Index Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek

1
Inleiding




Op 1 januari 1994 werd er aan aantal steden in de Mexicaanse deelstaat Chiapas bezet door het Zapatista-leger voor de Nationale Bevrijding of E.Z.L.N. (Ejército Zapatista de Liberación Nacional). De Mexicaanse regering die zich de jaren daarvoor had voorbereid op de 'toetreding tot de Eerste Wereld' middels het N.A.F.T.A.-verdrag (North American Free Trade Agreement, dat ook op 1 januari 1994 van kracht werd), ontwaakte die ochtend in een nachtmerrie die tot op heden voortduurt. Op de bloedige confrontaties tussen het EZLN en het Mexicaanse leger, volgde al snel een wapenstilstand. Beide partijen waren bereid te participeren in een langdurige vredesdialoog. De acceptatie van de vredesdialoog door de Mexicaanse regering (die doorgaans op hardhandige wijze dergelijke opstanden de kop in drukt) werd toegeschreven aan de enorme aandacht voor het conflict in de media in het binnen- en buitenland.

Het EZLN kwam al snel bekend te staan als een guerrillabeweging die in haar strijd gebruik maakte van het Internet. Vanuit het moeilijk toegankelijke oerwoud zouden de vele poëtische communiqués door subcomandante Marcos, de leider van de beweging, middels een laptop het Internet op worden gestuurd. Terwijl de idealen van de strijd op nationaal en internationaal niveau erkenning kreeg, verschenen op het Internet vele pagina's en elektronische discussiegroepen welke geheel aan het EZLN werden gewijd. Waren dit initiatieven van de Zapatistas?

De manier waarop de strijd van het EZLN zich middels het Internet in de wereld heeft weten te verspreiden, maakt de strijd van het EZLN tot een interessant studieobject. Hierin komen enkele belangrijke aspecten van de hedendaagse samenleving samen. Ten eerste betreft het een strijd van een gemarginaliseerde groep (indianen) tegen een autoritair regime. Ten tweede heeft de strijd van het EZLN op een opvallende wijze bekendheid gekregen in alle uithoeken van de wereld. Ten derde wordt de strijd ondersteund door gebruikmaking van het Internet, het modernste communicatiemedium. De strijd van het EZLN kan als case dienen om inzicht te krijgen in de wijze waarop het Internet allerlei vormen van maatschappelijke strijd kan ondersteunen. Bovendien kan op deze manier inzicht worden verkregen in de wijze waarop het Internet zich verhoudt tot lokale politieke processen, globalisering en de hedendaagse samenleving.

Dat het Internet vooral voor de antropologie een zeer interessant studieveld is, lijkt nog niet goed te worden beseft. De antropologie, met haar grote aandacht voor de werkelijkheidsbeleving van mensen, ziet zich geconfronteerd met een nieuw medium waaraan vele implicaties voor de samenleving en het individu kleven. Het Internet doorbreekt geografische barrières en stelt mensen in staat te beschikken over een enorme hoeveelheid informatie. Via het Internet ontstaan bovendien geheel nieuwe sociale verbanden tussen individuen en organisaties welke tot voor kort onmogelijk waren. De Zapatistas strijden voor democratie, gerechtigheid en vrijheid, zeer oude thema's die ook voortdurend terugkeren in discussies over de maatschappelijke en individuele implicaties van het Internet.

In hoofdstuk één van dit verslag worden enkele relevante elementen van de hedendaagse samenleving beschreven: globalisering, fragmentatie, en de alomtegenwoordigheid van de media. Ook wordt kort ingegaan hoe binnen het postmodernisme sommige aspecten van de samenleving worden beschreven. Op welke wijze verhouden deze elementen zich tot elkaar en wat hebben de media te maken met globalisering? In hoofdstuk twee wordt dieper ingegaan op de geschiedenis van het Internet, de verschillen met oudere media, haar implicaties voor individu en samenleving, en haar emancipatoire mogelijkheden. Wat betekent het Internet voor de werkelijkheidsbeleving van mensen en op welke wijze biedt het medium mogelijkheden voor sociale bewegingen en democratiseringsprocessen? In hoofdstuk drie worden kort de geschiedenis en achtergronden van het EZLN toegelicht. Het EZLN leek een grote verrassing voor Mexico. Echter, enkele belangrijke factoren bleken de vorming van deze Chiapaneekse guerrilla begrijpelijk te maken. In hoofdstuk vier wordt uitgelegd op welke wijze de informatie van en over de Zapatistas over de wereld wordt verspreid. Wat is het traject dat de informatie aflegt? Wordt zij vanaf een laptop vanuit de jungle het Internet op gestuurd? Of is het traject toch ingewikkelder? Zou er gesproken kunnen worden van een nieuwe vorm van maatschappelijke strijd? In hoofdstuk vijf tenslotte wordt de globalisering van de lokale strijd van het EZLN beschreven. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet op welke wijze lokale gebeurtenissen het gedrag elders in de wereld stimuleren en wat de rol van het Internet daarin is? De inzichten uit de eerste twee hoofdstukken worden daartoe verbonden met de lokale gebeurtenissen in Chiapas.


1.1 Probleemstelling

De uitvoering van het onderzoek en de daarop volgende periode van analyse en verslaglegging is voortdurend uitgegaan van een uitgebreide centrale probleemstelling die als volgt is geformuleerd:
Op welke wijze kan aan de hand van de manier waarop het Internet een rol speelt in het conflict tussen het EZLN en de Mexicaanse regering, inzicht worden verkregen in de implicaties van het Internet voor het functioneren van de hedendaagse samenleving en de daarin participerende individuen?
Deze probleemstelling is opgedeeld in twee subvragen:
  1. Welke rol speelt het Internet in de strijd van de het EZLN, en welke implicaties heeft dit gebruik voor de samenleving en de daarin participerende individuen?

  2. Hoe kan de distributie van informatie vanuit de Selva Lacandona van en over de Zapatistas en hun conflict met de Mexicaanse regering worden beschreven; welke actoren spelen in dit proces een rol en hoe moet de invloed van deze informatieverspreiding op de ontwikkeling van het conflict worden beschreven en verklaard?
In hoofdstuk 2 en 3 wordt ingegaan op de positie van het Internet in de samenleving. In hoofdstuk 4 wordt een algemeen beeld geschetst van de ontstaansgeschiedenis en doelstellingen van het EZLN. Daarnaast wordt beschreven op welke wijze de vredesdialoog wordt gevoerd. In hoofdstuk 5 wordt in drie stappen het distributieproces van de informatie van en over de Zapatistas beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de invloed van dit distributieproces op de ontwikkeling van het conflict bestudeerd. In hoofdstuk 7 tenslotte wordt op een beknopte wijze nogmaals een antwoord op de probleemstelling en haar deelvragen gegeven, gecombineerd met een visie op het belang van het Internet voor de antropologie.


1.2 Methodes

Ter beantwoording van de probleemstelling en haar deelvragen, heb ik een aantal methoden gehanteerd. Het onderzoek kan grofweg opgedeeld worden in drie fases: de voorbereiding, het veldwerk en de analyse. In de eerste fase van het onderzoek waren mijn methodes: literatuurstudie, participerende observatie op het Internet en een digitale enquête. Tijdens de tweede fase, gedurende welke ik verbleef in Mexico, nam ik interviews af en verzamelde ik veel literatuur over de Zapatistas en in mindere mate over het Internet. In de derde fase analyseerde ik de verzamelde data en bestudeerde meer relevante literatuur. Hieronder zal ik beschrijven hoe ik in de drie fases van het onderzoek te werk ben gegaan.

De voorbereiding

In de voorbereidingsfase heb ik mij onder andere bezig gehouden met het zoeken en lezen van literatuur over het Internet, email, en de Zapatistas. Zoekacties in diverse bibliotheken leverde echter teleurstellend weinig op. Sociaal-wetenschappelijke literatuur over de maatschappelijke gevolgen van het Internet, bleek nog vrijwel niet te bestaan. Dit sterkte mij in de overtuiging dat het onderzoek een duidelijke relevantie had, ik stuitte immers op een grote hiaat. Ook zoekacties op het Internet boden weinig relevante informatie. Deze constatering deed mij besluiten te gaan zoeken op het meer algemene terrein massacommunicatie. Aangezien het om een vrij modern fenomeen gaat, zullen resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van het Internet op samenleving en individu, nog wel even op zich laten wachten.

Over het andere onderwerp, de strijd van de Zapatistas, was aanzienlijk meer literatuur beschikbaar. Helaas beperkten de meeste artikelen zich tot armoede-analyses van de deelstaat zonder in te gaan op de factoren die de onvrede van de Chiapaneekse bevolking wist te mobiliseren. Na het lezen van bestaande literatuur ben ik begonnen met het schrijven van een onderzoeksvoorstel.

Naast de hierboven beschreven literatuurstudie, heb ik mij in deze fase georiënteerd op de aanwezigheid van de Zapatistas op het Internet zelf. Via de diverse search-engines zoals Yahoo en InfoSeek , heb ik getracht een zo volledig mogelijk overzicht te krijgen van bestaande Internet-sites, discussiegroepen en digitale conferenties welke over de Zapatistas dan wel Chiapas handelen. Een ander doel was te observeren welke informatie aangeboden werd, in welke vorm en ook hoe populair de sites zijn. Tevens heb ik voor zover dit mogelijk was, op het Internet geparticipeerd. Ik werd lid van diverse discussiegroepen om te kunnen ervaren hoe dat is, wat er met je email-adres gebeurt, hoeveel berichten je krijgt, en wat de inhoud van die berichten is. Kortom: hoe ziet het 'leven' van zo'n digitale conferentie eruit? De derde methode in deze fase was het afnemen van een digitale enquête onder de leden van de diverse conferenties. Ik hoopte hiermee de identiteit en drijfveren van de leden te kunnen achterhalen. Om dit te kunnen doen, heb ik een vragenlijst gemaakt met een inleidende tekst, en deze verzonden naar de centrale computers van de verschillende digitale conferenties. Op deze manier had ik een bereik van ongeveer 700 mensen. Ik heb twee keer de enquête verstuurd: één maal in oktober 1995 en één maal in november 1996. Op de enquête van oktober 1995 kreeg ik 12 reacties, een teleurstellende response. Daarom deed ik een jaar later nog een poging. Helaas leverde die poging nog minder respons op. Waarschijnlijk heeft de lage response te maken met achterdochtigheid en voorzichtigheid van de leden en met een structureel kenmerk van de omgang van mensen met media. Een andere mogelijke reden betreft het feit dat er slechts een kleine groep van leden is die bijdraagt aan de continuering van de discussie. Er bestaat een veel grotere groep van stille luisteraars. Deze tweedeling is ook terug te vinden bij kranten. Van de honderdduizenden leden reageert doorgaans maar een zeer klein deel op de berichten in de krant of levert een bijdrage aan de diverse fora. De lage respons op mijn enquête deed mij besluiten de resultaten zo min mogelijk te betrekken in mijn verslag. De enquête zelf met begeleidende tekst zijn opgenomen in bijlage 1.

Het veldwerk

De tweede fase van het onderzoek omvatte het eigenlijke veldwerk in Mexico. Gedurende de periode van 12 februari 1996 tot 31 juli 1996 verbleef ik in Mexico. Ik verbleef in Mexico-stad, San Cristóbal de las Casas, het dorpje San Andrés Larrainzar, en de Aguascalientes II van het dorpje Oventic. In Mexico heb ik middels diverse methodes gegevens verzameld. De belangrijkste methode vormde het afnemen van interviews. De groep van respondenten kan worden onderverdeeld in zes groepen: commandanten van het EZLN (3), leden van de CONAI (3), activisten (12), mensen van de media (7), academici (2), en Internet-deskundigen (3). In Mexico-stad had ik open interviews met 13 mensen, in San Cristóbal met 13 mensen, in San Andrés Larrainzar met de commandanten Tacho, David en Zebedeo van het EZLN, en in Oventic tenslotte, met één journalist. In bijlage 4 zijn de interviewvragen per respondentengroep opgenomen.
     Mijn zoektocht naar relevante respondenten en informatie is in Mexico-stad begonnen bij mijn counterpart-begeleider, dr. Sergio Zermeño. Hij is verbonden aan het gerenommeerde Instituto de Investigaciones Sociales van de U.N.A.M. (Universidad Nacional Autónoma de México), een zeer grote universiteit in de Mexicaanse hoofdstad. Doordat hij tevens raadsman is van de Zapatistas tijdens de diverse onderhandelingsrondes in Chiapas, kon hij mij een aantal namen geven van personen in San Cristóbal de las Casas. Zijn naam bleek vooral in Chiapas vele deuren te openen. Eén van de personen die hij mij had aangeraden was Gerardo González, de directeur van CONPAZ (Coordinación de Organismos No-Gubernamentales por la Paz), de overkoepelende organisatie van alle Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO's) die op enigerlei wijze betrokken zijn bij het conflict tussen de regering en het EZLN. Tevens werkzaam bij CONPAZ was Hugo Trujillo, iemand die mij op weg heeft geholpen in het doolhof van organisaties en personen dat de afgelopen twee jaar in Chiapas is ontstaan. Via hen kwam ik in contact met de directrice van de regionale krant El Tiempo, Concepción Villafuerte. Haar man is de rebelse gouverneur ('gobernador rebelde') Amado Avendaño, iemand die de strijd van de Zapatistas een warm hart toedraagt. Hij speelde in de eerste weken van 1994 een cruciale rol in de verspreiding van de communiqués van het EZLN. Ook zijn zoon, toentertijd student journalistiek, was een interessante respondent.

Ik kreeg ook het voorrecht een interview te hebben met de bisschop van het bisdom San Cristóbal, Samuel Ruiz. Hij leeft op gespannen voet met het Vaticaan dat enkele jaren geleden nog een poging ondernam hem uit zijn functie te ontheffen. Bovendien heeft hij slechte relaties met veel Mexicaanse politieke machthebbers. Als bisschop was hij in het verleden zeer actief betrokken bij de verspreiding van de bevrijdingstheologie onder de bevolking van de Selva Lacandona. Vanaf haar oprichting is hij voorzitter van de CONAI (Comisión Nacional de Intermediación), één van de belangrijkste organisaties die betrokken zijn bij het onderhandelingsproces. Tijdens het Nationale Inheemse Forum (Foro Nacional Indígena) in april 1996 in de Aguascalientes II, in Oventic, een dorpje in de hooglanden van Chiapas, ben ik op zoek gegaan naar enkele journalisten. Daar sprak ik met Julio Cesar López, werkzaam voor het tijdschrift Proceso. Via hem heb ik Elio Enríquez van het landelijke dagblad La Jornada en Andreas Becerril van het landelijke dagblad Excélsior bereid gevonden een interview te geven. Van de CONAI heb ik verder nog gesproken met Gonzalo, de secretaris, en Raymundo Sanchez Barrazo.

Via de secretaris van de CONAI kwam ik terecht bij het mensenrechtencentrum Centro de Derechos Humanos Fray Bartolomé de las Casas. Uit het interview met de systeembeheerder aldaar (een vrijwilliger uit de Verenigde Staten), kwam het digitale bulletin MEXPAZ voor het eerst onder mijn aandacht. Latere interviews met Hugo en Gustavo van CONPAZ, gaven veel inzicht in de manier waarop de informatie het Internet bereikte. Van hen heb ik een lijst met namen gekregen van mensen in Mexico-stad die actief betrokken waren en zijn bij het Internet en het digitale bulletin MEXPAZ. Zonder hen zou ik veel meer moeite hebben gehad met het ontrafelen en karteren van het digitale 'wereldje' in Mexico-stad. Wat dat betreft moeten zij (vooral Hugo) worden gezien als sleutelinformanten.

Eind april 1996 had ik, na zeer veel aandringen, een interview met drie commandanten van het EZLN, te weten Tacho, David en Zebedeo. De delegatie van het EZLN wilde uitsluitend praten met mensen van de pers. Gelukkig had ik van te voren een perskaart van Het Parool geregeld, en kon ik dus met hen een interview hebben. De brief die ik schreef ter aanvraag van het interview is in bijlage 5 opgenomen. Voor mij persoonlijk was deze ervaring het hoogtepunt van het veldwerk. Het onderzoeksmatige hoogtepunt zou pas veel later komen, in Mexico-stad. Daar had ik een zeer interessant interview met Arturo Grunstein, één van de initiatiefnemers van de discussiegroep Chiapas-l en nu verbonden aan de U.A.M. (Universidad Autónoma Metropolitano), een grote universiteit in Mexico-stad.

In Mexico-stad verbleef ik van 28 mei tot en met 22 juli 1996. In eerste instantie heb ik contact gezocht met de directeur van het mensenrechtencentrum Centro de Derechos Humanos Miguel Agustín Pro Juarez. Het centrum verzorgt het hoofdstuk Rechten (Derechos) van het bulletin MEXPAZ. Naast de directeur heb ik ook twee mensen geïnterviewd die binnen het centrum verantwoordelijk waren voor de communicatie via email en Internet. In San Cristóbal werd mij al snel duidelijk dat er in Mexico-stad een Internet-provider bestaat waarbij nagenoeg alle NGO's een email-adres hadden. Deze provider, LaNeta genaamd, ben ik natuurlijk gaan bezoeken. Ik heb met twee mensen van de directie van LaNeta gesproken hetgeen zeer waardevolle informatie heeft opgeleverd. Daarna ben ik in contact gekomen met Mario Monroy, de directeur van SIPRO (Servicio de Información Procesada). Deze NGO verzorgt het hoofdstuk Informatie ('Información') van het bulletin MEXPAZ. Andere NGO's die ik bezocht heb zijn Fronteras Comunes en CENCOS (Centro Nacional de Comunicación Social). De eerstgenoemde is betrokken bij het bulletin MEXPAZ waarvoor zij het hoofdstuk Analyse (Análisis) verzorgt. De directeur van CENCOS, Emilio Álvarez Icaza Longoria, was zeer betrokken bij het organiseren van het door het EZLN in het leven geroepen C.N.D. (Convención Nacional Democrática). Verder heb ik een interview gehad met de assistente van de secretaris van de CONAI te Mexico-stad, Miguel Alvarez. Zij was onder andere verantwoordelijk voor de communicatie tussen het EZLN en de Mexicaanse regering.

Gedurende mijn observatie- en participatiefase op het Internet, kwamen twee namen voortdurend in beeld: Arturo Grunstein en Nicole Wolf. Zij waren verantwoordelijk voor de twee discussiegroepen van het netwerk Profmexis, te weten Chiapas-l en Mexico94. Ik heb deze twee mensen benaderd en met hen een interview gehad. Beide interviews waren zeer interessant. Arturo Grunstein is, zoals gezegd, verbonden aan de UAM. Hij is iemand die niet direct sympathiseert met het EZLN, maar meer geïnteresseerd is in de grote lijnen en achtergronden van de Zapatistas. Hiermee onderscheidt hij zich van vele links-georiënteerde sympathiserende respondenten die ik heb geïnterviewd. Nicole Wolf is technisch verantwoordelijke en draagt zorg voor de continuering van de discussiegroepen.

Er zijn nu nog twee respondenten ongenoemd: John Sweeney en Raúl Trejo Delarbre. Beiden waren gezien hun functies zeer interessant. John Sweeney is technisch verantwoordelijke voor het bulletin MEXPAZ en Raúl Trejo is net als dr. Sergio Zermeño, verbonden aan het Instituto de Investigaciones Sociales van de UNAM. Tevens is hij directeur van het nationale dagblad Etcétera. Hij is communicatie-specialist en heeft onlangs als één van de eersten een boek gepubliceerd over de impact van het Internet op de samenleving.

In het algemeen was ik zeer aangenaam verrast over de bereidheid van mijn respondenten een interview te geven. Ik had het idee dat het, gezien de precaire situatie in Chiapas, nog een hele opgave zou worden mensen bereid te vinden mij te woord te staan. Hoewel ik soms het idee had dat er informatie achter gehouden werd, spraken de meesten zeer openhartig. Slechts bij twee respondenten was het moeilijk om het ijs te breken en zij hebben mij dan ook niet veel verder geholpen in mijn onderzoek.


De analyse

Alle interviews zijn vastgelegd op band middels een draagbare bandrecorder om vervolgens uitgewerkt te worden op de tekstverwerker. Deze interviews heb ik nadien in segmenten opgedeeld en gecodeerd voor het kwalitatieve analyseprogramma Kwalitan 4.0. Op deze manier werd het zoeken in de interviews zeer eenvoudig en snel. Naast het afnemen van interviews, heb ik vele documenten verzameld: artikelen uit kranten en tijdschriften en diverse folders van voor het onderzoek relevante organisaties. Daarnaast heb ik veel statistische gegevens over de digitale conferentie Chiapas-l vergaard. Deze gegevens gaven inzicht in de gebruiksgeschiedenis van de digitale conferentie.

Naast de analyse van de primaire onderzoeksgegevens, vervolgde ik mijn theoretische studie en verdiepte mij verder in het Internet, globalisering, de antropologie van de hedendaagse samenleving en de geschiedenis van de Zapatistas.

Voorwoord previous Index next2


Index Home Subject Areas Samenleven Suggesties? Zoek