeurtenissen en de aandacht die Mexico krijgt in de buitenlandse media.33

Het begin van MEXPAZ was erg moeilijk, er waren weinig leden. Het ledenbestand bestond voornamelijk uit Amerikanen. Als verklaring kan geopperd worden dat in 1994 het aantal Mexicanen met toegang tot het Internet, nog zeer beperkt was en dat in Europa in het algemeen minder interesse bestond voor de situatie in Mexico dan in de Verenigde Staten.34 Het jaar 1995 was voor Mexico de boom voor wat betreft Internet zodat velen zich aanmeldden. Ook het aantal Europeaanse leden groeide na de moeizame start gestaag. In het algemeen kan gesteld worden dat het bulletin een sterk gesloten karakter heeft, met uitzondering van de publieke conferentie Solidaridad. Deze geslotenheid was een bewuste keuze om de kwaliteit en authenticiteit van de informatie te kunnen garanderen alsmede een bepaald analytisch niveau te kunnen bieden. Dit was een belangrijk gebrek van de toentertijd bestaande elektronische conferenties Chiapas-l en Mexico94.35 De betrokken NGO's hebben daarnaast duidelijk gemaakt niet garant te kunnen staan voor de inhoud van de open conferentie Solidaridad. In het verleden zijn daar berichten in verschenen die valse beschuldigingen of verslagen van onware gebeurtenissen bleken te bevatten. Dit werd de organisatie van MEXPAZ kwalijk genomen waarop zij deze beslissing namen.


De digitale conferenties Chiapas-l, Mexico94 en Mexico2000
De opstand van de Zapatistas heeft, naast het ontstaan van het bulletin MEXPAZ, tevens geleid tot de oprichting van diverse discussiegroepen op het Internet. In Mexico en de Verenigde Staten bestaat een aantal populaire diensten die geheel gewijd zijn aan de problematiek van Chiapas en de strijd van de Zapatistas. Vanaf april 1994 zijn er drie digitale conferenties on line geworden. Deze waren speciaal bedoeld om te kunnen discussiëren over de problematiek van Mexico en Chiapas in het bijzonder.

De eerste twee conferenties die ontstonden, werden Chiapas-l en Mexico94 gedoopt. Zij waren, mede op initiatief van Arturo Grunstein die toentertijd als project-manager verbonden was aan Profmexis, ontstaan. Profmexis is het digitale netwerk van de gemeenschap van centra van Mexico-studies, Profmex genaamd. Profmex ontstond in 1982 op initiatief van twee Amerikaanse professoren. Profmexis werd tien jaar na de genese van Profmex opgericht. De huidige president van Profmex is James Wilkie, tevens één van de oprichters. Het doel van Profmex betreft het voor een breder publiek beschikbaar maken van academische kennis over Mexico die verspreid over de wereld gegenereerd wordt.36 Profmexis gebruikt ter bereiking van dit doel de modernste communicatietechnologie. Het computernetwerk bood in eerste instantie enkele digitale pagina's aan waarop informatie beschikbaar werd gesteld in de vorm van een paar artikelen en statistische gegevens. De inhoud en vorm waarin Profmexis gedurende die eerste weken informatie aanbood, was weinig populair. In 1994 werd daarop besloten dat Profmexis zich zou moeten gaan richten op de populairste toepassing van het Internet: de interactieve discussiegroepen. Profmexis startte een tweetal discussiegroepen over belangrijke actuele onderwerpen. Door het historische belang van de opstand van de Zapatistas in januari 1994, werd de eerste discussiegroep gewijd aan het EZLN. Een tweede groep schiep een elektronische ruimte voor de discussie over de presidentsverkiezing die later dat jaar gehouden zou worden. Het belangrijkste doel van de discussiegroep over het EZLN was het bieden van een voor het publiek toegankelijke en open discussieruimte. Het was niet de bedoeling dat zij gebruikt zou worden door activisten om sympathie te betuigen te uiten, maar vooral door mensen die geïnteresseerd waren in de achtergronden van het EZLN en de beweging beter wilde begrijpen.37

De twee conferenties werden voor het eerst on line in april 1994, vier maanden na het begin van de opstand en waren van meet af aan zeer succesvol.38 Chiapas-l was zo succesvol dat op een zeker moment het ledenaantal tot boven de 600 steeg. Sindsdien is het aantal weer teruggelopen tot 368 in juli 1996 en 274 in januari 1997.39 Mexico94 had in juli 1996 94 leden en ook dat aantal loopt sindsdien langzaam terug. De conferenties kunnen niet alleen vanwege hun hoge ledenaantal een succes genoemd worden, maar tevens door hun lange levensduur (al bijna drie jaar) en de hoeveelheid geproduceerde informatie (ongeveer vier à vijf emails per dag). De gemiddelde elektronische conferentie op het Internet doet het op alle punten opvallend minder goed.40 Beide conferenties hebben geen moderator die de informatie controleert en selecteert. Dit was ook het oorspronkelijke idee van de conferenties: een volledig vrij forum voor wat betreft de toegang en inhoud.

Om enig inzicht te krijgen in het functioneren van zo'n conferentie, en om aan te geven op welke wijze lokale gebeurtenissen de inhoud en het gebruik van het Internet vormt, geef ik hieronder een aantal grafieken met betrekking tot de discussiegroep Chiapas-l. Deze zijn gebaseerd op statistische gegevens van het CETEI (Centro Tecnológico de Información).41

Figuur 1: Aantal verstuurde emails per maand in Chiapas-l

Figuur 1 toont het gebruik van de conferentie Chiapas-l door de jaren heen, beginnend bij augustus 1994. Zoals duidelijk te zien is, fluctueert het aantal verstuurde berichten heel sterk. Daarnaast is er over de hele periode een opwaartse trend zichtbaar. Het aantal verstuurde emails groeit met de tijd en blijkt na statistische analyse een significante correlatie van 0.48 (p(.01) te vertonen. De vele fluctuaties lijken sterk samen te hangen met actuele gebeurtenissen in Chiapas. Gedurende de maand februari 1995, toen het Mexicaanse leger een groot offensief uitvoerde in Chiapas, met de maanden maart en april als nasleep daarvan, steeg het gebruik zeer opvallend. Ook vanaf maart 1996 valt een duidelijk stijging van het aantal verstuurde emails te zien. In maart 1996 startte de tweede mesa van de vredesdialoog en in april kwam een groot internationaal gezelschap bijeen in La Realidad. Ook werd Chiapas in deze maanden bezocht door diverse bekende personen zoals Régis Debray, Daniëlle Mitterand en Oliver Stone. Ook is er in juli 1996, gedurende de aanloop naar de Encuentro Intergaláctico, een sterke stijging te zien.

De grote piek in de periode van het legeroffensief in 1995 is toch wel het meest opvallende gegeven in de figuur. Wanneer we de maand februari apart bekijken wordt het nog duidelijker dat het gebruik van Chiapas-l samenhangt met bepaalde gebeurtenissen in Chiapas.

Figuur 2: Aantal verstuurde emails per dag in de maand februari 1995 in Chiapas-l

In figuur 2 is duidelijk te zien dat vanaf 9 februari 1995, de dag waarop de regering een offensief uitvoerde, het aantal verzonden email-berichten zeer opvallend stijgt. De twee dalen op 19 en 26 februari 1995 kunnen worden verklaard door het feit dat deze dagen zondagen betroffen. Later zal ik hier nog op terug komen.

De pieken die in figuur 1 waarneembaar zijn, worden teruggevonden wanneer we de totale omvang van de getransmiteerde email per maand in bytes bekijken, zoals in grafiek 3 is weergegeven. Hieruit kan geconcludeerd worden dat een stijging van het totale aantal verstuurde emails per maand samengaat met een stijging van de totale omvang van de verstuurde emails in kilobytes. De significante correlatie tussen deze twee is 0.91 (p kleiner dan .01).

Figuur 3: Totale omvang van de verstuurde emails in kilobytes per maand in Chiapas-l

De sterke samenhang tussen het totale aantal en de totale omvang van de verstuurde emails per maand, betekent nog niet dat de gemiddelde lengte van de emails per maand op overeenkomstige wijze samenhangt. In grafiek 4 is de gemiddelde lengte van de verstuurde emails per maand weergeven.

Figuur 4: Gemiddelde omvang van de verstuurde emails in kilobytes per maand in Chiapas-l

Wat direct opvalt zijn de twee diepe dalen in februari 1995 en juli 1996. Zoals we in figuur 1 en 3 zagen, was juist in die maanden het totaal aantal verstuurde emails erg groot. Uit statistische analyse blijkt dat de gemiddelde omvang van de emails per maand negatief en bovendien significant samenhangt met het totaal aantal verstuurde emails per maand. Deze correlatie is -0.57 (p kleiner dan .01).42 Dit betekent dat de gemiddelde lengte van een email in de maanden met een groot gebruik van de conferentie (qua aantal berichten), daalt. In periodes waarin minder wordt verstuurd, betreft het doorgaans langere berichten. Een verklaring voor dit feit moet gezocht worden in de soort informatie die tijdens belangrijke gebeurtenissen verstuurd worden. Gedurende deze periodes zijn dat veel vaker email-berichten van mensen die een korte reactie of steunbetuiging aan de Zapatistas willen geven. Er is te weinig tijd om uitgebreide analyses te schrijven die tijdens de rustige periodes juist wel verschijnen. Deze analyses zijn juist weer sterker vertegenwoordigd in de relatief rustige periodes.

Een andere interessante vraag met betrekking tot het gebruik van Chiapas-l is of er bepaalde dagen zijn waarop meer of minder emails verstuurd worden en op welke wijze dat gebruik samenhangt met de gemiddelde omvang van de berichten. Uit de gevonden negatieve correlatie tussen het aantal en de gemiddelde omvang van de emails, zou afgeleid moeten worden dat voor de dagen waarop veel email verstuurd wordt, de gemiddelde lengte het kortst is. In grafiek 5 is per dag van de week weergegeven hoe zich de percentages verhouden voor wat betreft het aantal en gemiddelde omvang van de emails.

Figuur 5: Percentages van het aantal en de gemiddelde omvang van de verstuurde emails in Chiapas-l, uitgesplitst per dag van de week, op basis van de maanden oktober 1994, februari 1995, juni 1995, januari 1996, en april 1996

Uit figuur 5 blijkt duidelijk dat een laag aantal emails gepaard gaat met een grote gemiddelde lengte. Bovendien blijkt dat gedurende de weekenden niet veel email verstuurd wordt, maar dat de gemiddelde lengte ervan wel beduidend hoger is. Mogelijkerwijs heeft dit te maken met het feit dat de meeste participanten van de discussiegroep gebruik maken van de computer op hun werk. Uit mijn digitale enquête die ik hield onder de leden van de diverse discussiegroepen, komt ook naar voren dat velen gebruik maken van de computer op het werk. Uit de gegevens van het CETEI blijkt dat een groot deel van de gerealiseerde verbindingen met de discussiegroep gelegd wordt door de in Mexico gesitueerde computer van Profmexis en diverse Mexicaanse universiteiten. Aangezien dit soort instellingen in het weekend gesloten zijn, is het niet verwonderlijk dat het gebruik gedurende de weekenddagen daardoor afneemt.

Wanneer het zo is dat voornamelijk wordt geparticipeerd vanaf het werk, moet dit terug te vinden zijn in het moment waarop de emails verstuurd worden. Gebruik vanaf het werk zal weerspiegeld worden in een hoog gebruik gedurende kantooruren. Mede in ogenschouw nemende dat de leden van Chiapas-l vooral Mexicanen zijn, zal ook de Mexicaanse siesta te herkennen moeten zijn. In grafiek 6 is het gebruik uitgesplitst per half uur van de dag.

Figuur 6: Percentages van het aantal ontvangen emails in Chiapas-l uitgesplitst per half uur

Inderdaad is het gebruik overdag opvallend hoog. Ook wordt de Mexicaanse siesta weerspiegeld in het gebruik. Tussen half twee en vijf uur 's-middags is het gebruik opvallend veel lager. Na vijf uur trekt het gebruik weer iets aan tot tien uur 's-avonds. Een discussiegroep in Nederland zou een compleet ander gebruiksdiagram hebben waarin de siesta ontbreekt, het gebruik tot ongeveer vijf uur vrij hoog blijft en daarna instort. Bovendien zou de eerste stijging pas om ongeveer half negen te zien zijn. Hieruit blijkt dat het Internet in verschillende landen verschillend gebruikt wordt en dus een lokaal gevormd fenomeen is. Het internet legt niet haar gebruik op aan de gebruikers, maar de gebruikers bepalen hoe zij gebruikt wordt.

Na het grote beginsucces van beide conferenties gebeurde er in augustus 1994, tijdens de verkiezingen waarna Ernesto Zedillo de nieuwe president werd, iets wat binnen de conferenties onder enige leden voor grote opschudding zorgde. Op de dag van de verkiezingen viel het systeem uit en kon er niet meer gecommuniceerd worden. Aangezien de centrale computers van Profmexis toentertijd nog ondergebracht waren in een gebouw van de UNAM, én omdat in augustus de UNAM gesloten is vanwege vakantie, bleek het erg moeilijk om het systeem weer te laten functioneren. De technisch-verantwoordelijke persoon van beide conferenties, Nicole Wolf van CETEI, gelukte het pas één dag later iemand te vinden die de deur van het gebouw kon openen. Ondertussen waren vele leden van de conferenties erachter gekomen dat het niet mogelijk was om berichten over de verkiezingen te versturen. Nadat het systeem weer functioneerde, ontstonden er heftige discussies over de redenen van het uitvallen van het systeem. Vooral Harry Cleaver, een professor aan de universiteit van Austin, Texas, nam hierin het voortouw. Hij beschuldigde Nicole Wolf (een Noordamerikaanse!) ervan samen te werken met de Mexicaanse regering. Het falen van het systeem was volgens hem pure censuur. Ook Arturo Grunstein kon de 'linkse paranoia'43 van enkele leden niet ontkrachten en overtuigen van de toevalligheid der omstandigheden. Ook binnen het consortium Profmex ontstonden verhitte discussies tussen directeur James Wilkie, Nicole Wolf en Arturo Grunstein. Hoe kon het dat de conferenties, die opgezet waren om op een toegankelijke en censuur-vrije manier over belangrijke en actuele onderwerpen zoals de algemene verkiezingen te praten, op het moment suprème het volledig lieten afweten? Natuurlijk werd er door voornoemde personen aan mogelijke sabotage van de regering gedacht, maar gegronde redenen konden niet worden gevonden.

Voornoemde Harry Cleaver besloot, teneinde dergelijke voorvallen in de toekomst te vermijden, een eigen Internet-pagina in te richten en tevens een nieuwe digitale conferentie te starten. De WWW-pagina kreeg de naam Chiapas95 en was al snel, mede als gevolg van de rijke hoeveelheid informatie, erg populair. De elektronische conferentie kreeg de naam Mexico2000 en ook haar populariteit was al snel vergelijkbaar met beide conferenties van Profmexis.


De WWW-pagina's ¡Ya Basta! en Chiapas95
Een continue bron van informatie over de strijd van de Zapatistas is te vinden in een tweetal WWW-pagina's. Vooral ¡Ya Basta¡ heeft nogal voor wat misverstanden gezorgd. Het is een pagina die volledig gewijd is aan het EZLN. Op die pagina is zeer veelsoortige informatie te vinden waaronder alle communiqués, diverse interviews, achtergrondartikelen, een digitale versie van het boek '¡Zapatistas! Documents of the new Mexican revolution', foto's en verwijzingen naar organisaties en instanties die betrokken zijn bij het vredesproces.

De maker van de pagina is Justin Paulson, een Noord-Amerikaanse student literatuur en muziek aan het Swarthmore College te Austin, Texas. Velen waren van mening dat subcomandante Marcos zelf, de pagina had vormgegeven en voorzag van de vele communiqués.45 In de informatie die Justin Paulson zelf geeft over zijn pagina, geeft hij aan dat het niet een pagina ván het EZLN betreft, maar een óver het EZLN.46 Ook Raúl Trejo wijst er op dat de opvatting dat deze pagina ontworpen en geactualiseerd wordt door Marcos zelf of een van zijn ondergeschikten, niet waar is.47 Het feit dat de pagina alle communiqués van het EZLN bevat, wil nog niet zeggen dat het EZLN daar iets mee te maken heeft. Het is niet erg moeilijk om aan de communiqués te komen. Ze verschijnen in vele Mexicaanse kranten en omdat ook enkele in digitale vorm te raadplegen zijn, is het voor iedereen mogelijk een kopie van de communiqués op een eenvoudige manier te bemachtigen. Justin Paulson haalde gedurende de eerste maanden zijn informatie uit de diverse digitale conferenties en ordende ze voor zijn pagina. Nadat La Jornada, een krant die nagenoeg alle communiqués van het EZLN publiceert, een eigen pagina op het WWW ging verzorgen48, werd het voor Justin Paulson zeer eenvoudig om een compleet archief bij te houden van alle communiqués van het EZLN. Justin Paulson [zie onder 'About this page'] vermeldt dat zijn pagina niet officieel erkend is door het EZLN, maar dat het resultaat is van zijn eigen wens om over een informatiebron te kunnen beschikken die precieze, betrouwbare en recente informatie verschaft. De informatie die de televisie en radio op dat moment boden, was niet van een dergelijke kwaliteit.

Wat is er te vinden op de pagina's? In figuur zeven is een deel van de WWW-pagina ¡Ya Basta! te zien. Wanneer je inlogt op deze pagina van Justin Paulson, verschijnt er tegen de achtergrond van een afbeelding van Emiliano Zapata, en tussen twee Mexicaanse vlaggen, in grote letters op het scherm: 'Ejército Zapatista de Liberación Nacional'. Daaronder volgt een citaat van de subcommandant welke is geplaatst naast sonnet 23 van William Shakespeare.

Figuur 7: Openingsscherm ¡Ya Basta!

Wanneer je op de naam van Marcos klikt, wordt er een foto van Marcos op het scherm getoverd.

Figuur 8: Subcomadante Marcos, ¡Ya Basta!

Onder de citaten volgt een aantal keuzemogelijkheden. Zoals al is gezegd, vormt een belangrijk deel van de informatie die geboden wordt, de communiqués. Vooral deze pagina besteedt de meeste ruimte aan de communiqués. Nagenoeg alle in La Jornada verschenen communiqués, zijn chronologisch geordend en uitgesplitst per jaar, zodat het zoeken naar een bepaald communiqué eenvoudig is. Figuur 9 geeft een indruk van de manier waarop gezocht kan worden naar communiqués.

Figuur 9: Zoeken naar communiqués in ¡Ya Basta!

De andere pagina die gewijd is aan de situatie in Chiapas en niet zo zeer aan de Zapatistas, is die van Harry Cleaver. Zoals al werd gesteld ontstond de WWW-pagina en de elektronische conferentie Mexico2000, op het moment dat het vertrouwen in de werkzaamheden van Arturo Grunstein en Nicole Wolf voor de conferenties Chiapas-l en Mexico94, ter discussie stond als gevolg van de gebeurtenissen tijdens de algemene verkiezingen. Harry Cleaver nam het voortouw en ontwierp een eigen pagina, geheel gewijd aan Chiapas. Figuur 10 geeft een beeld van deze pagina.

Figuur 10: Openingsscherm Chiapas95

Opvallend is dat de pagina sober over komt. De toon is zeer zakelijk, geen mooie kleuren of indrukwekkende foto's. De pagina biedt een aantal verwijzingen naar digitale conferenties, La Jornada, en andere Chiapas-gerelateerde sites op het Internet. Daarnaast biedt de pagina in het Engels en Spaans, de dialogen van Marcos met het kevertje Durito dat een symbool voor de voormalige Mexicaanse president Salinas en zijn beleid is. Het wordt snel duidelijk dat de heer Cleaver een anti-regeringspositie inneemt inzake het conflict in Chiapas. Een artikel van zijn hand over de Zapatistas en de rol van het Internet in hun strijd, is hier on line te raadplegen.

Het moge duidelijk zijn dat subcomandante Marcos of welke andere comandante dan ook, niets te maken heeft met deze WWW-pagina. Marcos heeft duidelijk te kennen gegeven in Proceso, zelf het Internet niet te gebruiken, maar dat het vooral hun sympathisanten zijn die de informatie van en over de Zapatistas en de situatie in Chiapas, verspreiden over de diverse media, waaronder het Internet.52 Hij legde uit dat het persoonlijke gebruik van het Internet militair-tactisch zeer gevaarlijk is daar met satelliet-detectie-apparatuur op eenvoudige wijze te traceren valt van waaruit gemaild wordt.

Toch blijven de verhalen de ronde doen over Marcos, zijn laptops en zijn gebruik van het Internet. Opvallend is dat mijn respondenten in San Cristóbal de las Casas hier zeer sceptisch over waren. Technisch gesproken zou het allemaal wel mogelijk zijn, maar niemand geloofde dat Marcos zelf zo nu en dan on line was. Zij wezen hierbij op het feit dat Chiapas over een matige communicatietechnologie beschikt en bovendien maar weinig mensen bekend zijn met dit medium. Slechts een beperkt aantal organisaties had de mogelijkheid te emailen vanuit San Cristóbal. Vanuit de Selva blijkt dit onmogelijk aangezien daar nauwelijks telefoonlijnen zijn, een essentieel stukje infrastructuur voor digitale communicatie.

In Mexico-stad daarentegen heerste veel sterker de opvatting dat Marcos zelf wél het Internet gebruikt. Er werd daarbij gewezen op het feit dat soms de communiqués veel sneller op het Internet verschijnen dan in de kranten. Wat ze echter hierbij over het hoofd zien, is dat een krant slechts één maal in de 24 uur verschijnt. In de tussentijd reist de informatie vele malen sneller over het Internet. Een communiqué dat bij de CONAI in San Cristóbal aankomt, komt via de fax binnen enkele minuten aan bij de diverse NGO's in Chiapas alsmede bij de diverse redacties in Mexico-stad. De continue digitale communicatie tussen de CONAI en de aangesloten organisaties van MEXPAZ, zorgt ervoor dat binnen een half uur een kopie van het communiqué bij hen terecht komt. Het is vervolgens nog maar een klein stapje om een kopie te sturen naar de verschillende digitale conferenties. Ook gezien de kortsluiting tussen La Jornada en Justin Paulson, maakt het niet verwonderlijk dat op de WWW-pagina ¡Ya Basta¡ veel eerder dan in de kranten, een communiqué te raadplegen is.


5.2 De strijd van het EZLN: een netwar?

De Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken, Gurría benadrukte voor een internationaal gezelschap dat de strijd van het EZLN slechts een strijd van inkt en internet was. Hiermee ontkende hij het bestaan van een militaire oorlog die tot op dat moment het leven eiste van honderden mensen. De oorlog in Chiapas was volgens zijn bewoording niets anders dan een verbale confrontatie. Gurría haalt hier echter twee dingen door elkaar. De reductie van het conflict tot één van woorden, inkt en internet, ontkent de bloedige confrontatie en dreiging van het federale leger in Chiapas. Bovendien lijkt hij evenals anderen, de activiteiten op het Internet toe te schrijven aan de EZLN-leiding hetgeen in de vorige paragraaf is weerlegd.

De manier waarop het Internet een rol heeft in de strijd van het EZLN, heeft alle kenmerken van een netwar zoals John Arquilla en David Ronfeldt deze definiëren in hun artikel 'Cyberwar is coming!'.53 Zij maken een duidelijk onderscheid tussen een netwar en een cyberwar.

De auteurs van het artikel zetten uiteen dat het hebben van goede informatie essentieel is voor het winnen van (gewapende) conflicten. Volgens hen is het bezit van informatie óver het oorlogsgebied veel belangrijker dan het hebben van technologie en mankracht ín het oorlogsgebied. Ter ondersteuning van dit uitgangspunt komen zij met het voorbeeld van de Mongolen die ondanks hun beperkte omvang maar dankzij hun absolute dominantie over informatie aangaande het oorlogsgebied, meer dan een eeuw het grootste continentale keizerrijk beheersten. Een ander voorbeeld dat zij aandragen is keizer Napoleon Bonaparte, die ook zeer veel waarde hechtte aan het hebben van een goed informatiesysteem en daarmee grote overwinningen behaalde in Oostenrijk, Pruisen en Rusland.

In de geschiedenis van het oorlogsvoeren is te zien dat industrialisatie heeft geleid tot massale uitputtingsoorlogen met grote legers (Eerste Wereldoorlog). Verdergaande mechanisatie leidde vervolgens tot het gebruik van meer precisiewapens (Tweede Wereldoorlog). De informatierevolutie, stellen de auteurs, leidt in de huidige tijd tot de opkomst van de cyberwar en de netwar. Een cyberwar refereert in hun ogen aan kennis-gerelateerde conflicten op militair niveau. Een netwar daarentegen speelt zich af op het maatschappelijk niveau, de zogenaamde societal struggles. In beide nieuwe oorlogsvormen bepalen massa noch mobiliteit de uitkomst van het conflict. In plaats daarvan zal die partij die meer informatie heeft over de situatie in het oorlogsgebied, grote voordelen hebben ten opzichte van de andere partij en de uitkomst van het conflict naar haar hand kunnen zetten. In een cyberwar gaat het dan ook om:

'... disrupting, if not destroying, information and communications systems [...] It means trying to know everything about an adversary while keeping the adversary from knowing much about oneself.'

Zoals gezegd is het onderscheid dat de auteurs maken tussen netwar en cyberwar, uitsluitend gebaseerd op een niveauverschil. Beide vormen draaien om informatie en communicatiesystemen, de één op het militaire niveau, het andere op het maatschappelijke niveau. Het zijn beide vormen van oorlog om kennis, over wie wat weet, wanneer, waar, en waarom, en over hoe serieus een gemeenschap of een leger hun kennis over zichzelf en de tegenstander neemt. Toch lijkt mij het onderscheid tussen beide concepten ook om andere redenen essentieel. Het onderscheid zorgt onder andere voor een beter inzicht in de manier waarop in de moderne tijd een oorlog gevoerd wordt. Een cyberwar is niets anders dan een traditionele oorlog maar dan met moderne wapens. Een netwar daarentegen is, hoewel zij het zelf niet zo expliciet stellen, een geheel nieuwe vorm van strijd. Het kan alleen bestaan dankzij de moderne technologie en betrekt in plaats van professionele militairen, de amateuristische en van origine zelfs pacifistisch ingestelde activisten in de strijd. De moderne netwar is een witte-boorden strijd. Ook de doelen van een netwar (beeld- en opinievorming) verschillen fundamenteel van die van een cyberwar (vernietiging). Juist voornoemde fundamentele verschillende maken het onderscheid tussen een cyberwar en netwar zo belangrijk.

Een netwar kan gevoerd worden tussen zeer diverse actoren. Zo kunnen de regeringsvertegenwoordigers van verschillende natiestaten verwikkeld zijn in een netwar. De auteurs komen met het voorbeeld van de Verenigde Staten en Cuba. De activiteiten op de radio en televisie in de Verenigde Staten, en de pro-Castro netwerken over de hele wereld, zijn volgens hen manifestaties van een netwar. Een netwar kan ook gevoerd worden tussen de regering van een natie-staat en illegale groepen en organisaties die betrokken zijn in bijvoorbeeld terrorisme of drugshandel. Hierbij kan gedacht worden aan de strijd van de E.T.A. en de I.R.A., maar ook de strijd van de Franse regering tegen de drugshandel. Een derde vorm van netwar die de auteurs noemen, wordt gevoerd:

'... against the policies of specific governments by advocacy groups and movements, involving, for example, environmental, human-rights, or religious issues.'

Het gaat om een groep of groepen die in opstand komen tegen een beleid van een regering. Het moge duidelijk zijn dat dit precies de omschrijving is van het conflict tussen de Mexicaanse regering en de Zapatistas. De opstand van het EZLN heeft geresulteerd in de vorming van een brede sociale basis in de maatschappij. Deze basis bestaat enerzijds uit diverse solidaire NGO's, of zoals ze zichzelf liever noemen burgerorganisaties54, en anderzijds uit een groep van intellectuelen, politici, en academici. Het neerleggen van de wapens, en het inslaan van de politieke weg, de weg van het woord, de informatie en de communicatie, is volgens de auteurs een belangrijk kenmerk of functie van de netwar:

'Netwars are not real wars, traditionally defined. But netwar might be developed into an instrument for trying, early on, to prevent a real war from arising.'55

Als gevolg van de opstand van het EZLN zijn tot op heden in totaal ongeveer honderd doden gevallen, een duidelijk laagterecord voor de guerrillaoorlogen in Centraal Amerika. Hoewel een causale relatie moeilijk valt aan te tonen, lijkt een netwar een bijdrage te kunnen leveren aan het voorkomen van bloedvergieten en onnodige afslachtingen. Echter, het conflict duurt voort en kan in de toekomst mogelijkerwijs wederom levens eisen.

Dimensies van een netwar

Hoe ziet een netwar er in de praktijk uit? De auteurs noemen een aantal aspecten waaraan een netwar herkend kan worden:

'It means trying to disrupt, damage, or modify what a target population knows or thinks it knows about itself and the world around it. A netwar may focus on public or elite opinion, or both. It may involve public diplomacy measures, propaganda and psychological campaigns, political and cultural subversion, deception of or interference with local media, infiltration of computer networks and databases, and efforts to promote dissident or opposition movements across computer networks. Thus, designing a strategy for netwar may mean grouping together from a new perspective a number of measures that have been used before but were viewed separately.'56

In hoeverre kunnen de elementen van een netwar teruggevonden worden in het conflict in Chiapas?

Verandering van wereldbeeld: elite- en publieke opinie
Door de wereldwijde verspreiding van lokaal geproduceerde ideeën en uitdrukkingsvormen van ideeën, belanden deze in andere contexten en voorzien de daarin participerende individuen van nieuwe informatie en perspectieven over de wereld. Hannerz stelt dat de sociale distributie van ideeën en uitdrukkingsvormen van ideeën in steeds grotere mate wordt bewerkstelligd door de media. Als gevolg van de verspreiding van informatie over de gebeurtenissen in Chiapas via de media, groeide in de wereld de kennis over deze lokale gebeurtenissen en bewerkstelligde een belangrijk bewustwordingseffect. De strijd van het EZLN had een groot bewustwordingseffect op nationaal en regionaal niveau. Voor het eerst sinds lange tijd stonden de indianen weer op de voorpagina's van de landelijke kranten. Middels de verspreiding van de communiqués wist het EZLN de deelstaat Chiapas en de problemen van de indiaanse bevolking te promoveren tot het gesprek van de dag in alle uithoeken van Mexico en de wereld. Bij de Mexicaanse elites en op de universiteiten, vond een ware omslag plaats in het denken over de rechten van het indiaanse deel van de Mexicaanse bevolking.57 De participatie van zoveel intellectuelen in de vredesdialoog van San Andrés Larrainzar getuigt van deze kentering. De secretaris van de CONAI te San Cristóbal de las Casas, stelde in dit licht dat de indianen, die nooit werden gehoord door de Mexicaanse regering,

'... ahora están escuchados hasta por los más brillantes intelectuales de Mexico que vienen aqui.'58

De ommekeer in het denken over indianen vond niet alleen plaats bij de elites maar ook heel duidelijk onder de burgerbevolking van Mexico. De Zapatistas konden op een bepaald moment rekenen op de steun van 60 procent van de Mexicaanse bevolking.59 In de hoofdstad ontstonden vele demonstraties waarin uiting werd gegeven aan de solidariteit met het EZLN. Afbeeldingen van Emiliano Zapata en Pancho Villa keerden terug op het Zócalo.

Maar die verandering was niet alleen op nationaal niveau voelbaar. Ook in Chiapas vond een grote ommekeer plaats in het zelfbesef en eigenwaarde van de indianen. Wellicht is dat één van de belangrijkste veranderingen op weg naar een samenleving waarin alle 'inheemsen' dezelfde rechten genieten als een blanke in alle delen van de republiek ('... en que todo indígena goce de los mismos derechos que un blanco en cualquier parte de la República'60). Gonzalo merkte hierover het volgende op:

'... muchas indígenas ahora se sienten con dignidad, se saben respetados, estan escuchadas por primera vez [...] ya son sujetos activos, ya son dueños de su historia, ya cuentan los que nunca contaban.'61

Deze verandering in het zelfbesef en eigenwaarde van de indianen en de aandacht voor het indiaanse deel van de Mexicaanse bevolking op nationaal niveau, is een belangrijke bijdrage van het EZLN aan de realisatie van een democratischer samenleving waarin alle burgers gelijk zijn. De communiqués van het EZLN zijn veelal gericht aan de nationale en internationale gemeenschap. Dit wijst erop dat het EZLN wil benadrukken dat in hun ogen de problematiek van Chiapas niet een regionale problematiek is, maar het gevolg van nationale verhoudingen, internationale relaties en grote handelsverdragen zoals het NAFTA. Oplossingen moeten gezocht worden op nationaal en internationaal niveau in plaats van op regionaal niveau, zoals de regering continu probeert in de vredesdialoog.

Deze herstructurering van de interpretatie van de werkelijkheid op nationaal en regionaal niveau is een direct gevolg van de opstand van het EZLN, mede als gevolg van de grote mate van aandacht voor de opstand in de media en continue verspreiding van informatie via het Internet. De focus van de media was gericht op de armoede in de deelstaat Chiapas en op de daar opererende guerrillabeweging. Het positieve beeld van Mexico dat de regering Salinas lange tijd aan de buitenwereld presenteerde, een Mexico op weg naar de eerste wereld, klapte op één januari 1994 als een ballon uit elkaar:

'... la promesa de despertarnos como un pais del primer mundo a la sorpresa de despertarnos como pais del tercero, fue terrible.'62

De activiteiten op het Internet hebben bij de verandering van het wereldbeeld een belangrijk rol gespeeld. Via dit netwerk werd continu informatie verspreid, werden meningen gevormd en teruggestuurd naar de vele nieuwsgroepen, discussiegroepen en krantenredacties. De verspreiding van informatie over de situatie in Chiapas, de communiqués van het EZLN, en de idealen van de strijd, werden naar alle delen van de wereld gedistribueerd en daar gepubliceerd in vele kranten, folders en tijdschriften. Als gevolg van dit proces, zorgde het Internet voor de verandering van de beeldvorming. Chiapas was niet langer een deelstaat aan de rand van Mexico, maar werd een centraal punt in de belevingswereld van velen.

Gebruik van lokale en mondiale media.
De Zapatistas beoogden in eerste instantie de aandacht te trekken via lokale media zoals het regionale dagblad El Tiempo. Later kwamen daar nationale media bij waaronder Proceso, El Financiero, en La Jornada. Gedurende die eerste weken van 1994 legde het EZLN sterk de nadruk op het belang van lokale radiostations voor de bevolking. Sinds de vredesdialoog is dit in afwisselende mate een belangrijk discussiepunt gebleven. Naast het gebruik van diverse lokale media werden er op het mondiale Internet, zoals bekend, allerlei sites ingericht waar informatie over de strijd van de Zapatistas en de situatie in Chiapas uitgewisseld kon worden. Er ontstonden WWW-pagina's, databases, en conferenties die zich al snel konden rekenen tot de populairste 5% van alle Internet-sites. De search-engine van Yahoo (waar mensen op trefwoord naar informatie kunnen zoeken) houdt continu bij met welke pagina's een verbinding wordt gelegd. Elke dag wordt op basis van deze gegevens een populariteitslijst samengesteld waarbij de populairste vijf procent een speciaal predikaat krijgt toegekend. De pagina van Justin Paulson bezit nog steeds dit predikaat, hetgeen aangeeft dat de pagina door velen wordt gezocht en bezocht.

Gedurende de eerste weken van 1994, toen de WWW-pagina's nog niet bestonden, werden vooral de al bestaande conferenties gebruikt welke speciaal gewijd waren aan Mexico. Twee van de bekendste zijn reg.mexico van Peacenet en soc.culture.mexico van Usenet. Beide conferenties zijn nog steeds erg populair. Echter, het EZLN maakt nog steeds gebruik van lokale media om contact te kunnen blijven houden met de eigen achterban.

Bevordering van oppositiegroepen via computernetwerken
Het effect van de explosieve activiteit op het Internet in verband met de opstand van het EZLN, zorgde ervoor dat in verschillende delen van de wereld groeperingen ontstonden die de strijd van de Zapatistas een warm hart toedroegen. Zij organiseerden informatieavonden, bulletins, protestacties, demonstraties en zelfs ook bezettingen van Mexicaanse ambassades ter voorkoming van een militair offensief van de Mexicaanse regering teneinde de chaos in Chiapas te beëindigen. Met de nadruk die het EZLN legde op het NAFTA als 'nekslag' voor alle etnische groepen in Mexico63, konden zij ook op steun rekenen van de vele anti-NAFTA-organisaties die in Mexico, Canada en de Verenigde Staten al waren ontstaan.

Samenvoegen van voorheen separate krachten
Wellicht het belangrijkste effect dat de Zapatistas teweeg brachten was het ontstaan van (inter)nationale samenwerking. In Chiapas ontstond in de eerste dagen van 1994 een belangrijke samenwerking tussen journalisten op initiatief van Amado Avendaño. Er werd een computer ingericht waar alle informatie uit alle hoeken van Chiapas in terecht kwam. Journalisten konden gebruik maken van dit snel groeiende databestand hetgeen ertoe leidde dat een veel completer beeld van de gebeurtenissen kon worden gegeven dan ooit tevoren. Een andere samenwerking die ontstond was CONPAZ dat werd samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse in Chiapas aanwezige NGO's. CONPAZ kreeg onder andere als taak de vredesdialoog te begeleiden en te ondersteunen. Maar niet alleen in Chiapas ontstond samenwerking, ook in Mexico-stad vormden zich netwerken van betrokken NGO's en personen. Het waren uiteindelijk Miguel Alvarez, de secretaris van de CONAI te Mexico-stad en John Sweeney, verbonden aan het CRT, die de basis legden van het huidige elektronische bulletin MEXPAZ. In MEXPAZ werd het werk van diverse NGO's op een concrete en succesvolle wijze gebundeld. Mede dankzij de moderne communicatiemiddelen, en email in het bijzonder, werd het mogelijk om een wekelijks bulletin te realiseren waarin de verschillende perspectieven van de participerende organisaties, samenkomen. Een dergelijk bulletin was vijf jaar geleden nog onmogelijk geweest. De populariteit van MEXPAZ is zeer groot en nog steeds groeiende. John Arquilla en David Rondfeldt wijzen in dit verband heel duidelijk op het netwerk-formerende effect van de informatie-revolutie:

'The information revolution favors the growth of such networks by making it possible for diverse, dispersed actors to communicate, consult, coordinate, and operate together across greater distances, and on the basis of more and better information than ever before.'

Uit het voorgaande wordt duidelijk dat de strijd van de Zapatistas op dit moment alle kenmerken van een netwar vertoont.


5.3 Zapatistas on line?

Het EZLN heeft in eerste instantie gekozen voor het voeren van een militaire strijd. Vanaf de jaren 80 verzamelde zij wapens en communicatieapparatuur, en gaf militaire trainingen aan boeren om op die legendarische eerste januari van 1994 met het gezicht bedekt en de wapens in de hand de oorlog te verklaren aan het Mexicaanse leger en regering. De openlijke militaire confrontatie duurde slechts twaalf dagen. De Zapatistas trokken zich terug in het oerwoud om van daaruit een politieke strijd te voeren in de vorm van een intensieve vredesdialoog. De strijd van het EZLN kon rekenen op een brede internationale belangstelling en steun. Diverse niet-gouvernementele organisaties ondersteunden op verschillende manieren de strijd. Hierbij werd veel gebruik gemaakt van het internationale computernetwerk Internet. Een netwerk van sympathisanten, academici, journalisten en politici, schreven en verstuurden informatie over de situatie naar diverse newsgroups en digitale conferenties. De wereld kon op deze manier volledig op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in Chiapas. Door de mondiale aandacht voor de opstand van de Zapatistas, werd de regering Salinas gedwongen af te zien van haar typische manier van conflicthantering: doodzwijgen gevolgd door eliminatie. De Zapatistas moeten, zeker gezien hun minimale wapenbezit, van te voren al rekening gehouden hebben met een vredesdialoog want een confrontatie met het Mexicaanse leger zou voor hen maar één uitslag hebben: verliezen. De Zapatistas hebben later openlijk toegegeven dat de oorlogsverklaring bedoeld was om de aandacht van de regering en de wereld te krijgen voor de problemen in Chiapas. Het was een oorlog om 'gehoord te worden' volgens comandante Zebedeo64. Volgens Halleck echter zou het EZLN alles tot en met het gebruik van het Internet, van te voren hebben uitgedacht.65 Dit lijkt echter zeer onwaarschijnlijk gezien een communiqué van 11 februari 1994, waarin Marcos heel duidelijk liet weten, dat het CCRI-CG tijdens de eerste dagen van januari 1994 hem de opdracht gaf kanalen te zoeken om hun woord te laten horen, ter voorkoming dat anderen dit zouden doen:

'Tenemos que decir nuestra palabra y que nosotros la eschuchen. Si no lo hacemos ahora, otros tomarán nuestra voz y la mentira saldrá de nuestra boca sin nosotros quererlo. Busca por dónde puede llegar nuestra verdad a otros que quieren escucharla.'66

Welke kanalen vond Marcos? In hetzelfde communiqué legt hij uit welke eisen gesteld werden aan de kanalen die zij uitkozen. Uiteindelijk kozen ze de volgende vier: Proceso, La Jornada, El Financiero en El Tiempo. Opvallend is dat zij dus kozen voor kranten en één tijdschrift. Radiostations en televisiestations kwamen niet in beeld, laat staan het Internet. Geen woord werd besteed aan de rol die de modernste media zouden kunnen spelen. Veel later liet subcomandante Marcos zelf weten dat het EZLN het Internet niet gebruiken, niet kúnnen gebruiken omwille van veiligheidsoverwegingen, maar dat het de sympathisanten van het EZLN zijn die zorg dragen voor de verspreiding van informatie over de strijd van het EZLN op het Internet. Régis Debray bezocht Marcos in april 1996 en vroeg hem naar het vermaarde gebruik van het Internet door het EZLN. Marcos ontkende het gebruik nogmaals:

'Los simpatizantes sí, pero yo no puedo usarlo personalmente. Con la detección por satélite, tendría una bomba encima a los ocho minutos.'67

Zoals elders in dit hoofdstuk is uiteengezet, verloopt de informatie via een complex traject waarbij het Internet pas in Mexico-stad een rol van betekenis speelt. Bovengenoemde uitspraken van Marcos komen overeen met dit distributieproces. Hierdoor is niet langer mogelijk te blijven geloven in de verhalen dat subcomandante Marcos en zijn compañeros met hun laptops verbinding leggen met het Internet om vervolgens hun communiqués over de wereld te verspreiden. Toch benadrukt Deedee Halleck 'the rebels' effective use of email' en veronderstelt het bestaan van een 'Lacandón jungle address'.68 Subcomandante Marcos zou zelfs op drie januari 1994 al on line zijn geweest. De Internet-mythe blijft ondanks alles hardnekkig bestaan. Dit heeft onder andere te maken met de geromantiseerde beeldvorming over de Zapatistas in binnen- en buitenland. De ongelijke strijd van de onderdrukte armen tegen de brute onderdrukkers, werd in eerste instantie gesymboliseerd door het gebruik van zelfgemaakte houten geweren. Later kreeg de strijd door het vermaarde Internet-gebruik een sprookjesachtige kwaliteit waarin iemand die niet sterk is, slim moet zijn. Het buitenland smulde van de manier waarop het EZLN de Mexicaanse regering telkens weer voor schut stelde en haar te slim af was. De ironische schrijfstijl van Marcos heeft daaraan zeker ook bijgedragen.

Kan het nu wel of niet gesteld worden dat de Zapatistas actief zijn op het Internet? Is het waar dat subcomandante Marcos, on line is geweest?69 Mijn mening is dat deze vraag niet eenduidig kan worden beantwoord. Het hangt af van de manier waarop een Zapatista wordt gedefinieerd. Als onder een Zapatista wordt verstaan: een militair getrainde persoon in de Selva Lacandona, gekleed in de traditionele guerrilla-kleding; dan is het antwoord nee. Maar als een Zapatista iemand is die de idealen van de strijd van het EZLN onderschrijft en zich op één of andere wijze actief opstelt in die strijd, dan betreft het ontelbaar meer mensen, onder andere werkzaam bij de vele NGO's in binnen- en buitenland. Volgens deze definitie zijn bijvoorbeeld Emilio Alvarez Icaza (CENCOS) en Mario Monroy (SIPRO) wèl Zapatistas maar Arturo Grunstein niet. Laatstgenoemde heeft zich nooit als sympathisant opgesteld maar uitsluitend als faciliterend persoon met een academische interesse in de achtergronden en geschiedenis van het EZLN. Mijn Mexicaanse begeleider Sergio Zermeño zou ik door zijn actieve opstelling in de vredesdialoog als raadsman van het EZLN, wèl een Zapatista kunnen noemen.

Zoals hierboven al is uiteengezet, is het juist deze groep van sympathiserende individuen die actief is op het Internet, waar zij berichten en communiqués doorstuurt naar de discussiegroepen en het bulletin MEXPAZ, en gehele sites wijdt aan de strijd van het EZLN. Een Zapatista, volgens deze definitie, is ondubbelzinnig zeer actief op het Internet. Ook Halleck moet aan het eind van zijn artikel zijn gewaagde stelling relativeren. Rond het EZLN is een 'interactive beweging' van activisten ontstaan:

'There was a sense of direct connection, of an authentic "interactive movement", as groups and individuals forwarded messages, excerpted passages, pinned up tear sheets and posted their own comments on-line.'70

Om een eenduidig antwoord te kunnen geven op de vraag of de Zapatistas dan wel het EZLN gebruik maken van het Internet, is het dus belangrijk een duidelijk onderscheid te maken tussen het EZLN en de Zapatistas. Onder het eerste wordt de militair getrainde leden van het Zapatista-leger verstaan. Onder het tweede alle mensen die de idealen van het EZLN onderschrijven. Door dit onderscheid wordt het mogelijk te stellen dat de Zapatistas wél maar het EZLN niet het het Internet en email gebruiken.


Noten:
1 Interview met Nicole Wolf, 3 juli 1996
2 Interview met Concepción Villafuerte, 12 maart 1996
3 Interview met Amado Avendaño junior, 28 maart 1996
4 Interviews met Amado Avendaño, 27 maart 1996; Concepción Villafuerte, 12 maart 1996; en Amado Avendaño junior, 28 maart 1996.
5 A. Ouweneel, Alweer die indianen..., p. 77; Volgens de legende zouden 15000 Chiapneekse indianen zelfmoord gepleegd hebben, uit protest tegen de Spaanse Invasie van Chiapas onder leiding van Diego de Mazariegos.
6 Interview met Concepción Villafuerte, 12 maart 1996
7 Interview met Julio César Lopez ('Proceso'), 10 april 1996
8 Nagenoeg alle respondenten behalve Raúl Trejo Delarbre delen deze opvatting waarbij ze zich baseren op de eigen ervaring met de communiqué's. Vooral opvallend is de eensgezindheid onder de respondenten uit Chiapas.
9 Interview met Raúl Trejo Delarbre (UNAM), 10 juli 1996; Trejo Delarbre, R. '¡Mentira! Marcos no está en el Internet'. Siempre, 1995, p16-17
10 Diverse respondenten in Chiapas en Mexico-stad, 1996
11 Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996
12 Interview met Amado Avendaño, 27 maart 1996
13 Iemand die berichten overbrengt.
14 Interviews met diverse reporters zoals Andréas Becerril, Elio Henríquez en Julio César Lopez, 1996; Amado Avendaño, 27 maart 1996
15 Interview met Gerardo Gonzáles (CONPAZ), 14 maart 1996
16 Interview met comandantes Tacho, David, en Zebedeo, 21 april 1996
17 Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996
18 Interview met Amado Avendaño, Concepción Villafuerte, Amado Avendaño junior, Gonzalo (CONAI), Hugo Trujillo en
19 Interview met Samuel Ruiz (CONAI), 18 maart 1996; Gonzalo (CONAI), 8 april 1996; John (Centro de derechos humanos Fray Bartolomé de las Casas), 17 april 1996
20 Interview met John (Centro de derechos humanos Fray bartolomé de las Casas), 17 april 1996;
21 Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996; John (Centro de derechos humanos Fray Bartolomé de las Casas), 17 april 1996
22 Dit tot grote ergenis van de secretaris van de CONAI in Mexico-stad. Zij krijgt liever email dan faxen omdat ze dan niet alles opnieuw hoeft in te tikken in de tekstverwerker. Het is duidelijk dat het de CONAI nog ontbreekt aan een email-'cultuur'?
23 Interview met Amado Avendaño, Concepción Villfuerte, Elio Henríquez, Andréas Beceriil, Julio César Lopez, maart-april 1996
24 Interviews met Elio Henríquez, Andréas Becerril en Julio César Lopez, april 1996
25 Interviews met Elio Henríquez, Andréas Becerril en Julio César Lopez, april 1996
26 Interview met John Sweeney, 9 juli 1996
27 Interview met de assistente van de secretaris van de CONAI, 20 juni 1996
28 Interview met Gabrier Medina (Fronteras Comunas), 25 juni 1996
29 Interview met de assistente van de secretaris van de CONAI, 20 juni 1996
30 Interview met Mario Monroy (SIPRO), 13 juni 1996
31 Interview met Mario Monroy (SIPRO), 13 juni 1996
32 Interview met de assistente van de secretaris van de CONAI, 20 juni 1996
33 Interview met de assistente van de secretaris van de CONAI, 20 juni 1996; John Sweeney, 9 juli 1996
34 Interview met de assistente van de secretaris van de CONAI, 20 juni 1996
35 Interview met John Sweeney, 9 juli 1996
36 Interview met Arturo Grunstein (UAM, Universidad Autónoma Metropolitana), 14 juni 1996
37 Interview met Arturo Grunstein (UAM), 14 juni 1996; Nicole Wolf (CETEI, Centro Tecnológico de Información), 3 juli 1996
38 Interview met Arturo Grunstein (UAM), 14 juni 1996
39 Bron: CETEI
40 Interview met Arturo Grunstein (UAM), 14 juni 1996
41 Nicole Wolf en Mireya van het CETEI ben ik erg dankbaar voor het verstrekken van de gegevens.
42 Deze correlatie geldt voor de periode van januari 1995 tot en met december 1996. De maanden augustus 1994 tot en met oktober 1994 blijken zeer afwijkende waarden te geven waardoor de correlatie zakt tot -.24 en bovendien haar significantie verliest. Mogelijkerwijs hebben deze afwijkingen te maken met het feit dat het de beginperiode van de discussiegroep betrof.
43 Interview met Arturo Grunstein (UAM), 14 juni 1996
45 Tr(jo Delarbre, R., '¡Mentira!...'
46 Justin Paulson in: http://www.ezln.org/. Zie onder 'About this page'
47 Tr(jo Delarbre, R. '¡Mentira!...'
48 Overigens is Justin Paulson zeer direct betrokken geweest bij de realisering van de WWW-pagina van 'La Jornada'.
52 Debray, R., 'Régis Debray subraya la advertencia del "profeta" Marcos: "Si desaparecemos, sólo quedará la violencia, una Yugoslavia en el sureste mexicano"'. Proceso, 13 mei 1996, p.10
53 Arquilla, J. en Ronfeldt, D, 'Cyberwar is coming!'. In: Comparative Strategy, Volume 12, no. 2, pp. 141-165. Tevens te vinden op het volgende Internetadres: gopher://gopher.well.com/11/Military/
54 Vertaald: 'Organizaciones civiles', interview met Mario Monroy (SIPRO), 12 juni 1996
55 Arquilla, J. en Ronfeldt, D., 'Cyberwar...'
56 Arquilla, J. en Ronfeldt, D., 'Cyberwar...'
57 Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996
58 Vertaling: '... nu worden gehoord door de meest briljante intellectuelen van Mexico die hier komen.'; Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996
59 Guillermoprieto in A. Ouweneel, 'De gezichtsloze krijgers...', p.7
60 Marcos geciteerd in Debray, R., 'Régis Debray...', p. 10
61 Vertaling: '... veel inheemsen hebben nu een gevoel van eigenwaarde, worden gerespecteerd, worden voor het eerst gehoord, zijn actieve individuen, zijn de meesters van hun geschiedenis, zij die nooit meetelden, tellen nu mee.' Interview met Gonzalo (CONAI), 8 april 1996
62 Vertaling: '... de belofte te ontwaken als een eerstewereldland, en de verrassing te ontwaken als een derdewereldland was verschrikkelijk.'; Interview met Mario Monroy (SIPRO), 13 juni 1996
63 Macrópolis, 10 januari 1994
64 Interview met comandante Zebedeo, 21 april 1996
65 Halleck, D., 'Zapatistas On-Line'. In: NACLA, Report on the Americas, 1994, volume 28, nummer 2, p. 30-32
66 Vertaling: 'Wij moeten ons woord vertellen zodat anderen deze horen. Als we dit nu niet doen, zullen anderen ons woord nemen en zullen leugens onze mond verlaten zonder dat wij het zelf willen. Zoek naar waar onze waarheid kan komen, naar wie haar wil horen.'; Trejo Delarbre, R., Chiapas, la comunicación enmascarada, Mexico-stad, Editorial Diana, p. 375
67 Vertaling: 'De sympathisanten wél, maar ikzelf kan het niet gebruiken. Met de satelliet-detectie zou er hier binnen 8 minuten een bom zijn.'; Marcos geciteerd in Debray, R., 'Régis Debray...', p. 10
68 Halleck, D., 'Zapatistas On-Line...', p. 30
69 Halleck, D., 'Zapatistas On-Line...', p. 30
70 Halleck, D., 'Zapatistas On-Line...', p. 32
4 previous Index next6
Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek