Index Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek

4
De Zapatistas





'LA TORMENTA...

Nacerá del choque de estos dos vientos, llega ya su tiempo, se atiza ya el horno de la historia, Reina ahora el viento de arriba, ya viene el viento de abajo, ya la tormenta viene... así será...

LA PROFECIA...

Cuando amaine la tormenta, cuando lluvia y fuego dejen en paz otra vez la tierra, el mundo ya no será el mundo, sino algo mejor.

Subcomandante Marcos' [1]



Mexico ontwaakt op 1 januari 1994 in een nachtmerrie. Op de dag dat Mexico zou toetreden tot de eerste wereld werd zij geschokt wakker als een Derde Wereld land. In de zuidoostelijke deelstaat Chiapas, bleek een guerrillagroep in de eerste uren van 1994 enkele steden te hebben bezet en de oorlog verklaard aan de Mexicaanse regering en leger.


4.1 ¡Ya Basta!: 1 januari 1994

De laatste dagen van 1993 verliepen vrij rustig in het koloniale San Cristóbal de Las Casas. De bevolking bereidde zich voor op oudejaarsavond en velen zochten elkaar op om samen het nieuwe jaar in te luiden, het jaar waarin Mexico volgens de propagandamachine van president Salinas de Gortari, zou toetreden tot de Eerste Wereld dankzij het NAFTA-verdrag. De vele toeristen die elk jaar Chiapas bezoeken, zien in San Cristóbal, midden in de hooglanden van Chiapas en op steenworp afstand van diverse mooie rustieke indianendorpjes zoals San Juan Chamula, Zinacantán en Tenejapa, een ideale verblijfplaats voor een paar dagen. Bovendien heeft het, in tegenstelling tot het subtropische Palenque en Comitán, een aangenaam berg-klimaat. De vele koloniale gebouwen en de prominente aanwezigheid van de indianen uit omringende dorpjes, geeft het stadje een zeer bijzondere uitstraling.

Amado Avendaño junior bracht die dagen door bij zijn familie in San Cristóbal. Reeds enkele jaren studeerde hij journalistiek in Mexico-stad en werkte in zijn vrije tijd soms voor het regionale dagblad El Tiempo. Zijn ouders, Amado Avendaño en Concepción Villafuerte, waren de drijvende kracht achter het blad. Tijdens de laatste dagen van 1993 hoorde Amado Avendaño junior van mensen binnen het journalistencircuit, dat er in de buurt van Ocosingo, zo'n 70 kilometer van San Cristóbal, veel verplaatsingen van federale militaire eenheden gesignaleerd waren. Twee journalisten, Gaspar Morquecho en Alejandro Ruiz Guzmán, gingen in de loop van 31 december op onderzoek uit. Bij terugkomst vertelden ze dat zij vreemd geklede en gewapende mensen hadden gezien. Zij droegen een groene broek, bruin overhemd en bedekten hun gezicht met een rode zakdoek. Gezien hun aantal en bewapening en het feit dat het al laat in de middag was, leek het hen verstandiger terug te keerden naar San Cristóbal en de volgende dag nogmaals op onderzoek uit te gaan. Aangezien het oudejaarsavond was, vergaten ze al snel wat ze die middag gezien hadden en stortten zich in het feestgedruis in de bergen van Chiapas.
     Luis, de fotograaf van het museum Na-Bolom, was die nacht in San Cristóbal en vierde oudejaarsavond in La Galería waar een foto-expositie was geopend. Op weg naar huis om een uur of twee, viel hem op dat er veel mensen in vreemde kledij en met geweren over straat liepen. Dit verbaasde hem echter niet aangezien in Mexico het dragen van wapens in het openbaar een normaal verschijnsel is. 's-morgens vroeg werd hij opgeschrikt door het geluid van een machinegeweer. Hij dacht echter dat het een nachtmerrie was en ging weer slapen. Kort daarna werd hij wederom gewekt door het geluid van een zwaar wapen. Hij keek uit zijn raam en hoorde van één van de weinige voorbijgangers dat de indianen de stad hadden ingenomen.

Avendaño junior zat die avond met een aantal vrienden in een café. Om een uur of twee kwam een paar vrienden die reeds naar huis was gegaan, terug naar het café en vertelde dat er rare dingen gebeurden op het Zócalo. Amado besloot met hen mee te gaan om zelf ook een kijkje te nemen en zag daar met eigen ogen wat zijn collega's hem die middag hadden beschreven: groene broeken, bruine hemden en rode zakdoeken waarmee het gezicht bedekt werd. Op dat moment wist hij dat er iets ernstigs aan de hand was. Thuis aangekomen probeerde hij zijn vader te bellen maar die bleek op dat moment onbereikbaar. Daarna telefoneerde hij met zijn vriendin in Mexico-stad en verzocht haar een aantal van zijn docenten op te bellen en hen op de hoogte te stellen van wat er in San Cristóbal gebeurde. Zij hadden goede contacten met verschillende media en via hen zou al snel San Cristóbal in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Avendaño junior kon het nog maar moeilijk bevatten wat er gebeurde, een gewapende opstand in Chiapas? Er gebeurde nooit wat in San Cristóbal, en dan nu dit!

De aanwezigheid van gewapende mannen in het centrum van de stad was een enorme verrassing voor iedereen en het duurde die nacht dan ook een hele tijd voordat de ernst van de realiteit doordrong tot Amado Avendaño senior. Velen benaderden hem om te informeren wat er in de stad gebeurde maar ook hij moest hen het antwoord schuldig blijven. Om twee uur 's-nachts nog wimpelde hij het relaas van een vriendin af. Amado verweet haar te veel gedronken te hebben waardoor ze zich allerlei dingen had ingebeeld. Ze moest maar snel naar bed gaan en haar roes uitslapen. Pas om vier uur 's-nachts werd echter ook hij door een goede vriend van hem overtuigd van de ernst van de zaak:

'Amado, acabo de pasar por la presidencia municipal, y ví que hay indígenas cortando con hachas las puertas y las estan arribando. !Algo grave está pasando!'[2]


Bang om nog zo laat de straat op te gaan, wachtte hij tot zeven uur 's-morgens en toog naar het centrum van de stad. Op dat moment waren al enkele gebouwen waar gemeentelijke diensten in waren ondergebracht, in lichter laaie gezet. Achthonderd gemaskerde guerrilla's, mannen en vrouwen, waren de stad binnengedrongen om daar de oorlog te verklaren aan de Mexicaanse regering en leger. Avendaño was totaal verrast door de aanwezigheid van een guerrillagroep in Chiapas.

Hij en andere journalisten zochten naar de leider van de groep. Ook Luis was op dat moment reeds gearriveerd op het Zócalo en probeerde te begrijpen wat er aan de hand was. Hij praatte met de indianen waarna het tot hem doordrong dat het hen ernst was, de indianen waren waarachtig in opstand gekomen. Eén van de gemaskerden viel erg op vanwege zijn zwart-wollen bivakmuts, de zwaardere wapens die hij droeg, zijn uitstraling en houding. Dit was duidelijk de leider. Inmiddels was er een groot aantal mensen uit nieuwsgierigheid komen kijken. Onder hen bevond zich een groot deel van de lokale bevolking van San Cristóbal, lokale en regionale journalisten en een fors aantal toeristen die gretig van de gelegenheid gebruik maakten om foto's te maken van de guerrilla's. Welke fantastische verhalen zouden zij bij terugkomst kunnen vertellen! De journalisten, Avendaño inclusief, benaderden de opvallende, gemaskerde man en vroegen hem of hij wellicht de leider van de groep was. De man antwoordde daarop: 'Nee Amado, ik ben de sub-commandant.'3 Hij bleek Avendaño te kennen hoewel dit andersom niet het geval was! Al snel werd subcomandante Marcos, zoals zijn naam bleek te zijn, het centrum van de belangstelling. Luis, die zich het hoofd brak over de schijnbaar compleet relaxte stemming op het plein, was inmiddels ook afgekomen op de imponerende uitstraling van de subcommandant en observeerde en luisterde aandachtig naar de dingen die hij deed en zei:

'Ik zag hem en... de manier waarop hij met de mensen praatte. Hij droeg betere en duurdere wapens bij zich dan de anderen, en had ook meer munitie. Hij was duidelijk beter beschermd. En zijn manieren, hij had heel krachtige manieren, zoals... Hij zag er meteen als een leider uit. Hij was volledig bedekt. Je kon heel weinig van zijn lichaam zien. Maar het was duidelijk dat hij een leider was, alleen al de manier waarop hij zich bewoog. Ik ging naar hem luisteren. Hij was een fascinerende man, maar op een bepaalde manier ook erg onwerkelijk voor mij. Niemand leek bang te zijn en Marcos liep gewoon wat rond op het Zócalo zoals mensen rond lopen in een park in de stad met vrienden op zondag of zo. Ik bedoel, hij had wel een kleine Uzi in zijn hand maar was schijnbaar helemaal niet bang om door iemand vanuit een raam te worden neergeschoten. Het was volledig normaal en relaxed.'4


Marcos overhandigde kort na de vraag van Avendaño de inmiddels legendarische Primera Declaración de la Selva Lacandona en vroeg Avendaño deze te vermenigvuldigen en te verspreiden onder de pers. Inmiddels waren er vele pamfletten van de oorlogsverklaring in twee-kleurendruk op de muren en lantaarnpalen verschenen. Het pamflet bleek een speciale editie te zijn van het blad van de guerrillagroep en had de toepasselijke naam El Despertador Mexicano (De Mexicaanse ontwaker).

Al in de loop van de ochtend kwamen de eerste Mexicaanse en buitenlandse journalisten aan in San Cristóbal. Het was opvallend dat de internationale pers al zo snel aanwezig was. Ook de televisie arriveerde en deed live verslag van de gebeurtenissen in de stad. De Zapatistas hadden 's-nachts het Palacio Municipal met hakbijlen veroverd. Een deel van de bevolking van San Cristóbal sympathiseerde met het E.Z.L.N. (Ejército de Liberación Nacional) en drong ook het Palacio Municipal binnen waarna zij zich naar de eerste verdieping begaf. Daar vernietigde zij een groot deel van de inboedel, en gooide het op straat. Het was niet de bedoeling van het EZLN om zoveel schade aan te richten zoals de bevolking op dat moment deed. Uiteindelijk konden ze echter de bevolking op de eerste verdieping tot bedaren brengen. Ook de archivaris van San Cristóbal voorkwam de vernietiging van een belangrijk archief. Dit archief bevatte volgens hem alle bewijzen van mishandeling en afpersing van de indiaanse bevolking in het verleden. Vernietiging zou dus belangrijk bewijsmateriaal doen verdwijnen. Het archief bleef behouden.

Die eerste januari waren er gevechten tussen de Zapatistas en de politie. Gedurende de nacht van één op twee januari 1994, verdwenen de Zapatistas net zo onverwachts als dat ze gekomen waren. De dag ervoor werd Avendaño gevraagd 's-morgens vroeg twee januari naar het Zócalo te komen om het laatste nieuws te krijgen. Het nieuws was dat er niemand meer was. De achthonderd Zapatistas waren verdwenen zonder een enkel spoor achter te laten. Vroeg in de ochtend van 2 januari 1994, probeerden de Zapatistas de kazerne van de 31ste militaire zone, Rancho Nuevo, op enkele kilometers van San Cristóbal verwijderd, binnen te dringen. Avendaño verklaarde ze voor gek omdat ze zulke slechte wapens hadden. Echter, de goede wapens bleken ze wel degelijk te hebben maar hielden ze geheim in het Palacio Municipal, om pas tevoorschijn te halen wanneer dat nodig bleek. Vanaf de daken van de huizen konden gemakkelijk de helikopters en vliegtuigen van het federale leger die in de richting van Rancho Nuevo vlogen, worden waargenomen. De confrontatie duurde een klein uur en om negen uur 's-morgens, nadat ze honderden gevangenen hadden bevrijd uit een gevangenis, trok de groep Zapatistas zich terug in de jungle van Chiapas.

Naast San Cristóbal de las Casas was er gedurende die eerste dagen nog een aantal steden ingenomen: Ocosingo, Altamirano, Chanal, Las Margaritas. Vooral in Ocosingo ontstonden lange tijd bloedige gevechten en verloren velen het leven. Al de steden die enige tijd bezet waren, werden uiteindelijk ook weer verlaten. De Zapatistas trokken zich geleidelijk terug in de jungle. De gevechten duurden voort tot 12 januari 1994. Gedurende die periode verloren zo'n 100 mensen, Zapatistas, militairen maar ook burgers, het leven.

Hoe kon het gebeuren dat Chiapas was veranderd in een gebied waar een guerrillagroep was opgestaan? Wie waren de Zapatistas en waarom verklaarden zij de oorlog? Had de kerk iets met de opstand te maken, zoals de regering al snelde verklaarde5, of was het een autonome indianenopstand?


4.2 Ontstaansgeschiedenis van het EZLN

De schokkende opstand kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Zij was zorgvuldig gepland en het resultaat van een langdurige voorbereiding die meer dan tien jaar geleden begon. Hieronder zal ik kort uiteenzetten welke factoren bijgedragen hebben aan de genese en vorming van het EZLN.

Om iets te begrijpen van de ontstaansgeschiedenis van het EZLN moet ten eerste de lokale sociaal-economische situatie van de bevolking van Chiapas worden begrepen. De voornamelijk indiaanse bevolking, bestaande uit diverse Maya-groepen zoals Tzeltal, Tzotzil, Chol, Zoque, Tojolabal en Mam, is één van de armste van Mexico. Chiapas ligt op een groot aantal gebieden duidelijk achter op de rest van Mexico. Het percentage analfabeten is bijvoorbeeld meer dan twee keer zo hoog als elders in Mexico.6 Het aantal sterfgevallen door ondervoeding steeg de afgelopen 10 jaar met 641%.7 De armoede van de bevolking staat in schril contrast met de natuurlijke rijkdommen. Hydro-elektriciteit, in toenemende mate ook aardolie, alsmede de agrarische productie van handelsgewassen, maken Chiapas tot een duidelijke export-deelstaat waar meer rijkdommen uit wegvloeien dan dat er terugkomen. De Mexicaanse staat heeft Chiapas gedurende lange tijd behandeld als een interne kolonie.8 De oorzaken van de armoede onder de bevolking moeten dan ook vooral gezocht worden in de landbezitsverhoudingen, agrarische productie en bevolkingsgroei.9

In de grondwet van Mexico werd na de Mexicaanse revolutie (1917) het artikel 27 opgenomen dat het mogelijk maakte '...omvangrijke landgoederen te onteigenen en in de vorm van communale ejidos te verdelen onder de boeren...'.10 Gedurende enkele decennia na de Mexicaanse revolutie poogde de staat vooral via landhervormingen veel invloed te hebben op het maatschappelijk leven.11 Gedurende de jaren 70 en 80 bleven de vele conflicten omtrent de toegang tot en bezit van land de belangrijkste bron van onrust in Chiapas. In 1992 werd door toenmalig president Salinas de Gortari dit beroemde artikel 27 gewijzigd. Centraal in zijn regeringsbeleid stond liberalisering. De wijziging van het grondwetsartikel maakte het mogelijk dat de communale ejidos particulier bezit konden worden. Deze wetswijziging moet gezien worden als de druppel die de emmer vol frustraties en woede deed overlopen. Tot op de dag van vandaag is het artikel een belangrijk struikelblok voor de vredesdialoog tussen de Mexicaanse regering en het EZLN. Het EZLN verwijst in haar naam naar Emiliano Zapata, de boerenleider die in de Mexicaanse revolutie van 1910 het grootgrondbezit bevocht en landhervorming eiste.12 Zijn credo was dat het land toebehoorde aan degene die hem bewerkte. De revolutie is echter nooit doorgedrongen in Chiapas.13 In feite is het grootgrondbezit in Chiapas nooit verdwenen. Voor de Zapatistas vormt de problematiek met betrekking tot het gebruik en bezit van land een belangrijk strijdpunt.

De toegenomen druk op het land als gevolg van de groei van de bevolking en de veestapel, resulteerde vooral eind jaren 50 in een migratiestroom van voornamelijk jonge mensen uit de hooglanden naar het lager gelegen Lacandón-oerwoud.14 De regering stimuleerde de migratie naar de Selva Lacandona om de druk op het land in de hooglanden enigszins te kunnen verlagen.15 Er werden nieuwe dorpen gesticht die later het EZLN een warm hart zouden toedragen.

De naar het Lacandón-oerwoud getrokken jonge indianen, afkomstig uit de hooglanden, begonnen hun leven opnieuw. Er was genoeg land beschikbaar voor iedereen. De bomen werden gekapt en de grond gecultiveerd. De slechte koffie- en maïsmarkt had velen er toe doen besluiten over te gaan op veeteelt. Mede hierdoor raakte het tropische land al snel uitgeput. De Selva Lacandona is een zeer ontoegankelijk gebied waardoor het buiten het bereik en zorg van de regering viel. In de Selva Lacandona ontbraken onder andere dokters, leraren, rechters en politie.16 Al snel trokken katholieke en protestantse leiders naar het gebied. Volgens Neil Harvey werden de protestantse missionarissen door de Mexicaanse regering gesteund om de invloed van de katholieke priesters en hun bevrijdingstheologie enigszins te kunnen indammen.17 In de bevrijdingstheologie wordt sterke nadruk gelegd op de sociale zonde (armoede, uitbuiting en onderdrukking), iets waar de Mexicaanse regering zich schuldig aan zou maken.18 De priesters en hun gevolg interpreteerden de migratie naar het ontoegankelijkste gebied van Mexico als een tocht naar de vrijheid. Het boek Exodus, dat centraal staat in de bevrijdingstheologie, bevat vele overeenkomsten met de situatie in de Selva Lacandona waardoor vele indianen zich aangetrokken voelden tot de bevrijdingstheologie. De katholieke priesters, onder leiding van Samuel Ruiz, legden in hun werk bovendien nadruk op het herstellen van inheemse tradities en zij stimuleerden de vorming van lokale coöperaties. Om de indiaanse bevolking te scholen trok het bisdom vele onderwijzers en studenten aan. Hierdoor groeide bij de indianen het bewustzijn dat de ellende en onrechtvaardigheden het gevolg waren van structurele processen. Tijdens het in 1974 georganiseerde Indiaans Congres werd veel gediscussieerd over de oorzaken van de armoede en werd verdere organisatie van de indiaanse bevolking gestimuleerd.

Rond die tijd waren reeds vele links-radicale en maoïstische organisaties in Chiapas actief. Het Unión del Pueblo bracht de indianen op de hoogte van het bestaan van een decreet uit 1972 dat aan 66 Lacandón-families bijna 660.000 hectare toebedeelde, waarmee de grondrechten van 3000 gemigreerde Tzeltal en Chol families werden genegeerd.19 Dit decreet betekende dat duizenden mensen hun landerijen moesten verlaten. De onvrede nam op dit punt al grote vormen aan. In die tijd werd Política Popular (bestaande uit geradicaliseerde studenten), Unión del Pueblo, en enkele andere linkse organisaties, verenigd in Línea Proletaria. Rond 1980 werd er een nog groter samenwerkingsverband gesticht tussen de vele strijdende campesino-organisaties, Unión de Uniones. Deze unie viel echter in 1983 in twee kampen uiteen. Eén van die kampen werd het A.R.I.C. (Asociación Rural de Interés Colectivo) maar was door de slechte economische en politieke situatie niet erg succesvol. Al de maoïstisch georiënteerde organisaties kenmerkten zich door de uitgesproken voorkeur voor een geweldloze strijd. Zij richtten zich vooral op bewustwording en probeerden via legale acties en onderhandelen met officiële instanties, een oplossing te vinden voor de problemen.

Naast de maoïstische bewegingen bestonden gedurende de jaren tachtig ook enkele organisaties die het eindeloze en onvruchtbare onderhandelen de rug toe keerden en meer heil zagen in openlijke en opzichtige confrontaties. Het in 1982 gevormde O.C.E.Z. (Organización Campesina Emiliano Zapata) werd sterk gestimuleerd door de in de jaren 80 actieve guerrillabewegingen in Centraal Amerika. Echter, eind jaren 80 splitste ook het OCEZ, waaruit in 1989 het A.N.C.I.E.Z. (Alianza Nacional Campesina Independiente Emiliano Zapata) als sterk radicale organisatie naar voren kwam. De jonge campesinos die zich aansloten bij het ANCIEZ waren, aldus Harvey, bereid om middels een gewapende opstand een einde te maken aan de problemen in Chiapas.20 Vervolgens stelt hij dat het ANCIEZ uiteindelijk in 1993 ondergronds ging om de voorbereidingen te treffen voor de gewapende opstand.

De geschiedenis van het EZLN zoals Harvey deze beschrijft, komt op een groot aantal punten overeen met die van Carlos Tello Diaz. Echter, in Tello's boek 'La Rebellión de las Cañadas' besteedt hij in tegenstelling tot Harvey, aandacht aan de vorming van het F.L.N. (Fuerzas de Liberación Nacional) gedurende de jaren 70. Het radicale plan van het FLN was middels de vorming van een guerrillabeweging het heersende politieke systeem te vernietigen en zo het volk te verlossen. Ook zou het FLN voor een min of meer geheime rol gekozen hebben. Het FLN richtte, in tegenstelling tot de vele maoïstisch ingestelde groepen, haar aandacht vooral op de hooglanden van Chiapas en mobiliseerde onder andere in het daarin gelegen San Andrés Larrainzar veel steun. Dit dorp zou veel later de vaste onderhandelingsplaats van de vredesdialoog worden. Het FLN had nauwelijks contact met andere boerenorganisaties in Chiapas maar had in heel Mexico sympathisanten die nauw betrokken waren bij de strijd van het FLN.

In de herfst van 1983 arriveerden in de Selva Lacandona enkele leden van het FLN die later de kern van het EZLN zouden vormen. Ook Marcos zou bij deze groep hebben gezeten.21 De ideeën van deze groep waren gelijk aan die van de in de Selva opererende radicale groepen zoals het OCEZ. Het FLN, met haar duidelijke keuze voor gebruik van wapens, besloot tot de vorming van het EZLN. Het schrikbewind van de toenmalige gouverneur van Chiapas, generaal Absalón Castellanos, waarbij vele Chiapaneekse organisaties en gemeenschappen werden onderdrukt, was een belangrijke factor in het besluit tot vorming van het EZLN. Het eind jaren 80 gevormde maoïstisch georiënteerde ARIC, versluierde de vorming van het EZLN waardoor laatstgenoemde zich in alle stilte kon ontwikkelen. Veel leden van het ARIC waren tevens lid van het zich in het geheim ontwikkelende EZLN. Marcos speelt op dat moment al een belangrijke rol hoewel hij toentertijd een beduidend lagere rang dan subcomandante had. De ontbinding van het ARIC zou het EZLN vleugellam maken ware het niet dat het uit de splitsing van het OCEZ komende ANCIEZ de functie van nationale dekmantel heeft vervuld.

Vanaf eind haren 80 betekende een aantal ontwikkelingsprocessen een af dat binnen het EZLN voor enige problemen zorgde. Na de val van de Berlijnse muur, verdween in 1992 ook de Sovjetunie van het toneel. Het socialisme was dood. Wat voor zin had de strijd nu nog? Voorts tekenden de Centraal-Amerikaanse guerrilla's in onder andere El Salvador en Nicaragua, die gedurende de jaren tachtig zo prominent aanwezig waren, vredesakkoorden. Desondanks bleven de onvrede en het EZLN groeien. Het ANCIEZ mobiliseerde in 1992 een groep van 4000 boeren om 500 jaar indiaanse onderdrukking te herdenken en om te demonstreren tegen de komst van het NAFTA-verdrag en tegen de wijzigingen van het grondwetsartikel 27. Door de grote aandacht voor de demonstratie in de media, werd aandacht gevraagd voor de negatieve aspecten van het regeringsbeleid. In de Selva Lacandona hadden de gemigreerde boeren het erg moeilijk als gevolg van de sterk dalende koffieprijzen en de instorting van de veehandel. De aanhang van het EZLN groeide gedurende die periode gestaag. In januari 1993 besloot het EZLN zich op te maken voor een oorlog.22 Hoewel sommige leden van het EZLN het nog te vroeg vonden en pas over enkele jaren dit besluit wilden nemen, drukte Marcos, volgens Tello, die ondertussen veel macht had gekregen binnen de organisatie, het besluit door. Op één januari 1994 zou het EZLN enkele steden bezetten en de oorlog verklaren aan de Mexicaanse regering en het leger.

Het moge duidelijk zijn dat over de precieze geschiedenis van het EZLN tussen beide auteurs overeenstemming maar zeker ook enige meningsverschillen bestaan. Terwijl Tello het gedurende de jaren 70 gevormde geheim opererende en radicale FLN als voorloper ziet van het EZLN, noemt Harvey deze organisatie in het geheel niet. Tello plaatst het besluit van het FLN tot stichting van het EZLN, in het begin van de jaren 80. Deze datum komt overeen met uitspraken van subcomandante Marcos. Harvey plaatst de stichting van het EZLN als zodanig om niet geheel logische redenen pas aan het begin van 1993. De periode van een jaar lijkt niet lang genoeg om een guerrillaleger te organiseren en ook maakt hij niet duidelijk waarom Marcos sprak van minimaal tien jaar voorbereiding. Op het boek van Tello is nogal wat kritiek gekomen daar hij niet duidelijk maakt waar hij de soms zeer gedetailleerde informatie vandaan heeft gehaald. Hoewel ze verschillende accenten leggen, zijn beide auteurs het wel in grote lijnen met elkaar eens dat de landbezitsverhoudingen, slechte economische situatie, de kerk, de maoïstische en radicale organisaties voor een groot deel de vorming, groei, en succes van de opstand van het EZLN kunnen verklaren.


4.3 Het politiek program van het EZLN

In de oorlogsverklaring van 1 januari 1994 staat kort en bondig omschreven wat de doelen zijn waarvoor het EZLN strijdt. Het betreft 11 punten: werk, land, onderdak, eten, gezondheid, zorg, educatie, onafhankelijkheid, vrijheid, democratie, gerechtigheid en vrede. Het EZLN eist tevens de door ex-president Salinas de Gortari doorgevoerde hervorming van grondwetsartikel 27 ongedaan te maken. Ook riep het EZLN de bevolking op naar de hoofdstad te trekken, het federale leger te verslaan, de dictatoriale regering te ontmantelen en in plaats daarvan een nieuwe, vrije en democratische regering te installeren. De complete grondwet dient te worden herschreven, zodat het dictatoriale één-partijstelsel ontbonden wordt. Het EZLN heeft een pakket wetsvoorstellen opgesteld waarmee de 11 strijdpunten kunnen worden geïmplementeerd. Dit pakket is samen met de oorlogsverklaring op één januari 1994 verkondigd als de Revolutionaire wetten. Onder andere omvat dit pakket specifieke wetten betreffende vrouwen, stedelijke hervorming, arbeid, industrie en handel, sociale zekerheid, gerechtigheid, landbouw, en strijdende volken.

In de afgelopen jaren zijn, als gevolg van de intensieve vredesdialoog, de doelstellingen verder verfijnd maar in essentie schrijven zij de problematiek die geresulteerd heeft in hun opstand, toe aan het ontbreken van vrijheid, democratie en gelijkheid. Deze woorden keren ook telkens weer als afsluiting terug in hun talrijke officiële communiqués. De strijd zeggen zij pas te stoppen wanneer de meest basale eisen van het volk worden ingewilligd middels de vorming van een vrije en democratische Mexicaanse regering.


4.4 De vredesdialoog

Na het bloedige begin van 1994, gaat op 12 januari een staakt-het-vuren van kracht. Meer dan een maand later, op 27 februari 1994, start in de kathedraal van San Cristóbal de las Casas een dialoog tussen de Zapatistas en de regering voor vrede en verzoening in Chiapas. Het is een eerste officiële bijeenkomst tussen de strijdende partijen. In de delegatie van het EZLN zijn onder andere vertegenwoordigd subcomandante Marcos en comandante Ramona. Op twee maart 1994 wordt de bijeenkomst beëindigd en trekken de Zapatistas zich terug naar de Selva Lacandona om daar de voorstellen van de regering te bediscussiëren met de gemeenschappen. Pas op 12 juni, na de schokkende moordaanslag op de presidentskandidaat van de regeringspartij P.R.I. (Partido Revolucionario Institucional), Luis Donaldo Colosio, na diverse massale demonstraties in onder andere Mexico-stad en Tuxtla Gutierrez, ook na de beschuldiging van de Zapatistas dat de Mexicaanse regering de moord op Colosio zou gebruiken als dekmantel voor het schenden van de wapenstilstand, en minder dan één maand vóór de algemene verkiezingen, worden de regeringsvoorstellen in de Segunda declaración de la Selva Lacandona verworpen door het EZLN. De Zapatistas roepen de burgermaatschappij op om de strijd voort te zetten en er worden plannen aangekondigd om een Nationale Democratische Conventie (C.N.D.) te formeren.

Pas anderhalf jaar later wordt alsnog een akkoord bereikt over de planning van de vredesdialoog. Ondertussen heeft Mexico een nieuwe president gekregen, Ernesto Zedillo. Hij ontwrichtte in februari 1995 de onderhandelingen over de planning van de vredesdialoog. Het Mexicaanse leger voerde een offensief uit in de Selva Lacandona, waarbij het de bedoeling was enkele belangrijke kopstukken van het EZLN (onder andere subcomandante Marcos) op te pakken wegens terrorisme. De Mexicaanse regering probeerde met het offensief het EZLN vleugellam te maken en op die manier de onrust in de deelstaat te beteugelen. De Zapatistas trokken zich dieper terug in het oerwoud en voerden van daaruit een hernieuwd verbaal tegenoffensief uit. De aanval van het Mexicaanse leger wordt overal sterk veroordeeld en leidt uiteindelijk tot een aantal vruchtbare onderhandelingen tussen de regering en het EZLN waarna op 3 oktober 1995 de eerste officiële onderhandelingsronde van start gaat in het kleine Tzotzil-dorpje San Andrés Larrainzar.

De vredesdialoog tussen de Zapatistas en de Mexicaanse regering poogt de oorzaken die hebben geleid tot de opstand van het EZLN, op te lossen. Aan het eind van de vredesdialoog (de planning is 1997) moet een Acuerdo de Concordia y Pacificación con Justicia y Dignidad (A.C.P.J.D.) getekend worden.23 Dit akkoord omvat alle bereikte compromissen en akkoorden die de oorzaken van de opstand oplossen. Het ACPJD wordt tijdens de vredesdialoog in verschillende fases opgebouwd. De akkoorden die bereikt worden tijdens de vredesdialoog zullen worden opgenomen in het uiteindelijke ACPJD. De dialoog bestaat uit vier delen:

1. Integrale ontspanning;
2. Politieke, sociale, culturele en economische thema's;
3. Verzoening tussen de verschillende sectoren van de Chiapaneekse bevolking;
4. Politieke en sociale participatie van het EZLN.


Eind 1996 verkeerde de dialoog in deel twee. Dit deel is op zijn beurt weer onderverdeeld in vier delen, mesas de trabajo genaamd. De problematiek die in elke mesa aan de orde is, wordt opgedeeld in een aantal werkgroepen, grupos de trabajo. De eerste mesa (rechten en inheemse cultuur) was opgedeeld in zes werkgroepen. Elke mesa bestaat uit drie onderhandelingsfases van vijf dagen, welke worden gevolgd door een reces van drie weken. Mesa één werd in februari 1996 afgesloten met een akkoord, het eerste akkoord tussen de regering en de Zapatistas. Vervolgens is mesa twee begonnen en kwam in een diepe crisis terecht. Dit heeft geleid tot een herformulering van de wetgeving omtrent de vredesdialoog. Vooral de participatie van de regeringsdelegatie en de implementatie van de akkoorden waren struikelblokken.


De betrokken partijen

De vredesdialoog steunt op een speciaal daarvoor ontworpen wetgeving. Hierin wordt een dialoog- en onderhandelingsruimte gerealiseerd tussen de in conflict verkerende partijen (EZLN en de federale regering), met de bemiddeling van de COCOPA (Comisión de Concordia y Pacificación) en de CONAI (Comisión Nacional de Intermediación). Tevens garandeert de wetgeving de veiligheid en fysieke integriteit van de participanten en omschrijft zij de verplichtingen en rechten van beide partijen. Tijdens de dialoog kunnen beide partijen worden bijgestaan door een bepaald aantal raadgevers (asesores) en genodigden (invitados). Het totaal van alle personen die als asesor of invitado participeren in een werkgroep, of een mesa, wordt een delegatie genoemd. De vredesdialoog kent derhalve twee delegaties: die van het EZLN en die van de Mexicaanse regering. Het uitnodigen van asesores en invitados is een recht dat beide partijen bezitten maar waarvan in de praktijk het EZLN veel meer gebruik maakt dan de federale regering.24 Hieronder zal ik kort alle betrokkenen toelichten.

CONAI
De CONAI staat zoals gezegd voor Comisión Nacional de Intermediación, de nationale bemiddelingscommissie. Dit is een groep van mensen uit de burgerij die, zoals de naam al doet vermoeden, intermedieert tussen de betrokken partijen. De CONAI wordt voorgezeten door Samuel Ruiz die tevens zorg draagt voor de samenstelling van de commissie.25 De CONAI heeft tot taak beide partijen op de hoogte te houden van de voorstellen en denkbeelden van de ander en biedt ondersteuning bij de interpretatie van de geschreven documenten.26 Voorts draagt zij zorg voor de communicatie met de pers aan wie zij regelmatig kopieën stuurt van officiële documenten. De CONAI heeft een kantoor in San Cristóbal de las Casas en in Mexico-stad. Tijdens de verschillende fases van de vredesdialoog is zij aanwezig om toe te zien op de voortgang van het proces. De CONAI staat bekend om haar uitgesproken voorkeur voor de eisen van de Zapatistas maar het gebruik van wapens keurt zij af.

COCOPA
De COCOPA staat, zoals gezegd, voor Comisión de Concordia y Pacificación, de commissie voor overeenstemming en pacificatie. Zij is een wetgevend orgaan en houdt toezicht op de naleving van de in de wetgeving rond de vredesdialoog opgenomen afspraken (ACPJD). Ze bestaat uit een roulerende groep van senatoren en afgevaardigden van alle in het congres gezeten partijen.27 De COCOPA is net als de CONAI voortdurend aanwezig tijdens de vredesdialoog in San Andrés Larrainzar. De COCOPA heeft niet, zoals de CONAI dat wel heeft, een kantoor, maar is een groep van mensen die alleen tijdens de vredesdialoog bij elkaar komt. In de praktijk heerst er binnen de COCOPA een lichte en soms sterke voorkeur voor de regeringsdelegatie.

Asesores en invitados
Dit zijn in theorie onafhankelijke personen die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan een mesa of grupo de trabajo alwaar zij bijdragen aan de beargumentering, formulering en bediscussiëring van voorstellen, eisen en argumenten.28 De invitados en asesores vervullen niet meer dan een ondersteunende rol en zijn noch betrokken bij de directe onderhandelingen, noch bij de formulering van de akkoorden.29


Planning van de dialoog

De vredesdialoog bestaat, zoals al eerder gezegd, uit vier delen. Na het doorlopen van alle delen zou een volledig vredesakkoord in 1997 door beide partijen ondertekend moeten worden. Die planning was echter in 1995 gemaakt en nu, twee jaar later, ziet het er naar uit dat het volledige vredesakkoord nog wel even op zich zal laten wachten. Diverse crises hebben ervoor gezorgd dat de dialoog een aanzienlijke vertraging heeft opgelopen. Hoe de toekomst van de dialoog er uit ziet is nog steeds onduidelijk door twisten over de participatie- en implementatieverplichtingen van beide partijen. Om enig inzicht te krijgen in het functioneren van de dialoog, volgt hier een korte uiteenzetting over de manier waarop de eerste mesa van het tweede deel van de dialoog is verlopen.


Mesa één betrof de rechten en cultuur van de inheemse bevolking en werd op 3 oktober 1995 geïnstalleerd. Na die officiële bijeenkomst volgde van 18 tot en met 22 oktober de eerste fase waarin 6 werkgroepen werden geïnstalleerd betreffende de volgende onderwerpen:

1. Gemeenschappen en autonomie
2. Rechtszekerheid van inheemsen
3. Politieke participatie en representatie van inheemsen
4. Situatie, rechten en cultuur van de inheemse vrouw
5. Toegang tot communicatiemedia
6. Bevordering en ontwikkeling van de inheemse cultuur


Gedurende vijf dagen werd over deze problematiek gediscussieerd. Vervolgens was er een reces van drie weken tot 13 november waarna de tweede fase van start ging. Tijdens deze fase, die tot 18 november duurde, werden de resultaten van de verschillende groepen gepresenteerd en werden zes comisiones de trabajo geïnstalleerd die de mogelijke consensus inventariseerde. Deze fase werd gevolgd door een langdurig reces van zes weken tot 10 januari 1996. Tijdens dat reces werden in Oventic op het Foro Nacional Indígena de resultaten besproken. Op 10 januari ging de derde fase van start waarin in een plenaire zitting van beide partijen, bijgestaan door de COCOPA en de CONAI, een concept-akkoord werd samengesteld en de tweede mesa werd geïnstalleerd. Beide partijen namen vervolgens de tijd om de achterban te consulteren. In dit geval werd het concept-akkoord door beide partijen goedgekeurd en was op 14 februari 1996 het eerste deelakkoord tussen het EZLN en de regering een feit.30 Van het begin tot het eind heeft de eerste mesa vier maanden geduurd. De tweede fase van de dialoog over welzijn en ontwikkeling, belandde in de loop van 1996 in een diepe crisis en heeft sindsdien nog niet geleid tot een tweede deelakkoord. Na mesa twee volgen nog twee mesas, één over democratie en gerechtigheid en één over de rechten van de vrouw in Chiapas.


Bereikte akkoorden

Op 14 februari 1996 was de euforie over de bereikte deelakkoorden tussen de regering en het EZLN groot. Hoewel het EZLN toen al wees op het feit dat dit pas akkoorden op papier betrof, en dat de implementatie ervan nog de nodige problemen zou kunnen opleveren, had iedere betrokkene een hernieuwd vertrouwen in een goede en snelle afloop van het conflict.31 De snelle en veelbelovende voltooiing van de eerste mesa, werd trots vergeleken met de trage en moeizame vredesonderhandelingen tussen de Guatemalteekse regering en guerrilla die meer dan dertig jaar nodig had om tot dezelfde akkoorden te komen.32 De Mexicaanse regering was akkoord gegaan met alle punten van het concept-akkoord. Ook een overgrote meerderheid van de achterban van de Zapatistas (96%) stemde in met de voorstellen. De triomf33 van de Zapatistas lag vooral in het feit dat de regering nationale thema's had geaccepteerd, iets wat de regering altijd heeft verworpen omdat zij het conflict als een regionaal probleem beschouwde en daarom nationale thema's altijd had geweigerd. Een teleurstelling was echter dat de hervorming van grondwetsartikel 27 niet werd bereikt. De afspraak werd gemaakt dit artikel in de volgende mesa te bespreken. Voorts betroffen de akkoorden een grondwettelijke erkenning van de autonomie van inheemse groepen. Ook werden er afspraken gemaakt betreffende de politieke participatie en representatie van inheemse groepen, rechtszekerheid, bevordering van hun cultuur, en de garantie van basisbenodigdheden van de inheemse volken.34 Echter, hoe mooi de akkoorden ook waren, de zorg van het EZLN over het feit dat het slechts akkoorden op papier betrof, bleek een paar maanden later gegrond.


Crises

De vredesdialoog belandde in de loop van 1996 in een diepe crisis. Het EZLN was van mening dat de manier waarop de regering zich opstelde tijdens de verschillende bijeenkomsten blijk gaf van desinteresse. De regeringsdelegatie bleek na de ondertekening van het deelakkoord niets te hebben gedaan ter implementatie ervan. Het EZLN was daarentegen zeer actief aan de slag gegaan met het bedenken van mogelijkheden om de akkoorden in concrete vorm in de praktijk te brengen. De teleurstelling en woede was daarom groot en er werd geëist dat er een commissie in het leven geroepen werd die toezicht ging houden op de implementatie van de akkoorden. Tevens eiste het EZLN een herschrijving van de wetgeving omtrent de dialoog om de regering te verplichten op een actieve en serieuze manier te participeren in de dialoog. Mijn eigen bezoek aan enkele onderhandelingsrondes in San Andrés Larrainzar bood de mogelijkheid om de situatie ter plekke te kunnen observeren. Inderdaad was het contrast tussen de delegatie van het EZLN en de regering groot. De regering maakte nauwelijks gebruik van het recht om invitados en asesores uit te nodigen. Voor zover deze wel aanwezig waren, straalden ze een ongeïnteresseerde houding uit: giechelend, hangend, en met de buurman pratend zaten zij achter de regeringsvertegenwoordigers. Vele stoelen waren onbezet, iets wat sterk contrasteerde met de kant van het EZLN. Daar was geen stoel onbezet, was het muisstil en zat iedereen aandachtig te luisteren, sommigen naar voren gebogen. Bij de presentatie van de onderwerpen waar beide partijen over wensten te discussiëren, bleek dat de regering er zes aandroeg, terwijl het EZLN er meer dan 70 kon bedenken. Dit schouwspel onderstreepte de gegronde irritatie van het EZLN over de passieve en ongeïnteresseerde houding van de regeringsdelegatie.

Uiteindelijk kreeg het EZLN haar zin en werd de volledige wetgeving omtrent de dialoog herschreven. Dit heeft echter enige maanden geduurd waardoor de dialoog grote achterstand opliep. Tot op heden (februari 1997) is de dialoog nog steeds niet hervat, onder andere als gevolg van de blijvende frustraties over de bovenmatige militaire aanwezigheid in Chiapas. Inmiddels is er wel meer duidelijkheid over de participatie- en implementatieverplichtingen van beide partijen en is de samenstelling van de commissie die toezicht houdt op de implementatie van de bereikte deelakkoorden, een feit.



Noten

[1] Vertaling: 'DE STORM... Uit de botsing van deze twee winden zal zij geboren worden, haar tijd is gekomen, de oven van de geschiedenis wordt opgestookt. Nu regeert de wind van boven, de wind van onderen komt nu, de storm komt... zo zal het zijn... DE PROFETIE... Als de storm gaat luwen, wanneer regen en vuur de aarde nogmaals in vrede achterlaten, zal de wereld niet de wereld zijn, maar iets beters...', subcomandante Marcos, augustus 1992, geciteerd in http://www.ezln.org/

[2]Vertaling: 'Amado, ik passeerde zojuist het gemeentehuis, en ik zag dat er indianen met bijlen in de deuren hakten en naar boven gingen. Er is iets verschrikkelijks gaande!' Interview met Amado Avendaño, 27 maart 1996
3 Interview met Amado Avendaño, 27 maart 1996
4 Interview met Luis, 18 april 1996
5 Tello Díaz, C., La rebelión de las Cañadas, Mexico-stad, Cal y Arena, 1994, p. 24
6 Walsche, A. de, '¡Ya Basta! Zapata en de postmoderne guerrilla'. Bijeen, opinieblad over de mondiale samenleving, december 1995, p. 26
7 Walsche, A. de, '¡Ya Basta!...', p. 26
8 Burbach, R., 'Roots of the postmodern rebellion in Chiapas'. New Left Review, nummer 205, 1994, p. 115
9 Pansters, W., 'Met het oog op Chiapas'. Derde Wereld, jaargang 13, nummer 3, 1994, p. 13
10 Pansters, W., 'Met het oog...', p. 14
11 Harvey, N., 'Rebellion in Chiapas: Rural reforms, Campesino Radicalism, and the Limits to Salinismo'. Transformation of Rural Mexico, nummer 5, 1994, p. 5
12 Walsche, A. de, '¡Ya Basta!...', p. 30
13 Benjamin, T., A Rich land, a poor people: Politics and society in Modern Chiapas. Albuquerque, University of New Mexico Press, 1989; Tello Díaz, C., La rebelión..., p. 37
14 Harvey, N., 'Rebellion in Chiapas...', p. 27
15 Tello Diaz, C., La Rebelión..., p. 45
16 Tello Diaz, C., La Rebellión... p. 38
17 Harvey, N., 'Rebellion in Chiapas...', p. 27
18 Ouweneel, A., 'De gezichtsloze krijgers van Votán Zapata. Een etno-historisch commentaar bij een verklaring uit het Lacandón-oerwoud, Chiapas, Mexico, 1994'. Paper gepresenteerd op het congres Societies of fear, Utrecht, 1995, p. 5
19 Harvey, N., 'Rebellion in Chiapas...', p. 29
20 Harvey, N., 'Rebellion in Chiapas...', p. 32
21 C. Tello Diaz, La Rebelión... p. 98
22 C. Tello Diaz, La Rebelión... p. 155,156
23 'Ce-Acatl, Revista de la Cultura de Anáhuac'. Mexico-stad, Centro de Estudios Antropológicos, Científicos, Artísticos, Tradicionales y Linguísticos Ce-Acatl, dubbelnummer 74-75, 17 december 1996, p.8
24 Dit baseer ik op eigen waarneming tijdens diverse bijeenkomsten van de vredesdialoog en verslagen in diverse nationale Mexicaanse kranten.
25 'Ce-Acatl, Revista de la Cultura...', p. 8
26 Interview met Gonzalo, CONAI, 8 april 1996
27 'Ce-Acatl, Revista de la Cultura...', p. 8
28 'Ce-Acatl. Revista de la Cultura...', p. 8
29 'Ce-Acatl. Revista de la Cultura...', p. 8
30 La Jornada, 15 februari 1996
31 La Jornada, 15 februari 1996
32 Interview met Gonzalo, 8 april 1996
33 La Jornada, 15 februari 1996
34 La Jornada, 15 februari 1996

3 previous Index next5
Index Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek